De voor- en tegenstanders van woningtoewijzing op basis van leefstijlen blijven discussiëren. De voorstanders zeggen dat het de leefbaarheid in de buurt of het complex en het woonplezier van alle bewoners vergroot. Tegenstanders zijn bang voor ‘gettovorming’ en beschuldigen de voorstanders van betutteling. Zelden wordt echter aan woonconsumenten zelf gevraagd wat ze ervan vinden. USP ondervroeg in september 2012 ruim 500 consumenten over dit onderwerp. Uit dit onderzoek blijkt dat ongeveer 40% zegt de voorkeur te hebben voor een wijk met mensen met dezelfde leefstijl, voor nog eens 36% maakt het niet zoveel uit. Naast leefstijl zijn ook elementen van levensfase (zoals gezinssituatie en leeftijd) van belang voor het woonplezier. Met name bij de oriëntatie op een nieuwe woning, stelt men het op prijs ook te beschikken over leefstijlinformatie van buurtbewoners. Een kans voor corporaties bij informatie en voorlichting van (nieuwe) huurders.
Eén op de vijf woonconsumenten positief over woningtoewijzing op basis van leefstijlen; merendeel geen mening
Vrijwel elke corporatie heeft in haar bestand woningen die bij toewijzing alleen mogen worden betrokken door mensen met een bepaalde leeftijd (starters of senioren) of inkomen (door de EU-inkomensgrens of bijvoorbeeld door middel van de zgn. Rotterdamwet). Ook wordt er door een aantal corporaties geëxperimenteerd met het toepassen van leefstijlen van bewoners bij woningtoewijzing. Wanneer woonconsumenten gevraagd wordt naar hun mening over het feit dat corporaties ook kijken naar leefstijlen bij toewijzing van woningen, zegt ongeveer één op de vijf (21%), zowel bij (sociale) huurders als bij eigenaren, dit zondermeer positief te vinden. Het overgrote deel kan echter geen mening hierover geven. Dit zal ongetwijfeld te maken hebben met onbekendheid met het onderwerp, omdat men niet in de situatie zit (dat men wil verhuizen naar een sociale huurwoning) of nog nooit gezeten heeft.
Pas concreet wordt het wanneer gevraagd wordt naar de eigen woonsituatie en woonvoorkeuren. Zo zegt een kwart van de consumenten (25%) wel invloed te willen hebben op eventuele nieuwe buren. Dit percentage ligt iets hoger bij huurders dan bij woningeigenaren, 28% vs. 22%. Jongeren blijken hier het meeste behoefte aan te hebben, hoe ouder men is, hoe minder men de behoefte heeft om invloed uit te oefenen op de toekomstige buren. Ook huishoudens met kinderen vinden dit bovengemiddeld belangrijk.
Inzicht in leefstijl buurtbewoners helpt bij bewuste keuze
Eén en ander komt natuurlijk pas echt onder de aandacht wanneer men zelf zou gaan verhuizen of een nieuwe woning en woonomgeving gaat kiezen. Bijna de helft van de ondervraagden (46%) zegt wel inzicht te willen hebben in de leefstijlen van mensen in de eventuele nieuwe buurt. Ook uit andere onderzoeken van USP onder woningzoekenden blijkt dat er veel behoefte is aan meer informatie over wijken en buurten en zelfs persoonlijke begeleiding. Verzamelde informatie over leefstijlen kan een belangrijk onderdeel zijn in de informatie en voorlichting van de potentiële huurder, zowel online (bijvoorbeeld in woningadvertenties) als in persoonlijke begeleiding. De potentiële huurder kan dan veel beter beoordelen of een wijk of complex bij hem/haar past en zo zelf een bewuste keuze maken in plaats van dat de corporatie zich dwingend op moet gaan stellen.
Op dit gebied is nog een wereld te winnen voor corporaties en andere aanbieders van woningen. De informatie die Funda bijvoorbeeld weergeeft is een startpunt hierin, maar laat helaas alleen de zogenaamde ‘harde’ cijfers van het CBS over de buurt en haar bewoners zien.
Leefstijl en levensfase buurtbewoners belangrijk; voorkeur voor samenstelling wisselt
Wanneer gevraagd wordt naar de ideale samenstelling van de wijk of het complex waar men het liefst zou wonen, blijkt dat gelijke levensstijl bij ongeveer 40% van de consumenten de voorkeur heeft. Bij elementen als gezinssituatie en inkomen zijn de groepen redelijk gelijk verdeeld en maakt het voor een groot deel van de respondenten niets uit. Leeftijd laat een iets afwijkend beeld zien. Hierbij zijn namelijk net iets meer mensen die zeggen de voorkeur te hebben voor verschillende leeftijden in een wijk of complex, dan mensen met een voorkeur voor ongeveer gelijke leeftijden. Levensfase en levensstijl zijn dus beiden belangrijke elementen om rekening mee te houden. Om een complex of wijk qua samenstelling aan te passen aan de wensen van de bewoners is er actief beleid nodig, zowel om een zo divers mogelijke samenstelling te krijgen als om (meer) gelijkheid te krijgen. USP werkt momenteel aan een model dat de variabelen van leefstijl en levensfase combineert voor de indeling van woonconsumenten.
Uiteraard zijn er verschillen per doelgroep. Hoe ouder men wordt, hoe vaker men zegt dat men met zoveel mogelijk verschillende leeftijden in een wijk of complex wil wonen. Hoe hoger het inkomen, hoe vaker men zegt dat men bij mensen wil wonen met ongeveer een gelijk inkomen. Huishoudens met kinderen zeggen vaker dat ze in een wijk met mensen met ongeveer gelijke gezinssituatie willen wonen. Van de vier gedefinieerde leefstijlen (zie onderzoeksverantwoording) zeggen mensen die meer gericht zijn op vrijheid en onafhankelijkheid logischerwijs vaker dat ze met verschillende leefstijlen in een wijk willen wonen. Mensen die meer gericht zijn om rust en veiligheid, maar ook mensen die gezellige en sociale contacten in de wijk belangrijk vinden, stellen het op prijs als andere buurtbewoners hier hetzelfde in staan.
Vastgoed
Woningtoewijzing op basis van leefstijlen?
-
- Bron: USP Marketing Consultancy
- 27 september 2012
Meer over Vastgoed
Doorstromers winnen terrein op Nederlandse woningmarkt
13 maart 2026Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

