Energie

Zo helpt energieopslag bij een groeiend bedrijfspand

Zo helpt energieopslag bij een groeiend bedrijfspand
Overdag draaien de koelinstallaties en het magazijn op volle kracht. Aan het einde van de middag sluiten medewerkers de bestelwagens aan op de laadpalen. Precies op dat moment bereikt de aansluiting haar grens.

Sinds 1 juli 2026 kunnen ook bedrijven met een kleine stroomaansluiting op de wachtlijst van de netbeheerder komen. Dat gebeurt wanneer er tijdelijk geen ruimte is voor een nieuwe of zwaardere aansluiting. Daarmee raakt netcongestie een grotere groep ondernemers. Een laadplein, warmtepomp of nieuwe productielijn plaatsen is technisch vaak haalbaar, maar extra vermogen uit het net is niet overal beschikbaar.

Meer elektrische installaties, dezelfde aansluiting

Bedrijven gebruiken steeds meer elektriciteit. Gasgestookte installaties maken plaats voor warmtepompen, voertuigen rijden elektrisch en nieuwe machines vragen vaak meer vermogen. Het jaarverbruik vertelt daarbij maar een deel van het verhaal. Vooral de momenten waarop meerdere installaties tegelijk draaien, bepalen of de aansluiting voldoende ruimte biedt.

Een productiebedrijf merkt dat wanneer verschillende machines tegelijk opstarten. Bij een kantoor ontstaat de hoogste vraag vaak rond 09.00 uur, als de verwarming aanslaat en medewerkers hun auto opladen. In een logistiek pand ligt de piek vaak aan het einde van een dienst, wanneer voertuigen tegelijk aan de lader gaan.

Een batterij vangt korte stroompieken op

Een zakelijke batterij helpt het beschikbare vermogen slimmer over de dag te verdelen. Het systeem laadt tijdens rustige uren, wanneer het pand weinig stroom vraagt. Zodra het verbruik stijgt, levert de batterij tijdelijk extra vermogen.

De aansluiting levert stroom tot de afgesproken grens en de batterij vult het verschil aan. Juist op zulke momenten kan energieopslag bedrijven helpen om laadpunten, machines of een warmtepomp binnen de bestaande aansluiting te gebruiken.

Stel dat een laadplein 120 kW vraagt, terwijl er op dat moment nog 80 kW beschikbaar is. Een batterij levert dan tijdelijk de ontbrekende 40 kW. Na de laadpiek ontstaat opnieuw ruimte om op te laden. Deze aanpak past vooral bij duidelijke pieken die een beperkte tijd duren. Blijft het verbruik urenlang boven de grens, dan vraagt de locatie om een grotere batterij, aanpassing van bedrijfsprocessen of alsnog extra netcapaciteit.

Zonnestroom bewaren voor later

Veel bedrijfspanden wekken midden op de dag de meeste zonnestroom op. Het hoogste verbruik ligt vaak juist vroeg in de ochtend of later op de middag. Zonder opslag gaat een overschot terug naar het net, terwijl het bedrijf enkele uren later weer stroom afneemt.

Een batterij bewaart een deel van die zonnestroom voor een later moment. Zo gebruikt het pand meer van de eigen opwek en ontstaat er extra ruimte tijdens drukke uren. Een energiemanagementsysteem stuurt de batterij, laadpunten en andere installaties aan. Het kijkt naar de actuele opwek, het verbruik en de beschikbare batterijcapaciteit.

3 punten die bepalen welk systeem past

De juiste batterij wordt bepaald op basis van het energieprofiel van het pand. Een keuze op basis van alleen het jaarverbruik geeft te weinig houvast. Deze 3 onderdelen wegen het zwaarst:

1. Verbruik

Kwartierdata laat zien wanneer stroompieken ontstaan, hoe hoog ze zijn en hoe lang ze duren. Ook de rustige uren tellen mee, omdat de batterij dan kan opladen.

2. Vermogen

De capaciteit in kWh laat zien hoeveel energie de batterij kan opslaan. Het vermogen in kW bepaalt hoe snel de batterij die energie kan afgeven. Bij korte, hoge stroompieken is vooral het vermogen belangrijk.

3. Beschikbare ruimte

Een batterijsysteem vraagt een geschikte plek in of rond het pand. Bereikbaarheid, ventilatie, brandveiligheid, afstand tot de meterkast en ruimte voor onderhoud spelen mee.

De meerwaarde van een batterij ontstaat wanneer opslag, zonnepanelen, laadpunten en bedrijfsprocessen samen als 1 energiesysteem worden bekeken. Met goede meetdata wordt duidelijk waar de knelpunten liggen en hoeveel extra ruimte energieopslag binnen de bestaande aansluiting vrijmaakt.