Uit de nieuwste themapublicatie van de Woningmarktmonitor van ABN AMRO blijkt dat de inkomens de voorbije jaren sneller stegen dan de hypotheek- en huurlasten, maar dat dit voordeel ongelijk verdeeld is. Vooral zittende huiseigenaars winnen aan financiële ruimte, terwijl starters en jonge huurders in de grote steden vaker geconfronteerd worden met hogere woonlasten en minder woonkwaliteit.
Verbetering woonlastenratio's vooral zichtbaar bij zittende huiseigenaren
De verbetering van de betaalbaarheid is vooral zichtbaar bij zittende huiseigenaren. Hun woonlastenratio's daalden tussen 2019 en 2025, doordat hun inkomens in de loop der jaren zijn gestegen, terwijl hun hypotheeklasten gelijk bleven of afnamen. Hierdoor kan deze groep 2 tot 3 procent van het netto-inkomen aan andere dingen besteden.Voor starters - die doorgaans over minder financiële middelen beschikken - is dat effect kleiner, zo'n één procentpunt. Uit het onderzoek blijkt verder dat starters in alle regio's hogere woonlasten hebben dan zittende eigenaren. In de grote steden verslechterde hun positie zelfs. In Amsterdam betalen zij tot 2 procentpunt meer van hun inkomen aan wonen dan in 2019. Ook betalen starters gemiddeld méér voor minder ruimte: hun woningen zijn zo'n 10 tot 15 m² kleiner dan die van zittende eigenaren, terwijl zij in Amsterdam jaarlijks gemiddeld 5.000 euro en in Utrecht 3.000 euro meer aan woonlasten kwijt zijn.
Huren of kopen steeds vaker bepalend voor kansen op woningmarkt
Ook tussen huurders en huizenbezitters groeit de ongelijkheid. Huurders in de vrije sector hebben structureel hogere woonlastenratio's (28 tot 38 procent) dan woningeigenaren (20 tot 28 procent). Jonge huurders zien hun positie in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht verslechteren, terwijl oudere huurders in alle regio's wel profiteren van verbetering. Koopstarters hebben gemiddeld een hoger inkomen dan leeftijdsgenoten die huren en betalen vaak zelfs minder woonlasten."We zien dat er een aanzienlijk inkomensverschil bestaat tussen de vrije huursector en de koopmarkt. Hierdoor wordt de overstap van huren naar kopen steeds moeilijker", vertelt Mike Langen, senior econoom Woningmarkt van ABN AMRO. "Starters moeten door de hoge huizenprijzen meer eigen vermogen meenemen. Teg elijkertijd laat onze analyse zien dat de verbetering van de woonlasten ongelijk verdeeld is. Vooral zittende huiseigenaren profiteren hiervan, terwijl koopstarters en jonge huurders - vooral in de vier grote steden - hun woonlastenratio's juist zagen stijgen. Verder blijkt dat jongere kopers en huurders hun ogenschijnlijk stabiele of dalende woonlasten deels realiseren door kleiner te wonen; als rekening wordt gehouden met woonoppervlakte, betalen zij juist steeds méér per vierkante meter. Hoewel de woonlastenratio's tussen 2019 en 2025 in het algemeen zijn gedaald, is het dus belangrijk een onderscheid te maken tussen deze groepen.
Achter dit beeld schuilt namelijk een steeds grotere kloof in betaalbaarheid en woonkwaliteit tussen groepen huishoudens in Nederland. Wie er profiteren op de huizenmarkt is steeds meer afhankelijk van leeftijd, woonvorm - koop of huur - en de regio waar iemand woont. Bij het ontwikkelen van nieuw beleid voor de woningmarkt moet hiermee expliciet rekening worden gehouden. Ook moet voor goed woonbeleid niet alleen worden gekeken naar de huizenprijzen, maar ook naar de kwaliteit van woningen."

