Huizen staan bijna dubbel zo lang te koop dan vier jaar geleden
Na het uitzonderlijk hoge verkooptempo van 2022 en de daaropvolgende jaren krijgt de woningmarkt opnieuw wat ademruimte. Vlaamse huizen staan dit jaar gemiddeld een week langer te koop dan in 2025. Tegenover 2022 is de verkooptermijn met 26 dagen toegenomen, bijna vier weken.Voor appartementen lijkt de sterke vertraging van vorig jaar voorlopig tot stilstand te komen. De doorlooptijd blijft in 2026 steken op 79 dagen. Dat is ook aanzienlijk trager dan tussen 2022 en 2024, toen de doorlooptijd rond de twee maanden schommelde.
"De snelheid van de vastgoedmarkt van 2022 tot 2024 was eerder uitzonderlijk", duidt Marjorie Vanbets, woordvoerder van Zimmo. "In de nasleep van de coronaperiode zorgden historisch lage rentevoeten, een sterke woonvraag en een beperkt aanbod ervoor dat woningen in recordtempo van eigenaar wisselden. Vandaag zien we opnieuw doorlooptijden die dichter aansluiten bij een normalere marktwerking. De hogere rente en gestegen woningprijzen spelen daarbij een belangrijke rol."

Brussel zwemt tegen de stroom in
Waar de doorlooptijden in Vlaanderen verder oplopen, gebeurt in Brussel net het omgekeerde.Appartementen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden in 2026 gemiddeld verkocht na slechts 33 dagen. Dat zijn er 19 minder dan een jaar geleden en het laagste niveau sinds 2022. Huizen volgen dezelfde trend: de gemiddelde doorlooptijd daalt er van 59 naar 43 dagen.
Ook opvallend is dat appartementen in Brussel sneller verkocht raken dan huizen. In Vlaanderen zien we net het omgekeerde beeld, met appartementen die gemiddeld 17 dagen langer te koop staan dan huizen.
"Brussel is in de eerste plaats een appartementenmarkt", zegt Marjorie Vanbets. "Waar een appartement in Brussel vandaag een gemiddelde vraagprijs van 390.000 euro heeft, loopt dat voor een huis op tot 695.000 euro. Het prijsverschil tussen appartementen en huizen is er veel groter dan in Vlaanderen. In combinatie met de sterke vraag naar wonen in de hoofdstad zorgt dat ervoor dat appartementen er vaak sneller verkocht raken dan huizen."
Oost-Vlaanderen is Vlaamse snelheidskampioen

Oost-Vlaanderen voert al jaren de rangschikking aan: met een gemiddelde doorlooptijd van 52 dagen staan huizen er tien dagen minder lang te koop dan het Vlaamse gemiddelde. Bovendien bleef de vertraging tegenover vorig jaar beperkt tot slechts vier dagen, de kleinste toename van alle provincies.
Ook op de appartementenmarkt behoort Oost-Vlaanderen tot de snelste provincies. Samen met Vlaams-Brabant noteert de provincie een gemiddelde doorlooptijd van 63 dagen, zestien dagen sneller dan het Vlaamse gemiddelde.
"Oost-Vlaanderen bewijst al jaren dat een snelle vastgoedmarkt niet noodzakelijk de duurste vastgoedmarkt hoeft te zijn", aldus Marjorie Vanbets. "De provincie combineert een brede vraag vanuit onder meer de regio Gent en de as naar Antwerpen en Brussel met een woningaanbod dat goed aansluit bij wat kopers zoeken. Daardoor blijven woningen er sneller van de hand gaan dan in de rest van Vlaanderen."
West-Vlaamse appartementen blijven uitschieter

Geen enkele Vlaamse provincie kent langere doorlooptijden voor appartementen dan West-Vlaanderen. Ondanks een verbetering tegenover vorig jaar staan appartementen er nog altijd 94 dagen te koop.
Dat heeft veel te maken met de kustmarkt, waar tweedeverblijven een belangrijke rol spelen. Kopers van een vakantieappartement ervaren doorgaans minder tijdsdruk dan wie een gezinswoning zoekt, waardoor het aankoopproces vaak langer duurt.
Op de huizenmarkt zien we dat effect veel minder. Met een gemiddelde doorlooptijd van 65 dagen bevindt West‑Vlaanderen zich daar in de middenmoot.
Limburg ziet sterkste vertraging
De sterkste vertraging van de doorlooptijd voor een huis vinden we in Limburg. Daar loopt de doorlooptijd op van 56 dagen in 2025 naar 71 dagen in 2026, goed voor een toename van vijftien dagen. Ook bij appartementen neemt de doorlooptijd toe, met twaalf dagen."Limburg wordt traditioneel gezien als een relatief betaalbare provincie, al zijn de prijzen er de voorbije jaren sterker gestegen dan in de meeste andere provincies. Mede daardoor lopen de doorlooptijden er sterker op. Tegelijk moeten we dit ook in een bredere context plaatsen: wat we vandaag zien, is vooral een terugkeer naar een normaler markttempo, ook in Limburg," besluit Marjorie Vanbets.

