Vastgoed

Verkoopgolf onder vastgoedbeleggers lijkt af te vlakken

Verkoopgolf onder vastgoedbeleggers lijkt af te vlakken
De afgelopen jaren besloten veel particuliere vastgoedbeleggers hun huurwoningen te verkopen. Veranderende regelgeving, hogere lasten en druk op het rendement zorgden ervoor dat uitponden voor steeds meer verhuurders aantrekkelijk werd. Nieuwe cijfers van het Kadaster wijzen er echter op dat deze verkoopgolf mogelijk over zijn hoogtepunt heen is. Daarmee ontstaat de vraag of de Nederlandse beleggingsmarkt langzaam een nieuwe fase ingaat.

Particuliere beleggers verkopen minder woningen

Uit de woningmarktcijfers over het eerste kwartaal van 2026 van het Kadaster blijkt dat investeerders nog altijd aanzienlijk meer woningen aan eigenaar-bewoners verkopen dan zij van deze groep aankopen. Per saldo ging het in het eerste kwartaal om ruim 4.500 woningen. De verschuiving van huur- naar koopwoningen zet daarmee voorlopig door.

Toch is er bij particuliere investeerders een opvallende verandering zichtbaar. Zij verkochten in het eerste kwartaal ruim 3.400 woningen aan eigenaar-bewoners. Volgens het Kadaster waren dat voor het eerst in drie jaar minder woningen dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Het Kadaster concludeert daarom dat de piek van de verkoopgolf onder particuliere investeerders mogelijk is bereikt.

Dat betekent overigens niet dat particuliere beleggers alweer massaal nieuwe woningen aankopen. Volgens dezelfde Kadaster-cijfers daalde hun aandeel in de Nederlandse woningvoorraad binnen een jaar van 3,6 naar 3,3 procent. Dat komt neer op ongeveer 25.000 woningen minder in handen van particuliere investeerders.

Professionele beleggers bewegen de andere kant op

Bij bedrijfsmatige investeerders ontstaat ondertussen een ander beeld. Het Kadaster registreerde in het eerste kwartaal van 2026 circa 2.700 verkopen van bedrijfsmatige investeerders aan eigenaar-bewoners. Tegelijkertijd kochten deze partijen ruim 900 woningen van eigenaar-bewoners terug.

Dat aantal aankopen lag duidelijk hoger dan een jaar eerder. Als mogelijke verklaring wijst het Kadaster onder andere op de verlaging van de overdrachtsbelasting voor woningen die niet als hoofdverblijf worden gebruikt. Sinds 1 januari 2026 geldt hiervoor een tarief van 8 procent, tegenover 10,4 procent daarvoor.

Ook het totale woningbezit van bedrijfsmatige investeerders nam licht toe. Volgens het Kadaster steeg hun aandeel van 5,6 naar 5,7 procent. Naast aankopen van bestaande woningen spelen daarbij ook nieuwbouw en transformatie een rol.

Van uitponden naar een nieuwe kopersmarkt?

De cijfers kunnen wijzen op een verschuiving binnen de vastgoedmarkt. Waar particuliere beleggers de afgelopen jaren relatief veel woningen afstootten, lijken professionele partijen weer actiever naar aankoopmogelijkheden te kijken.

Dat kan interessant zijn voor eigenaren die hun vastgoedportefeuille willen verkleinen of herstructureren. Daarbij hoeft een woning niet altijd eerst leeg te komen. Professionele vastgoedbeleggers zijn juist regelmatig geïnteresseerd in objecten die al verhuurd zijn. Voor eigenaren die hun beleggingspand verkopen, kan een actievere professionele kopersmarkt daardoor nieuwe mogelijkheden bieden.

Of de grote uitpondgolf daadwerkelijk ten einde komt, moet uit de cijfers van de komende kwartalen blijken. De eerste signalen van 2026 zijn in ieder geval opvallend: particuliere beleggers verkopen minder hard, terwijl bedrijfsmatige investeerders juist weer wat actiever aankopen. Daarmee lijkt de Nederlandse beleggingsmarkt voorzichtig op zoek naar een nieuw evenwicht.