De netto huurinkomsten bleven in het vierde kwartaal met 1,2% gelijk aan het derde kwartaal. Er trad een waardedaling op van 3,5%, tegen 0,0% in het derde kwartaal. Op jaarbasis kwamen de netto huurinkomsten uit op 5,1% en de waardegroei op -1,7%. Bij de voornaamste sectoren werd het hoogste rendement op kwartaalbasis behaald door winkels (-1,5%), gevolgd door woningen (-2,2%) en kantoren (-3,7%). De waardedaling bedroeg 2,9% voor de winkels, 3,0% voor de woningen en 5,2% voor de kantoren. De marktverhuur steeg in het vierde kwartaal met gemiddeld 1,0%. Op jaarbasis steeg de markthuur voor alle sectoren met gemiddeld 1,9%.
De gemiddelde aanvangsrendementen bedroegen in het vierde kwartaal 6,0%, tegen 5,7% in het derde kwartaal. Volgens directeur Aart Hordijk reageert de waardeontwikkeling van het beleggingsvastgoed met één tot twee jaar vertraging op verandering in de economische groei. De waardedaling van 3,5% in het vierde kwartaal is dan ook niet zo vreemd.
Gebaseerd op: Vastgoedmarkt

