Vastgoed

Privé-sector kan probleem huurwoningen oplossen

De huurprijzen van de sociale woningen zijn in tien jaar met 66% gestegen. Dat blijkt uit een rapport van Vlaams minister van Huisvesting Marino Keulen. Eén van de belangrijkste oorzaken van deze stijging is de samenstelling van de huurdersgroep. De laatste jaren zijn, vaak omwille van de financiële problemen van de verhuurmaatschappijen, steeds meer "begoede" huurders aangetrokken. Door het tekort aan sociale huurwoningen kunnen steeds minder mensen met een zeer laag inkomen een dergelijke woning bekomen. De BOUWUNIE heeft eerder al voorgesteld de privé-markt in te schakelen om dit probleem op te lossen. Naast het op peil houden van de klassieke sociale huisvesting kan de privé-markt voor het noodzakelijke surplus aan sociale woningen zorgen. Hiervoor moet deze privé-markt evenwel gestimuleerd worden. De belangrijkste vereiste hiervoor is de verlaging van het Btw-tarief voor de privé-bouw van sociale woningen van 21% naar 12%. Dit verlaagd Btw-tarief is nu al van toepassing op de erkende huisvestingsmaatschappijen.

Dat de huurprijzen van sociale woningen de laatste tien jaar fors gestegen zijn is voor de BOUWUNIE geen verrassing. De financiële problemen van de verhuurmaatschappijen enerzijds en het tekort aan sociale woningen anderzijds noopt deze maatschappijen tot het aantrekken van huurders met een hoger inkomen. Hierdoor worden de laagste inkomens steeds meer verdrongen uit de sociale huurwoningenmarkt. Volgens de BOUWUNIE kan enkel het afdoend stimuleren van de privé-markt voor de bouw van sociale huurwoningen dit probleem oplossen. Deze privé-initiatieven moeten als surplus gezien worden bovenop de klassieke sociale huisvesting die het belangrijkste onderdeel in het woonbeleid moet blijven.

De BOUWUNIE stelt daarom voor op kleinschalig niveau de privémarkt te stimuleren woningen te bouwen of bestaande woningen te renoveren om ze te verhuren aan erkende sociale huisvestingsmaatschappijen (SHM's) of OCMW's. Die kunnen deze woningen dan op hun beurt aan hun klanten verhuren en dit gedurende een minimumperiode van bijvoorbeeld 10 jaar. Aangezien het om sociale woningen gaat, moeten uiteraard bepaalde kwaliteitseisen gerespecteerd worden. Dit systeem kan de veelvuldig gelanceerde huurcheques doeltreffend vervangen. Deze cheques waren bedoeld om privé-eigenaars over de brug te krijgen hun woningen te verhuren aan sociale huurders. Door het voorstel van de BOUWUNIE kan de privé-verhuurder zeker zijn van de huurinkomsten? Daardoor zal de verhuurder tevreden zijn met een iets lagere huurprijs. De huurders van hun kant zullen, meer dan nu het geval is, kunnen rekenen op een minimumkwaliteit en onderhoud van de woning. Een SHM of OCMW is immers een sterkere tegenpartij voor een eigenaar dan een sociale huurder.

Een belangrijke vereiste om dit systeem te laten slagen is, volgens de KMO- bouworganisatie, de aanpassing van de BTW-voet voor deze projecten. Voor de bouw van dergelijke woningen zou het verlaagd BTW-tarief van 12% moeten gelden in plaats van de nu geldende 21%. 12% is het BTW-tarief nu door de overheid (sociale huisvestingsmaatschappij, gemeente, OCMW) betaald wordt voor de bouw van sociale woningen. Ook privé-investeerders in woningen bedoeld voor minder begoede bewoners, moeten, volgens de BOUWUNIE van dit gunstigere BTW - tarief kunnen genieten. Ook voor de voorziene PPS-projecten voor sociale huisvesting geldt in principe het gewone BTW-tarief van 21%. Hier zou de toepassing van het verlaagd tarief van 12% ook logischer zijn, zegt de beroepsorganisatie.

De BOUWUNIE dringt er bij de Vlaamse Regering tenslotte nog op aan blijvende aandacht te hebben voor de bouw van sociale koopwoningen. Er bestaat immers een doelpubliek niet in staat een eigendom te verwerven op de privémarkt, maar financieel wel in de mogelijkheid een sociale woning aan te kopen. Bovendien zorgen eigenaars beter voor hun eigen woning dan huurders, zo blijkt uit onderzoek. Dat komt dus de kwaliteit van het woningpark ten goede en zorgt voor een betere sociale mix.