Algemeen

Know-how wint het van nationaliteit bij keuze topmanager

Meer dan een halve eeuw na de oprichting van de Europese Unie, beginnen Europese bedrijven langzaam maar zeker buitenlandse managers in topposities te benoemen. De toenemende globalisering effent de weg voor managers met internationale ervaring en met persoonlijke ervaring met het integreren van werknemers en entiteiten met een verschillende culturele achtergrond. Omdat ook het kapitaal steeds verder globaliseert, kijken gelddorstige bedrijven naar capaciteiten eerder dan naar nationaliteit. Robert Polet, een Nederlander, staat aan het hoofd van het Italiaanse modehuis Gucci, de Spanjaard José Luis Dúran leidt de Franse supermarktketen Carrefour, de Fransman Patrick Cescau is de topman van het Nederlands-Engelse consumentenmiddelenconcern Unilever en de Ier Lindsay Owen-Jones is voorzitter van L'Oréal.

Europese bedrijven gaan dus op zoek naar managers met internationale ervaring, iets dat een aantal jaar geleden nog een zeldzaamheid was. 34 van de 100 bedrijven die de Britse beursindex FTSE 100 vormen worden geleid door CEO's die geen Britten zijn. In tegenstelling tot vroegere jaren, toen vooral op Angelsaksische basis werd gerecruteerd, staan naast 15 Amerikanen, nu ook 3 Fransen, een Zweed, een Spanjaard, een Indiër en een Kazak aan het hoofd van Engeland's meest succesvolle bedrijven. In Frankrijk worden 7 bedrijven van de CAC40 door een buitenlander geleid. In Duitsland hebben 5 buitenlandse CEO's het roer van een DAX30- bedrijf in handen. Tien jaar geleden was zo'n functie alleen voor Duitsers voorbehouden.

Toch is deze diversificatiebeweging amper begonnen, denken experts. Hebben de VS een lange traditie van buitenlandse CEO's, dan is dat in Europa niet evident. De meeste Europese bedrijven worden nog steeds geleid door een landgenoot-CEO. ‘Omdat taal en werkethiek van land tot land anders zijn, zeulen de meeste Europese bedrijven nog steeds ergens een notie van nationaliteit met zich mee', zegt Junko Takagi van de Essec business school in Parijs. In Italië staan slechts 2 buitenlanders aan het hoofd van één van de 40 bedrijven die de MIB-index vormen. ‘Die tendens vermindert,' zegt Luke Meynell van headhunter Russell Reynolds. ‘Zoek de beste man voor de job,' is steeds vaker de opdracht. Omdat de groeibeweging in de VS en Europa stokt worden de nieuwe markten cruciaal. Iemand met internationale ervaring maakt dus meer kans dan een ‘kostensnijder'.

Maar ook onder het CEO-niveau is de internationalisering aan de gang. Zo bestaat het management comité van Unilever uit een Fransman, twee Indiërs, een Zuid-Afrikaan en 2 Amerikanen. Geen Nederlanders, noch Engelsen in dit ooit Nederlands-Britse bastion, dus.
Build for Life