Het 230 hectare grote natuurdomein ontvangt jaarlijks duizenden jongeren voor verblijven, opleidingen en activiteiten en moderniseert zijn infrastructuur al meerdere jaren stap voor stap. De vernieuwing van de zes verblijfspaviljoenen maakt deel uit van die ruimere ontwikkelingsvisie.

Voor bouwheer Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme (ADJ), ontwerpers Architectenbureau Bart Dehaene en RAAMWERK, hoofdaannemer Beneens bouw en interieur en isolatiespecialist Tytgat draaide het om meer dan enkel een betere isolatiewaarde. De energetische renovatie van de zes paviljoenen moest ook kostenefficiënt en met biogebaseerde materialen gerealiseerd worden. En snel, wat wenselijk was omdat de renovatie moest gebeuren binnen een projectomgeving waarin verschillende aannemers gelijktijdig actief waren en meerdere uitvoeringsfasen elkaar overlapten.
De projectpartners kozen daarom voor een oplossing met nieuwe houten voorzetwanden, opgevuld met iQ3-cellulose-isolatie van ISOPROC. Die combinatie maakte het mogelijk om de bestaande gemetste gebouwen energetisch op te waarderen zonder ingrijpende structurele aanpassingen.
Voor de zes verblijfspaviljoenen werden in totaal 2.274 zakken iQ3-cellulose verwerkt. Daarmee werd ruim 2.400 m² aan dak- en wandoppervlakken geïsoleerd, goed voor ongeveer 600 m³ isolatiemateriaal. De daken kregen een isolatiedikte van 24 centimeter, terwijl de wanden werden voorzien van 18 centimeter cellulose.

Snellere plaatsing door inblazen
"Bij publieke renovatieprojecten speelt kostenefficiëntie vaak een doorslaggevende rol", vertelt Pieter Tytgat van Tytgat. "Cellulose biedt op dat vlak een concreet voordeel ten opzichte van klassieke isolatiematerialen zoals minerale wol. Doordat het isolatiemateriaal wordt ingeblazen – in dit geval in de dakspanten en nieuwe houten voorzetwanden achter de gevels, verloopt de plaatsing sneller, waardoor er minder arbeidsuren nodig zijn. Dat vertaalt zich rechtstreeks in een lagere uitvoeringskost per vierkante meter geïsoleerd oppervlak."Zeker wanneer meerdere gebouwen tegelijk gerenoveerd worden, loopt dat voordeel volgens ISOPROC snel op.
Efficiëntere werforganisatie
Beneens kon de houten voorzetwanden al voorbereiden tot aan het dampscherm voordat de isolatiewerken startten. "Daardoor ontstond geen wachttijd tussen de structuurwerken en onze isolatiewerken", aldus Pieter Tytgat.Isoleren met iQ3 levert dus ook een efficiëntere werforganisatie op, die er op haar beurt zorgt voor dat het totale budget beter onder controle kan worden gehouden. Naast de lagere plaatsingskost van de cellulose-isolatie zelf levert dus ook de bijbehorende efficiëntere werforganisatie een bijkomende economische meerwaarde op.

"Meer dan een duurzaamheidsverhaal"
"Met de renovatie van de zes paviljoenen bewijst De Hoge Rielen dat biogebaseerde materialen niet alleen vanuit duurzaamheidsoogpunt interessant zijn", vat ISOPROC het zelf samen. "De combinatie van houten voorzetwanden en cellulose-isolatie biedt ook voordelen op het vlak van bouwsnelheid, uitvoeringskost en werforganisatie."Ook SonIQ betrokken
Naast ISOPROC was met SonIQ nog een andere Houtconnect-partner bij het project betrokken. Het studiebureau begeleidde de renovatie op akoestisch vlak, van de studie tot en met de oplevering. Zo berekende SonIQ de akoestische prestaties van de scheidingswanden tussen de nieuwe slaapkamers, onderzocht het de geluidsoverdracht van de sanitaire technieken en het omloopgeluid via dak en houten voorzetgevels, en adviseerde het geluidsabsorberende afwerkingsmaterialen voor de nieuwe polyvalente zaal in elk paviljoen. Tijdens de uitvoering bleef SonIQ de aannemer ondersteunen met gericht advies. Controlemetingen na de oplevering bevestigden vervolgens de voorspelde prestaties, waardoor het gebouw voldeed aan alle vooropgestelde akoestische eisen én aan de eisen van de duurzaamheidsmeter GRO van de Vlaamse overheid.Lees meer interessante artikelen over houtbouw in ons Dossier Houtbouw of kijk op het platform Houtconnect.

