Isolatie

Groen wonen begint bij isoleren

Hoe beter een woning is geïsoleerd, hoe minder warmte er doorheen het dak, de vloer, de buitenmuren en vensters verloren gaat. Goed isoleren is sinds 1 januari 2006 overigens wettelijk verplicht: elke woning waarvoor een bouwaanvraag wordt ingediend, moet voldoen aan de energieprestatieregelgeving (EPB). Vanaf 1 januari 2010 wordt het belang van isoleren nog ingrijpender. Vanaf die datum verstrengt namelijk de EPB-regelgeving en wordt het maximale E-peil verlaagd van E100 naar maximum E80.

In een goed geïsoleerde woning kunnen de verwarmingskosten dalen met 30 tot 40 procent, en volstaat een verwarmingssysteem met een minder hoog vermogen. Correct aangebrachte isolatie verbetert bovendien de woonkwaliteit: tocht vermindert, wanden en vloeren voelen minder koud aan, en tijdens de zomer wordt het binnen niet te heet.

Isoleren is sinds enkele jaren ook wettelijk verplicht. Elke woning waarvoor in Vlaanderen een (ver)bouwaanvraag wordt ingediend, moet voldoen aan welbepaalde eisen op het vlak van thermische isolatie (het K-peil) en energieprestatie (het E-peil). Tevens moet de U-waarde van constructiedelen kleiner moet zijn dan welbepaalde een welbepaalde waarde, moet een ventilatiesysteem worden voorzien, en moet het risico op oververhitting in de zomer worden beperkt.

Op dit moment gebiedt de EPB-regelgeving:

Een maximaal K-peil van K45
Het K-peil is het totale isolatieniveau van een woning. Het houdt rekening met de warmteverliezen door de buitenmuren, het dak, de vloer en de vensters, en met de compactheid van de woning. Hoe lager het K-peil, hoe beter een woning is geïsoleerd en hoe minder warmteverliezen er zijn.

Een maximaal E-peil van E100
Het E-peil van een nieuwbouw niet hoger zijn dan E 100. Het E-peil is een maat voor het energieverbruik van een woning en de vaste installaties. Hoe lager het E-peil, hoe energiezuiniger het gebouw en zijn installaties. Het E-peil hangt af van:
- de warmteverliezen (isolatie, beglazing,…)
- de ventilatieverliezen
- het rendement van de verwarmingsinstallatie en de warmwaterproductie
- zonnewinsten
- interne warmtewinsten (verlichting, apparatuur, personen)
- het energieverbruik van pompen en ventilatoren

Maximale U-waarden
De U-waarde, uitgedrukt in W/m2K, staat voor de warmtedoorgangscoëfficiënt van een constructiedeel (ramen, dak, muren, vloeren…). Hoe lager de U-waarde van een constructiedeel, hoe minder warmte er doorheen dat constructiedeel verloren gaat. Volgens de huidige EPB-regelgeving mag de U-waarde van nieuwe, verbouwde of vervangen constructiedelen niet hoger zijn dan:
- voor dak of plafond naar een niet-geïsoleerde zolder: 0,4 W/m2K
- voor vensters, inclusief het schrijnwerk: 2,5 W/m2K
- voor het glas zelf: 1,6 W/m2K
- voor buitenmuren: 0,6 W/m2K
- voor vloeren op volle grond of boven een verluchte ruimte: 0,40 W/m2K
- voor deuren en poorten: 2,9 W/m2K
- voor ondergrondse wanden: 0,4 W/m2K

Strengere isolatie-eisen vanaf 1 januari 2010

Voor woongebouwen waarvoor vanaf 1 januari 2010 een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning wordt ingediend, wordt de EPB-regelgeving strenger.

Een eerste belangrijke wijziging is dat het maximale E-peil wordt verlaagd van E100 naar maximum E80. Om dat lagere E-peil te kunnen halen, zal de maximale U-waarde voor buitenmuren maximaal 0,40 W/m²K mogen bedragen. Voor daken en plafonds geldt vanaf 1 januari 2010 een maximale U-waarde van 0,30 W/m²K. Deze strengere U-waarden gelden voor zowel nieuwbouw als verbouwingen en uitbreidingen.

In de praktijk zal voor traditionele spouwmuren op zijn minst bijvoorbeeld 8 cm cellulose (met gecertificeerde λ-waarde 0,040 W/mK) moeten worden gebruikt. Voor houtskeletwanden zal minstens 10 cm cellulose (met gecertificeerde λ-waarde 0,040 W/mK) nodig zijn. Om voor hellende daken met spantopbouw de nieuwe maximumeis te behalen, zal met bijvoorbeeld minstens 15 cm cellulose (met λ-waarde 0,040 W/mK) moeten worden geïsoleerd.

De λ-waarde staat voor de warmtegeleidingscoëfficient of lambdawaarde, en geeft aan in welke mate een bepaald materiaal de warmte geleidt. Hoe lager de lambdawaarde, hoe beter een materiaal isoleert.

Ook koudebruggen worden belangrijker

Naast de verplichting om het dak en de muren beter te isoleren, is het voor dossiers met stedenbouwkundige vergunningsaanvraag vanaf 1 januari 2010 ook verplicht om koudebruggen in het K- en het E-peil in het rekenen. Het zal dus belangrijker worden om koudebrugarm te bouwen.

Koudebruggen zijn plaatsen in de isolatieschil waar de isolatie slechter is dan de omgevende wand, of waar de isolatieschil wordt onderbroken. Via deze koudebruggen gaat niet alleen veel energie verloren. Doordat op deze plaats de oppervlaktetemperatuur lager is, kan op de koudebrug lucht condenseren, en kunnen er vocht- en schimmelproblemen ontstaan. Door het bijkomende energieverlies door koudebruggen in te rekenen, zullen het K-peil en het E-peil verhogen. De toeslag zal ongeveer 3 tot 10 K-punten én ongeveer 3 tot 10 E-punten bedragen. Voor woongebouwen betekent de E-peilverstrenging naar E80 in praktijk bijgevolg een maximum E-peil tussen E70 en E77.

Welke maatregelen je kan nemen om een lager E-peil te realiseren, eveneens een inschatting van de impact van de diverse maatregelen op het E-peil, vind je op www.energiesparen.be/epb/pakketten en op www.energiesparen.be/epb/maatregelen.

foto: Arkana