De uitbreiding is geen klassieke aanbouw, maar een houtstructuur waarin architectuur, stabiliteit en circulariteit samenkomen. Het ontwerp bouwt voort op de vorm van het bestaande gebouw, waarvoor een windmolen als inspiratie diende. Sidati realiseerde de uitbreiding en Bollinger+Grohmann verzorgde de stabiliteitsstudie.
Café Trappisten is een bijhuis van de Abdij der Trappisten van Westmalle. Het ontstond in 1923 uit de ombouw van een kruidenierszaak tegenover het trappistenklooster. Het pand werd aanvankelijk voor een bescheiden geldsom, twee karren mest en één fles jenever gehuurd van de paters.
In 2008 kreeg het café een nieuw onderkomen pal achter het oorspronkelijke gebouw, dat tegen de vlakte ging. Dat nieuwe gebouw werd ontworpen door architect Paul van Aerschot, die zich inspireerde op een windmolen: het grondplan heeft een centrale toog en keuken en drie armen voor de verbruiksruimtes – elk genoemd naar een van de drie bekende Westmallebieren.
Omdat er dringend nood was aan meer ruimte en een betere toegankelijkheid van het café, mocht LAVA architecten die drie armen recent verlengen met aparte paviljoenen. Daarvan zijn er nu twee klaar. De derde uitbreiding volgt later.

Flexibiliteit en efficiënt materiaalgebruik
De beide paviljoenen hebben een hoofdstructuur van vier kolommen en vier liggers die de ruimte overspannen. Zowel de kolommen als de liggers zijn gemaakt van gelamelleerd larikshout. De vier grote gelamelleerde houten liggers vormen samen een zogeheten reciproke of wederkerige dakstructuur: de afzonderlijke liggers zijn te kort om de volledige vrije overspanning te maken en daarom loopt niet elke ligger afzonderlijk van steunpunt naar steunpunt, maar ondersteunt elke balk de volgende en wordt hij op zijn beurt door een andere ligger gedragen.Doordat de liggers hun lasten op elkaar afdragen, kon het aantal kolommen zo laag blijven. Dat maakt de ruimte flexibel inzetbaar en makkelijk aanpasbaar en zorgde bovendien voor materiaalbesparing. Wat ook bijdraagt aan hun flexibiliteit, is het feit dat de paviljoenen ook afzonderlijk kunnen functioneren dankzij grote schuifdeuren.
In elk paviljoen komen de liggers centraal samen rond de oculus, een opening in de structuur met een groot daklicht voor riante lichttoetreding – een sterk architecturaal element van de paviljoenen. Door de reciproke schikking van de vier liggers rond de centrale oculus ontstaat een patroon dat aan de wieken van een molen doet denken. Zo kreeg de windmolen die als inspiratie diende voor het bestaande café ook een constructieve vertaling in de nieuwe paviljoenen.

Zichtbare draagstructuur
De houten draagstructuur blijft zichtbaar en bepaalt zo mee de architectuur van de paviljoenen. De liggers tonen in de ruimte hoe de lasten van de ene balk op de andere worden overgedragen. Achter de ogenschijnlijk eenvoudige structuur gaat wel een nauwkeurige technische uitwerking schuil: de positie van de liggers, hun onderlinge aansluitingen, de krachtenoverdracht en de montagevolgorde hangen rechtstreeks met elkaar samen. Dat vergde een nauwe afstemming tussen LAVA architecten, Bollinger+Grohmann en Sidati bij de uitwerking van de details en verbindingen, evenals de voorbereiding van de montage. "Houtbouw vergeeft improvisatie op de werf amper", vertelt Sidati daarover. "Net daarom is het belangrijk om architectuur, stabiliteit en uitvoering van bij het begin goed op elkaar af te stemmen. Als architect, stabiliteitsingenieur en houtbouwer hun kennis samenleggen, blijkt hoeveel er met hout mogelijk is: van grote open ruimtes tot bijzondere draagstructuren die tegelijk materiaalzuinig en demonteerbaar zijn."In totaal ging ongeveer 35 m³ hout in het project. Ook buiten de hoofdstructuur van de nieuwe paviljoenen speelt hout een prominente rol. Onder de luifels en rond de lichtkoepels liggen kruiselings verlijmde drielaagse houten panelen op een houtskelet. Binnenin de paviljoenen zijn daarnaast ruwe eiken planken toegepast.
Omkeerbare verbindingen
Met hun flexibiliteit, aanpasbaarheid en het feit dat structurele keuzes het materiaalgebruik beperkten, vinken de twee paviljoenen verschillende principes van circulair bouwen af. Maar er is nog een belangrijke reden waarom ze circulair mogen worden genoemd: hun structuur is demonteerbaar dankzij omkeerbare verbindingen van hout en geanodiseerd aluminium. Het ontwerp hield dus niet alleen rekening met de huidige opbouw van de paviljoenen, maar ook met hun eventuele latere demontage en het hergebruik van de materialen.Duurzaam energetisch plaatje
In lijn met de focus op circulair bouwen zorgden LAVA architecten en SB Heedfeld, het ingenieursbureau dat instond voor de technieken, ook voor een duurzaam energetisch concept. Zo heeft het ontwerp uitkragingen die fungeren als zonwering en zorgen plafondstralers op lage temperatuur en warmtepompen voor een comfortabele binnentemperatuur.
Bekroond met Belgian Timber Construction Award
De grote focus op circulair bouwen en innovatieve technieken weerhield LAVA architecten er niet van een ontwerp te tekenen dat de historiek van het bestaande café respecteert. Zo is de door een vierendeelstructuur gedragen kroonlijst van beide paviljoenen uitgevoerd in metselwerk in claustraverband als knipoog naar de architectuur van het ontwerp van Paul van Aerschot.Het project werd bekroond met de eerste prijs in de categorie Uitbreidingen op de Belgian Timber Construction Awards 2024.


