Nieuwbouw

West-Vlaanderen heeft nood aan 28.000 extra woningen

De komende twaalf jaar is in West-Vlaanderen ruimte voor 28.000 extra woningen nodig. Vooreerst zal de bevolking verder toenemen met 36.000 inwoners. Hiervoor moeten er ongeveer 16.000 woningen bij komen. Daarnaast krijgt West-Vlaanderen er per jaar gemiddeld 1.000 tweede verblijven bij. Dat maakt 12.000 extra verblijven tegen 2020. Deze problematiek betreft vooral de kustgemeenten. De Vlaamse Confederatie Bouw en de Confederatie Bouw West-Vlaanderen dringen dan ook aan op extra woonruimte. Vooral in en rond de steden moet er meer woonruimte komen. Voor de kustgemeenten is een aparte aanpak vereist. Vooral aan de kust liggen de bouwgrondprijzen hoog en presteert de bouw ondermaats.

In de periode 1991-2007 zijn er in West-Vlaanderen ongeveer 68.000 gezinnen bijgekomen. Maar de plannen om voor deze gezinstoename in extra ruimte te voorzien – onder meer via de afbakening van de stedelijke gebieden – zijn nog altijd niet afgerond. Bovendien heeft de ruimtelijke planning tot nu toe geen rekening gehouden met het fenomeen van de tweede verblijven. Recent onderzoek door Idea Consult en WES heeft uitgewezen dat er tijdens de voorbije 18 jaar ongeveer 25.000 tweede verblijven zijn bijgekomen. Dit fenomeen gaat bijna uitsluitend de kustgemeenten aan.

Nieuwe bevolkingsgolf

Terwijl in de provincie nog onvoldoende ruimte is vrijgemaakt voor de huidige bevolking, staat een nieuwe bevolkingstoename voor de deur. In mei vorig jaar heeft het Planbureau zijn bevolkingsprognoses volledig herzien en een verdere stijging van de Vlaamse bevolking vooropgesteld. Voor gans Vlaanderen voorspelde het Planbureau een toename van het aantal inwoners met 470.000. Voor West-Vlaanderen zal de toename beperkt blijven tot 36.000 inwoners, wat neerkomt op circa 16.000 bijkomende gezinnen. Daarmee wordt West-Vlaanderen de provincie met de kleinste bevolkingstoename.

Dit impliceert toch nog altijd dat er in West-Vlaanderen voor de periode 2007-2020 extra ruimte moet komen voor circa 16.000 bijkomende woningen, bovenop de ruimte die voor de 68.000 bijkomende woningen uit de periode 1991-2007 moest worden gereserveerd. De Confederatie Bouw gaat ermee akkoord om deze woningen grotendeels in de stedelijke gebieden te laten ontwikkelen. Maar dan moet de overheid nog meer dan nu inzetten op de grootschalige vernieuwing van de stadscentra en tegelijk op de ontwikkeling van nieuwe woongebieden rondom deze centra.

Vorig jaar hebben een aantal parlementsleden vooral onder impuls van de situatie in West-Vlaanderen een resolutie goedgekeurd waarin zij voor de vrijwaring van het buitengebied hebben gepleit. Maar als oplossing schoven zij enkel de bescherming van dorpskernen en dorpslandschappen naar voor. Als de overheid het West-Vlaamse buitengebied van verdere bebouwing wil vrijwaren, moet zij vooral werk maken van een versterking van de steden. Dit element ontbrak volledig in de tekst van de resolutie. Enkel via een doorgedreven stadsontwikkeling zullen de prijzen voor bouwgronden, huizen en flats in West-Vlaanderen betaalbaar blijven.

Als het aantal tweede verblijven tijdens de volgende twaalf jaar met duizend per jaar blijft stijgen, zoals tijdens het voorbije decennium, moet men voor de periode tussen 2007 en 2020 rekening houden met nog eens 12.000 extra woningen, bovenop de 16.000 extra woningen die voor de eigen West-Vlaamse bevolking zijn vereist. Daarvoor zal men vooral in de kustgemeenten een oplossing moeten zoeken. Volgens de Confederatie Bouw is het duidelijk dat de huisvesting in deze gemeenten een aparte aanpak vereist.

Kustgemeenten

Op dit ogenblik liggen de bouwgrondprijzen in West-Vlaanderen hoger dan gemiddeld in Vlaanderen en presteert de West-Vlaamse bouwsector minder dan gemiddeld in Vlaanderen. Bouwgrond kost in Vlaanderen gemiddeld ongeveer 200 euro per m² maar in West-Vlaanderen gemiddeld 250 euro per m².

Achter het hoge gemiddelde voor West-Vlaanderen gaan echter belangrijke lokale verschillen schuil. In de kustgemeenten en in de regio rond Brugge ligt de bouwgrondprijs door de bank genomen hoger dan 250 euro per m². Koploper op dit vlak is de gemeente Knokke-Heist waar de bouwgrond gemiddeld 1.000 euro per m² kost, vijf maal meer dan het Vlaamse gemiddelde. In de gemeenten van de Westhoek daarentegen bedraagt de bouwgrondprijs doorgaans minder dan 150 euro per m².

Ook op het vlak van de bouwactiviteit bestaat er een essentieel onderscheid tussen de gemeenten aan de kust en de andere West-Vlaamse gemeenten. Voor de provincie West-Vlaanderen in haar totaliteit zijn de vergunningen voor de bouw van huizen en flats van 2002 tot 2005 gemiddeld met 26% gestegen. Vlaanderen deed het toen gemiddeld heel wat beter dan West-Vlaanderen. Van 2002 tot 2005 steeg het aantal vergunningen voor nieuwe appartementen in Vlaanderen maar liefst met 46% en voor huizen met 33%. Bovendien was de terugval in de periode nadien (van 2006 tot medio 2008) in West-Vlaanderen scherper dan in Vlaanderen, met name voor de appartementsbouw.

De minder dan gemiddelde prestaties voor de West-Vlaamse bouw zijn wel volledig aan de kustgemeenten te wijten. Zo is het opvallend dat het aantal bouwvergunningen voor nieuwe woningen in de kustgemeenten tijdens de jaren 2002-2005 stagneerde terwijl de bouwactiviteit overal elders fors toenam. In de West-Vlaamse gemeenten die niet aan de kust zijn gelegen, steeg het aantal bouwvergunningen voor nieuwe woningen tijdens die periode maar liefst met 68%. In de niet-kust gemeenten was de daling in de jaren nadien ook relatief beperkt. Om een goed zicht op de West-Vlaamse bouw- en vastgoedsector te krijgen moet men de cijfers voor de kustgemeenten en voor de overige West-Vlaamse gemeenten apart bekijken. Het gaat om twee totaal verschillende markten.

In 2002 namen de kustgemeenten in West-Vlaanderen nog ongeveer 60% van het totaal aantal vergunningen voor nieuwe woningen voor hun rekening. In 2007 was dit aandeel gedaald tot 46%. De lagere bouwprestaties van de kustgemeenten zijn onverbrekelijk verbonden met de hogere bouwgrondprijzen in deze gemeenten.

In West-Vlaanderen vertonen de kustgemeenten zowel op het vlak van bouwactiviteit als op het vlak van vastgoed een apart profiel, of zij volgens het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen nu tot het stedelijk dan wel tot het buitengebied behoren. Vandaar dat de overheid voor de kustgemeenten een apart ruimtelijk beleid moet voeren.

Het fenomeen van de tweede verblijven doet zich trouwens ook haast uitsluitend in de kustgemeenten voor. Door de toenemende vergrijzing in Vlaanderen en het groeiend aantal kapitaalkrachtige senioren zal dit fenomeen de komende jaren op de kustgemeenten een blijvende stempel drukken.