Nieuwbouw

Voor vervangende nieuwbouw BTW-tarief van 6% toepassen

Zopas heeft de federale regering besloten om het BTW-tarief van 21% tot 6% te verlagen voor nieuwbouwprojecten in achtergestelde wijken. De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) juicht deze maatregel toe. Volgens de VCB is het wel belangrijk dat het verlaagd BTW-tarief van 6% ook geldt voor vervangende nieuwbouw. Zij heeft namelijk vastgesteld dat heel wat achtergestelde buurten een dusdanige lage woonkwaliteit kennen dat zij niet meer kunnen worden gered door een renovatie woning per woning. Enkel sloop en vervangende nieuwbouw zullen voor een heropleving kunnen zorgen. Ook hiervoor moet een BTW-tarief van 6% van toepassing zijn.

Voor de renovatie van verloederde buurten is een renovatie huisje per huisje ontoereikend. De meeste kwaliteitsvolle panden werden intussen gerenoveerd. De renovatie is op haar grenzen gestoten. Het aantal vergunningen voor woningrenovaties blijft de laatste jaren schommelen rond 18.000 per jaar. In vergelijking met het topjaar 2003 met 19.700 vergunningen is het aantal vergunde woningrenovaties er zelfs sterk op achteruitgegaan.

Verder stelt de VCB vast dat jonge gezinnen met kinderen nog altijd uit de steden weg blijven. De lage kwaliteit van het huidige woningpatrimonium, met name in wijken met voormalige arbeiderswoningen, schrikt hen af. Enkel afbraak en vervangende nieuwbouw kunnen ervoor zorgen dat in deze wijken opnieuw woningen komen die beantwoorden aan de actuele behoeften aan ruimte en comfort van gezinnen met kinderen.

De verloedering van bepaalde stadsbuurten is vaak het gevolg van een jarenlange neerwaartse spiraal, waarbij beter bemiddelde gezinnen deze wijken stelselmatig de rug toekeren. Een verlaagd BTW-tarief van 6% voor sloop- en wederopbouwkosten die met vervangende nieuwbouwprojecten gepaard gaan, moet deze neerwaartse spiraal kunnen doorbreken.

De grote steden tellen het hoogste aandeel minder gegoede gezinnen. In Antwerpen en Gent heeft maar liefst 21% van de bewoners een jaarinkomen van amper 10.000 euro. Precies in de stadscentra is dus een extra financiële impuls van de overheid nodig om de meest verloederde wijken er weer bovenop te krijgen.

Bovendien bestaat in Vlaanderen al jarenlang de paradoxale situatie dat de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing in de rijkere randgemeenten tussen 900 à 1.000 schommelen en in Antwerpen, Gent en de grootste steden 1.400 en meer bedragen. De gemeentelijke vastgoedfiscaliteit drukt dus het zwaarst op de zwakste schouders. Ook deze situatie zet een demper op de binnenstedelijke vernieuwing. Zij werkt de stadsvlucht van jonge gezinnen met nog een klein beginkapitaal in de hand.

De toepassing van een lager BTW-tarief van 6% voor sloop- en wederopbouwwerken in achtergestelde stadswijken is een belangrijk instrument om de zwaardere vastgoedfiscaliteit in de steden te compenseren.

Marc Dillen, Directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw