Nieuwbouw

VCB raamt onderhoud voor schoolgebouwen op 350 miljoen

Door de te krappe middelen op de reguliere begroting worden schoolgebouwen nu onvoldoende onderhouden. Ze zijn dan ook snel uitgeleefd waardoor al na tien jaar vaak grondige renovaties moeten gebeuren. Begin 2007 komen de eerste aanbestedingen voor de alternatief gefinancierde inhaalbeweging voor schoolinvesteringen op gang. Deze aanbestedingen zullen volgens de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) tot een veel beter gebouwenonderhoud en een gezondere klasomgeving leiden. De VCB schat de totale onderhoudskosten op 350 miljoen euro. Hierdoor ontstaat een nieuwe gespecialiseerde markt die goed is voor ongeveer 4.500 manjaren werk in de bouw en in bouwverwante bedrijven.

Het onderhoud van schoolgebouwen is momenteel ondermaats. Het gebeurt doorgaans slechts sporadisch, meestal nadat zich een of ander defect heeft voorgedaan. Voor een doorgedreven onderhoud van hun gebouwen beschikken de scholen trouwens over onvoldoende middelen. Vandaar ook dat de Vlaamse scholen niet beschikken over een langetermijnplanning voor hun onderhoudswerken en onvoldoende zicht hebben op hun onderhoudsbehoeften op lange termijn.

Bij de geplande inhaaloperatie voor de scholenbouw die mede met private middelen wordt gefinancierd, zal dit veranderen. De private sector zal immers onderhoudsverplichtingen over dertig jaar moeten dragen. Volgens de VCB zal deze verplichting van in de ontwerpfase tot betere schoolgebouwen leiden. Ten gevolge van hun onderhoudsverplichtingen op lange termijn zullen de private partners ervoor zorgen dat het concept als dusdanig op termijn tot zo weinig mogelijk onderhoudskosten leidt.

Voor de onderhoudsverplichtingen die de private sector zal moeten dragen, zal de overheid duidelijke eisen gaan stellen. Die zullen op hun beurt vertaald worden in concrete onderhoudsprogramma’s. De afkorting SLA’s (Service Level Agreements) is hier het sleutelwoord. SLA’s geven aan welke diensten de scholen van de private partners precies verwachten. Via SLA’s zal de overheid bepaalde niveaus van verwarming, ventilatie en verlichting, de onderhoudsfrequentie, de interventietermijnen enz. voorschrijven. Met dit instrument zal zij op een meetbare wijze bepalen welke diensten de private firma’s op het vlak van onderhoud moeten leveren. De firma’s die voor het onderhoud instaan, zullen hierop worden afgerekend. Als zij te lage prestaties leveren, zullen zij ook een lagere vergoeding krijgen.

Via de SLA’s zal in de nieuw op te richten en de te renoveren schoolgebouwen een continu comfortniveau worden gegarandeerd. Dit is nu niet het geval. Zo worden de meeste klaslokalen momenteel onvoldoende geventileerd. Telkens de lessen van start gaan, gaat de curve van de CO2-uitstoot door de adem van leerkracht en leerlingen al zeer vlug de maximumgrens van 1.200 ppm overschrijden. De alternatief gefinancierde inhaaloperatie die begin 2007 van start gaat, zal het voordeel bieden dat het onderhoud van schoolgebouwen daarbij systematisch wordt aangepakt. De leeromgeving in de schoolgebouwen zal er zo sterk op verbeteren.

Dit blijkt ook uit de ervaringen met publiek-private samenwerking (PPS) voor scholen in Ierland en Schotland. De schoolgebouwen die in deze regio’s via PPS worden opgericht, zitten qua ontwerp beter in elkaar en worden ook beter onderhouden dan de scholen die tot nu toe via de reguliere begroting werden gefinancierd.

Op de studienamiddag die de VCB vanmiddag hierover organiseert samen met Story Publishers, is dit duidelijk tot uiting gekomen in de toespraken van de PPS-managers uit Ierland en Schotland. De studienamiddag had als belangrijkste doel het dienstenniveau dat in de nieuwe en te renoveren scholen moet komen, zo duidelijk mogelijk te definiëren. Op dit vlak kan heel wat lering worden getrokken uit de Ierse en Schotse ervaringen.