Hoewel vrouwen in de bouw nog steeds minder dan 1 op 10 van alle zelfstandigen vertegenwoordigen, stijgt hun aandeel sinds 2020 gestaag van 5,6% naar 6,3%. Tegelijk blijft het verschil tussen de statuten groot: bij de bedienden is ruim 35,7% vrouw, terwijl vrouwelijke arbeiders slechts 1,3% uitmaken. De cijfers tonen aan dat vrouwelijk ondernemerschap in de bouw aan terrein wint, ondanks een lichte daling van het totale aantal vrouwen in de sector.
Sinds 2020 zijn er nu zelfs bijna een procent meer vrouwelijke zelfstandigen (van 5,6% naar 6,3%). "Het vrouwelijk ondernemerschap groeit in alle sectoren gestaag, ook in de bouw. Al blijft het aandeel vrouwelijke zelfstandigen in de bouwsector klein. Is over alle sectoren heen ruim 1 op 3 zelfstandigen een vrouw, dan is dat in de bouw minder dan 1 op 10.
De bouw is dus nog altijd vooral een mannenbastion, maar wel een waar vrouwen langzamerhand binnendringen", zegt Twain De Hondt, directeur studiedienst bij Bouwunie. Ook positief, steeds meer meisjes kiezen voor een bouwopleiding. Zo steeg het aantal meisjes in de derde graad van het secundair bouwonderwijs in het schooljaar 2024-2025 van 4,9% naar 6,1%.
"De verdere vervrouwelijking van onze sector lijkt dus verzekerd". De bouworganisatie benadrukt dat de bouwsector voor iedereen, mannen én vrouwen, een aantrekkelijke sector is om in te werken. "Voor elk profiel bestaat een job", aldus Bouwunie. "Zeker ook door zijn professionalisering, digitalisering en innovatie is onze sector toegankelijker geworden. De bouw staat zeker niet langer synoniem voor vuil en fysiek werk. En als die perceptie toch nog leeft, dan moeten we die doorbreken".
In aandeel bleef het aantal vrouwen stabiel, maar in absolute aantallen telt de bouwsector evenwel zo'n 1.000 minder vrouwen dan vorig jaar (van 28.155 vorig jaar naar 27.168).


