Algemeen

Nederlandse bouw groeit duidelijk sneller dan rest van Europa

Nederlandse bouw groeit duidelijk sneller dan rest van Europa
Terwijl de Europese bouwmarkt slechts voorzichtig herstelt, laat de Nederlandse bouwsector een opvallend sterkere groei zien. Volgens het nieuwste Atradius rapport stijgt de bouwproductie in Nederland de komende jaren fors, met verwachte toenames van 2,5 procent in 2026 en 4,5 procent in 2027. Daarmee presteert de Nederlandse bouwsector aanzienlijk beter dan veel andere Europese landen, waar de woningbouwproductie vorig jaar nog kromp en het herstel beperkt blijft.

De Europese bouwmarkt laat weliswaar opnieuw groei zien, maar het tempo blijft gematigd. Atradius signaleert dat verschillende landen nog worstelen met hoge financieringskosten, afbouw van stimuleringsmaatregelen en eerdere productiedalingen. Tegen die achtergrond springt Nederland eruit met een zichtbare opleving van de bouwproductie, al waarschuwt de kredietverzekeraar dat netcongestie, personeelstekorten en het stikstofprobleem de groei op langere termijn kunnen afremmen.

Duitse versnelling als les voor Nederlandse bouw

Na jaren van krimp lijkt de Duitse bouwsector de weg voorzichtig weer naar boven te vinden. Zo wordt dit jaar een bescheiden herstel (+1,4 procent) verwacht. De Duitse regering heeft een pakket stimuleringsmaatregelen - de zogenoemde 'Bau-Turbo' - afgekondigd om de bouwsector te ondersteunen. Door vergunningsprocedures te versnellen, wordt woningbouw gestimuleerd en moeten infrastructurele projecten sneller van de grond komen. Doordat bestaande achterstanden nog moeten worden weggewerkt, zijn de effecten van deze maatregelen nog niet echt zichtbaar. Volgens Atradius wijst echter alles erop dat dit gaat veranderen. Zo gaat de Duitse bouwsector in 2026 waarschijnlijk met 1,4 procent groeien en staat in 2027 zelfs een groei van 5,5 procent in het vooruitzicht. Zowel de civiele techniek als utiliteitsbouw profiteren van het Duitse stimuleringspakket.

In Nederland hebben overheidsmaatregelen al eerder tot positieve effecten geleid, maar de woningbouwproductie ligt nog altijd onder het niveau van circa 100.000 woningen per jaar dat nodig is om het structurele tekort terug te dringen. Wel zit het aantal opgeleverde nieuwbouwwoningen sinds vorig jaar in de lift: van 68.000 in 2025 naar 80.000 in 2026 en 84.000 in 2027. De utiliteitsbouw blijft onder druk staan, terwijl infrastructurele projecten profiteren van energiegerelateerde investeringen. "Dat de bouw weer aantrekt is positief, maar met deze volumes komen we niet uit de wooncrisis," benadrukt Edwin Kuhlman, Hoofd Acceptatie Atradius Nederland. "Willen we richting 100.000 woningen per jaar, dan moet de overheid niet alleen investeren, maar vooral aan de aanbodkant versnellen. Duitsland laat zien dat snellere en eenvoudigere procedures direct kunnen doorwerken in hogere bouwproductie. Zonder zulke structurele ingrepen dreigt het herstel in Nederland snel zijn plafond te bereiken, terwijl de bouwopgave juist alleen maar groter wordt."