De klacht draaide rond de indiening van een aanvraag tot omgevingsvergunning zonder mandaat van de eigenaar, waarbij volgens Voka Oost-Vlaanderen sprake zou zijn van misleiding en strijd met de waardigheid van het beroep. Na onderzoek oordeelde de Orde van Architecten dat de betrokken architecten binnen de geldende regelgeving en deontologie handelden en geen fout begingen.
Context van de klacht
De klacht had betrekking op het indienen van een aanvraag tot omgevingsvergunning voor de verbouwing van de voorgevel van het hoofdkantoor van Voka Oost-Vlaanderen in Gent door de betrokken architecten. Volgens de klagende partij gebeurde dit zonder haar medeweten of mandaat als eigenaar van het gebouw.
Volgens de klacht zouden:
- het publiek en de overheid zijn misleid;
- de betrokken architecten hebben gehandeld in strijd met de waardigheid van het beroep;
- geen geldige opdracht of bouwprogramma hebben voorgelegen;
- de architecten zich ten onrechte als gevolmachtigde van de eigenaar hebben voorgesteld.
Onderzoek en beoordeling
Het Bureau heeft de klacht onderzocht en beide partijen gehoord.Na onderzoek werd vastgesteld dat:
- In de vergunningsaanvraag en bijhorende stukken nergens werd gesteld dat de architecten eigenaar of gevolmachtigde van de eigenaar waren. De stukken vermeldden uitsluitend "de aanvrager".
- Uit de plannen duidelijk bleek dat de aanvraag kaderde in een ruimer academisch project waarin aandacht werd gevraagd voor ruimtelijke vraagstukken in een stedelijke context.
- De regelgeving in het Vlaams Gewest toelaat dat een persoon een omgevingsvergunning aanvraagt voor een perceel waarvan hij of zij geen eigenaar is. Het akkoord van de eigenaar is daarbij niet vereist.
- Het indienen van een vergunningsaanvraag met het oog op het maatschappelijk debat over ruimtelijke kwaliteit en de beleving van de openbare ruimte verenigbaar is met de maatschappelijke rol van de architect.
- Het verkrijgen van een omgevingsvergunning op zich geen verplichting inhoudt om de vergunde werken effectief uit te voeren.
Beslissing
Op basis van het gevoerde onderzoek besloot het Bureau dat geen deontologische inbreuk werd begaan door de betrokken architecten.De Orde van Architecten waakt over de integriteit, onafhankelijkheid en waardigheid van het beroep. Deze beginselen werden hier niet geschonden.
De Provinciale Raad Oost-Vlaanderen onderstreept dat architecten, met respect voor regelgeving en deontologie, een legitieme en waardevolle rol kunnen vervullen in het kritisch bevragen en verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van onze omgeving. Daarmee zijn zij een onmisbare partner in het maatschappelijke debat over de ontwikkeling en toekomst van onze steden en gemeenten.
Als onafhankelijke tuchtinstantie beoordeelt de Orde van Architecten elke klacht autonoom en objectief, steunend op de voorliggende feiten en stukken en de toepasselijke regelgeving. De kosten van het tuchtonderzoek worden gedragen door de Orde van Architecten.

