Kerk Firminy gereed: Corbu's oeuvre nu compleet?

24 november 2006 Bron: ArchitectenWerk
Ruim 42 jaar na de dood van Le Corbusier [1887-1965] - de meest invloedrijke architect van de twintigste eeuw - is zijn laatste kerkgebouw voltooid. Het betreft hier de Eglise St-Pierre in Firminy [een forensenstadje vlakbij St-Etienne] die aanstaand weekeinde officieel wordt geopend. Le Corbusier bouwde tijdens zijn leven twee kerken, de kapel in Ronchamp en de Kloosterkerk van La Tourette, beide wereldberoemd en reeds lange tijd bekende bedevaartsplaatsen voor architecten.
Firminy heeft na Parijs en Chandigarh en Ahmdebad in India wellicht de hoogste 'Corbusier-dichtheid' en voor het gemak laten we dan het Zwitserse La Chaux de Fonds, waar veel jeugdwerk van hem staat, even buiten beschouwing. In Firminy staan nu vier gebouwen van de hand van Le Corbusier. Nog tijdens zijn leven kwam in 1965 het cultuurcentrum gereed, een gebouw met een bijzonder hangdak. In 1968 werd de UnitÚ als groot woongebouw opgeleverd en weer een jaar later was het atletiekstadion klaar.



De kerk, het stadion [zie foto hierboven] en het cultuurhuis [zie foto rechts hieronder] vormen een ensemble waar eigenlijk ook nog een zwembad bijhoort naar ontwerp van Andre Wogensky, voormalig partner van Corbusier. Deze zijn alle gesitueerd in een voormalige mijnafgraving en uitgevoerd in schone beton middenin een omgeving met veel banlieu-achtige hoogbouw. Bij de opdrachten aan Le Corbusier speelde de toenmalige burgemeester Claudius-Petit een grote rol. Deze was tijdens een bootreis naar New York in 1946 bevriend geraakt met de architect, hoewel ze elkaar al twee jaar eerder hadden leren kennen.



De eerste schetsen voor de kerk dateren uit juni 1961, Le Corbusier was toen 73 jaar. Hiervoor greep de architect terug op een schets voor een kerk die hij in 1929 tekende voor Le Tremblay. Het idee uit 1961 doet denken aan de koeltoren voor een fabriek en heeft een vierkante plattegrond die hogerop overgaat in een cirkel. Vanaf de start was ook JosÚ Oubrerie als assistent bij het project betrokken. Van het gebouw zijn vele schetsen en een enkele maquette bewaard gebleven. Lopende de ontwerptijd is het gebouw asymmetrisch van vorm geworden en de enorme kegel werd lager. Tot aan 1964 heeft Corbusier nog aan zijn plan kunnen werken.



Na zijn dood heeft Oubrerie zich intensief met het project bezig gehouden. Uiteindelijk startte de bouw pas in maart 1970. Na een tijdje is de bouw weer gestopt, opnieuw gestart, en ging de aannemer uiteindelijk failliet. Jarenlang stond er een half afgebouwde klomp beton waaruit op vele plaatsen roestige wapening stak. Begin jaren negentig zag ik het gebouw voor het eerst in zijn toen nog ru´neuze staat.
Als je nu het afgebouwde resultaat bezoekt, biedt het bij binnenkomst al direct een ruimtelijke ervaring, een werkelijke 'promenade architecturale'. Je benadert het gebouw via een half cirkelvormige hellingbaan. Via de hoofdingang kom je onder het balkon binnen [de kerkzaal in de 'kegel' heeft een theaterachtige opbouw met een balkon].



Het koor en het altaar bevinden zich gewoon op vloerniveau en niet zoals meestal flink verhoogd. De ruimte deed mij sterk denken aan de vergaderzaal van het parlementsgebouw in Chandigarh, maar wel een stuk intiemer. Vooral het binnenvallende natuurlijke licht in het gebouw is heel bijzonder. Onder de kerkzaal zijn enkele verdiepingen met zalen, vergaderruimten etcetera gesitueerd. Of het gebouw ooit als 'Godshuis' zal worden ingewijd is trouwens nog sterk de vraag. De afbouw is bekostigd door de stadsregio en gaat nu een museum herbergen. Over verhuur aan de katholieke kerk wordt nog gesproken, naar ik begreep.
De verwachtingen die ik had toen ik onderweg was naar het gebouw waren niet zo hoog gespannen, maar dat bleek onterecht. Wel vraag ik me af of het beton (binnen en buiten) er zo perfect had uitgezien als Corbusier zelf bij de uitvoering betrokken was geweest, het is echt super glad gemaakt. Als je dat vergelijkt met bijvoorbeeld de crypte van La Tourette (op dit moment in restauratie!) - eveneens een taps toelopende vorm (maar heel ruw gemaakt waarbij het bekistinghout goed zichtbaar bleef) - is het verschil groot: imperfectie was immers een kenmerk van Corbusiers naoorlogse architectuur. Wellicht dat de rol van Oubrerie hier zichtbaar wordt. Overigens vermoedt ik dat Oubrerie hier een eigen aandeel in het auteursschap zou kunnen opeisen en mijn vraag is dan ook of dit nog wel een echte Corbusier is? Oubrerie is medio jaren zeventig naar de USA verhuisd waar hij hoogleraar is, maar hij bleef steeds betrokken bij de bouw van de kerk. Het Miller House is vermoedelijk Oubrerie's bekendste werk (o.a. gepubliceerd in GA houses nr 35) waarin de invloed van zijn voormalig werkgever nog goed zichtbaar is.



In 1965 verscheen - vrijwel op de dag van zijn dood - het zevende deel van Corbusiers verzamelde werk, het zogenaamde Oeuvre ComplŔte waarin de uitgever aankondigt dat het tevens het laatste deel zal zijn. In dit boek zijn vier bladzijden aan de kerk in Firminy gewijd. Tenslotte komt er in 1969 nog een achtste en laatste deel uit. Na zijn dood zijn meerdere gebouwen door anderen in zijn naam (af)gemaakt; in 1980 nog een gebouw in Bagdad. Vermoedelijk zal deze Eglise St-Pierre wel een van de allerlaatste zijn.
In dit geval wel een heel verrassend en bijzonder slot.
  • Bouw & Wonen Partners:
  • Recticel
  • Wienerberger
  • Credishop
  • Loxone
  • bouwinfo