Nieuwbouw

800 miljoen extra ook voor de bouw

De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) vraagt aan minister-president Peeters om een deel van de 800 miljoen euro die hij voor het aanzwengelen van de Vlaamse economie wil lenen, te besteden aan de bouw. De VCB heeft berekend dat er in bouw- en bouwverwante activiteiten de komende jaren zo’n 24.000 groene jobs kunnen bijkomen die tot een duurzaam economisch herstel leiden. Het normale spel van vraag en aanbod heeft ervoor gezorgd dat bouwinvesteringen reeds in belangrijke mate duurzaam geworden zijn. Als de Vlaamse overheid deze tendens versterkt, kan de opgebouwde knowhow al snel tot spectaculaire resultaten leiden op het vlak van innovatie en export.

Ondanks de crisis heeft de tewerkstelling in de bouw nog relatief goed standgehouden. Volgens de laatste statistieken zou de Vlaamse bouw nu opnieuw zo’n 101.000 arbeiders tellen. Dit heeft onder meer te maken met het feit dat de bouw de laatste jaren de kaart van de duurzame ontwikkeling heeft getrokken. Wij staan samen met Nederland aan de wereldtop wat betreft de recyclage van bouw- en sloopafval. De Vlaamse bodemsaneerders zijn wereldwijd actief. Steeds meer woningbouwers ontwerpen uiterst energiezuinige woonconcepten. Al deze activiteiten genereren heel wat jobs in eigen land. De VCB schat het aantal groene jobs in de bouwbedrijven zelf nu al op 8.000 en in bouwverwante bedrijven nog eens op 8.000.

Deze ontwikkelingen zijn er grotendeels gekomen onder invloed van de markt. Vlaanderen is nu eenmaal een grondstofarme en dichtbevolkte regio zonder eigen energiebronnen. Daardoor gaat de markt al vanzelf bedrijven stimuleren tot het hergebruik van recyclageproducten, tot de sanering van verontreinigde terreinen en tot energiebesparingen. Om de groene bouweconomie in Vlaanderen te ondersteunen hoeft de Vlaamse regering geen volledig nieuwe markt aan te boren. Het volstaat dat zij de bestaande groene bouweconomie op gerichte manier versterkt.

De VCB vraagt onder meer dat de Vlaamse overheid extra zou investeren in de creatie van eigen knowhow en productiecapaciteit op het vlak van energiebesparing en alternatieve energie. Op dit vlak bevinden wij ons nu nog vaak in de situatie dat wij geavanceerde producten moeten invoeren, bijvoorbeeld bij de oprichting van passiefgebouwen en bij de installatie van warmtepompen. Het materiaal daarvoor komt nu grotendeels uit Duitsland en Oostenrijk. Eigen schrijnwerkers en glasproducenten hebben het zonder overheidssteun moeilijk om eigen duurzame productie op gang te brengen. Op dit vlak ontmoeten aanbod en vraag elkaar nog onvoldoende op de Vlaamse markt.

Maar de VCB vraagt niet alleen dat de Vlaamse overheid zelf meer in duurzame bouwwerken zou investeren, zoals Keynes destijds voorstelde. In het eco-Keynesiaans beleid dat de VCB voorstelt, is het even belangrijk dat de overheid een stimulerend kader schept waarbinnen de markt zelf maximaal naar duurzame oplossingen zal zoeken. Dat is mogelijk door bijvoorbeeld op het vlak van duurzaam bouwen duidelijke betrouwbare certificaten in te voeren, in overleg met de sector nieuwe haalbare doelstellingen voor energiezuinige gebouwen vast te leggen en ook tot meer rechtszekere procedures te komen. De VCB is ervan overtuigd dat zo’n beleid al op korte termijn heel wat extra jobs zal teweegbrengen. Daarvoor zullen wij geen vijf jaar moeten wachten, zoals met de elektrische auto's.

In dit verband is de VCB verheugd over het belang dat minister-president Peeters hecht aan de commissie die vanaf morgen de procedures voor de grotere infrastructuurwerken onder de loep zal nemen.