Algemeen

’t WEB helpt Duitse bouwvakkers aan baan

Het eerste project om Duitse bouwvakkers in Nederland aan een baan te helpen was een groot succes. Ongeveer negentig procent van de deelnemers vond een baan in Nederland. De verwachtingen van het nu begonnen tweede project zijn bij ’t WEB eveneens hoog. “We gaan in ieder geval voor een even hoge score als bij het vorige project.”

“Veel werkeloze bouwvakkers in Nederland zijn gekwalificeerd in iets waar geen vraag naar is. Zo is de vraag naar betonbouwers nog steeds groot. Wij hebben op deze behoefte ingespeeld door een groot aantal betonbouwers aan ons project deel te laten nemen”, vertelt Stephan Leuvenink, oprichter van ’t WEB en initiatiefnemer van het opleidingstraject.
“Een ander probleem in Nederland is dat mensen minder bereid zijn om te reizen. Duitsers zijn gewend om lange afstanden te rijden en af en toe een nacht over te blijven. De Duitse bouwvakkers die aan het project deelnemen zijn binnen twee uur in Amsterdam. Voor hen is die afstand makkelijk te overbruggen.”
De Duitse bouwvakkers krijgen twee weken vaktechnische training, taalles, veiligheidstraining (VCA) en worden op de hoogte gebracht van de Nederlandse (bouw)regelgeving. Leuvenink noemt een aantal voorbeelden van zaken die tijdens het theoriegedeelte aan bod komen. “We leren ze bijvoorbeeld hoe ze een Nederlandse tekening moeten lezen, maar het sociale aspect is ook erg belangrijk. Zo moeten ze weten dat het in Nederland niet de gewoonte is om ’s morgens vroeg een blikje bier lost te trekken.”
Naast het theoriegedeelte maken de deelnemers kennis met de praktijk. Ze lopen twee keer twee weken stage bij een Nederlands bouwbedrijf. “We zijn nog op zoek naar een aantal stageplaatsen. Dus als er Nederlandse bedrijven zijn die interesse hebben in een tijdelijk arbeidskracht tegen een zwaar gereduceerd tarief, horen we het graag.”
’t WEB stoomt net als bij het eerste project ongeveer twintig bouwvakkers klaar voor de Nederlandse arbeidsmarkt. De deelnemers zijn vooraf geselecteerd. “Sommige mensen denken dat het om een omscholingsproject gaat maar dat is absoluut niet het geval”, benadrukt Leuvenink. “Het is een bijscholingsproject. Een fietsenmaker die de bouw in wil, is bij ons aan het verkeerde adres. Een Duitse bouwvakker die al een tijd in Nederland heeft gewerkt en hier enthousiast over is, heeft echter een grote kans deel te kunnen nemen.”
’t WEB organiseert het project samen met het Berufsbildungs- und Technologiezentrum in Papenburg, het Arbeitsamt in Leer en Papenburg en Parallelbouw in Sneek in opdracht van de Duitse overheid.