Algemeen

Werkgevers ook tegen richtlijn Bolkestein

De Europese werknemersfederatie van de hout- en bouwsector kondigt een manifestatie aan op donderdag 25 november 2004 tegen het ontwerp van richtlijn over de diensten, ook richtlijn Bolkestein genoemd.

De Confederatie Bouw, de meest representatieve werkgeversorganisatie van de bouwsector in België, begrijpt de ongerustheid van de werknemers en steunt hun actie met het oog op een fundamentele herziening van de beginselen van dit ontwerp van richtlijn.

In tegenstelling tot de industrie, die af te rekenen heeft met delokalisatie van het productieapparaat, heeft de bouw te kampen met delokalisatie van de arbeid, waarbij buitenlandse arbeiders in België werken uitvoeren onder concurrentievoorwaarden die voor onze bedrijven totaal onaanvaardbaar zijn.

Deze situatie, die al bestond vóór de ontwerprichtlijn Bolkestein en sinds de toetreding van de nieuwe lidstaten nog dreigt te verergeren, zal zeker worden versterkt indien deze richtlijn wordt aangenomen.
Volgens de algemene beginselen van deze geplande richtlijn zouden de nationale eisen voor de uitoefening van een beroepsactiviteit immers zoveel mogelijk wegvallen en zou daardoor het vrij verkeer van diensten in de Europese ruimte worden vergemakkelijkt. Ook al bevat het ontwerp uitzonderingen, onder meer voor de detachering van werknemers, toch wil de richtlijn de wet van het land van oorsprong van de dienstverlener opleggen, ongeacht het land waar de prestatie plaatsvindt.

Onder het mom van een vereenvoudiging, die overigens volkomen wenselijk is, opent de ontwerprichtlijn de deur voor alle ontsporingen op het gebied van oneerlijke concurrentie en sociale dumping.
In de context van de acties tegen de ontwerprichtlijn over de diensten, vraagt de Confederatie aan de Belgische regering na te denken over aanvullende maatregelen en initiatieven die de gevolgen van die ontsporingen kunnen beperken, zoals:

  • Een wijziging van de Europese verordening van 1971 over de toepassing van de socialezekerheidsstelsels. Deze verordening preciseert dat werknemers die tijdelijk voor rekening van hun werkgever in een andere lidstaat werken dan die waarin zij gewoonlijk arbeiden (detachering) onderworpen blijven aan de sociale zekerheid van hun land van oorsprong tijdens de hele duur van de detachering. Deze oplossing is logisch, maar leidt in sommige gevallen (vooral in de gewezen Oostbloklanden) tot een ernstige concurrentieverstoring, gezien het grote verschil tussen het bedrag van de sociale bijdragen van die landen en de bijdragen die in België of in onze buurlanden worden betaald.
    Het zou wenselijk zijn dat de buitenlandse ondernemingen worden verplicht om bijdragen te betalen in het land waar de arbeid tijdelijk wordt verricht, zelfs voor korte periodes, waarna de sociale zekerheid van dat land de ontvangen bedragen kan terugstorten aan de betrokken sociale fondsen van het thuisland van de onderneming.
    Op die manier kan de oneerlijke concurrentie worden vermeden die thans ontstaat door het verschil tussen de sociale bijdragen.

  • Een aantal regels invoeren die het misbruik van de sociale statuten beperken of verhinderen. Vele buitenlandse werknemers werken onder het statuut van zelfstandige, terwijl zij in werkelijkheid onder de controle en het gezag van een andere persoon staan en dus schijnzelfstandigen zijn. Ook kunnen werknemers zich aanbieden als werkend vennoot van een vennootschap die zij in hun thuisland hebben opgericht. In beide gevallen moet grondig worden onderzocht hoe het misbruik van deze statuten kan worden vermeden.