Het Europese normalisatiebureau (CEN) staat op het punt een Europese Norm voor de fabricatie van ramen en deuren goed te keuren. Deze norm kan het faillissement van duizenden schrijnwerkers tot gevolg hebben.
Op termijn dienen alle bouwproducten CE-gemarkeerd te zijn om op de Europese markt gebracht te kunnen worden. Dit betekent dat, voor elke type van product, proeven uitgevoerd dienen te worden om de conformiteit aan de Europese Normen aan te tonen (ITT = Initial Type Testing). Daarnaast moet via productiecontrole worden bewezen dat elk product blijft beantwoorden aan de kwaliteit van het initieel getest exemplaar (FPC = Factory ¨Production Control).
Het probleem hierbij is dat de procedure die ontwikkeld werd voor het aantonen van de conformiteit (en dus ook het bekomen van de CE-markering) gericht is op industriële producties waarbij grote hoeveelheden van eenzelfde product op de markt worden gebracht. Ze is dus niet aangepast aan de kleine bedrijven die producten op maat per stuk of in beperkte hoeveelheid op de markt brengen. Het zijn net dergelijke kleine bedrijven die in hoofdzaak op de Belgische markt aanwezig zijn : de Belgische schrijnwerksector stelt in totaal 12.000 vakmensen te werk, waarvan 90 % in bedrijven met minder dan 5 werknemers. Dit is het gevolg van de zeer sterke renovatiemarkt in België waardoor een industriële productie bijna niet mogelijk is. Bovendien is de nieuwbouw in België niet als standaard te bestempelen en vragen zowel architecten als bouwheren ‘exclusieve’ producten.
De invoering van de in deze norm voorziene procedure echter zou betekenen dat de kleine schrijnwerker quasi elk gefabriceerd product moet laten testen, terwijl bij een industriële productie eenzelfde test van toepassing is voor honderden of zelfs duizenden stuks. Gelet op de kostprijs van dergelijke proeven (tussen 5.000 en 20.000 €) betekent dit de ondergang van de kleine schrijnwerkerijen.
Deze week heeft op vraag van de Confederatie Bouw en haar schrijnwerkers-federaties een vergadering plaatsgevonden waarop de voornaamste betrokkenen (zowel van de overheid als de onderzoekscentra) op Belgisch niveau aanwezig waren. Alle partijen zijn zich bewust van het belang om de kwaliteit van het schrijnwerk aantoonbaar te maken. De sector ziet geen problemen in het gevraagde kwaliteitsniveau, maar wel in de kostprijs en het aantal van de geëiste proeven dat hiermee gepaard gaat.
Daarom stelt de Confederatie Bouw een sectorale aanpak voor, waarbij de beroepsorganisatie bvb. een aantal type-producten laat testen waarvan de resultaten door de leden gebruikt kunnen worden. Deze mogelijkheid wordt voorlopig niet voorzien in de huidige versie van de Europese norm (prEN 14351-1).
Als beroepsorganisatie zijn wij dan ook vragende partij tot aanpassing van deze norm om te voorkomen dat de vakbewaamheid van onze ambachtslui verloren gaat.
Dit kan onmogelijk de bedoeling van Europa geweest zijn.
Wij roepen de bevoegde minister, de heer Verwilghen, op om de typische problematiek van de Belgische schrijnwerkers aan te kaarten op Europees niveau.
Is het verstoren van een marktsituatie en het op de tocht zetten van 12.000 banen, geen voldoende argument om artikel 5.(1). in te roepen, waarmee de publicatie van de norm tegengehouden kan worden?
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

