Ramen en deuren

Voortbestaan kleine schrijnwerker bedreigd

Het Europese Normalisatiebureau (CEN) staat op het punt een Europese norm aangaande de fabricage van ramen en deuren goed te keuren. Dit zou het voortbestaan van duizenden kleine schrijnwerkers tot gevolg kunnen hebben, vooral van diegenen die actief zijn als houtschrijnwerker en speciaal door de bouwheer of aannemer op maat gevraagde deuren en ramen maken. Op termijn zouden alle bouwproducten CE-gemarkeerd moeten worden om legaal op de Europese markt toegelaten te worden. Dit betekent dat voor elke type van product eerst proeven moeten uitgevoerd worden om te zien of ze beantwoorden aan de Europese norm. Daarna moet men via productiecontrole bewijzen dat elk toekomstig product blijft beantwoorden aan het initieel getest materiaal. Deze nieuwe Europese procedure zal haalbaar zijn voor grote bedrijven die gericht zijn op industriële productie en dus ook over de financiële middelen beschikken om een product te laten testen en vervolgens duizenden duplicaten op de markt te brengen. Deze maatregel dreigt nefast te zijn voor de vele kleine schrijnwerkers in België die maatwerk leveren en financieel niet in staat zijn elk op maat gemaakt product eerst te testen om daarna slechts enkele duplicaten ervan op de markt te brengen. De kostprijs voor dergelijk een CE-testing ligt immers tussen 5000 en 20.000 euro.

Gelet op de kostprijs van dergelijke proeven (tussen 5.000 en 20.000 €) betekent dit de ondergang van de kleine schrijnwerkerijen.
De schrijnwerkers vertegenwoordigen een belangrijke groep binnen de bouwsector. Van de totale omzet in de Belgische bouwwereld (30 miljard Euro) neemt de schrijnwerkerssector bijna 10% (2,8 miljard Euro) voor haar rekening. Deze sector stelt ook 1 op 10 werknemers in de bouwwereld aan het werk, m.n. 20.000 personen (waarvan 14.000 in Vlaanderen). De meesten werken in kleine ateliers met minder dan 10 werknemers, d.w.z. dat 80% van alle schrijnwerkers onder het statuut van kleine zelfstandige vallen. Het zijn juist deze kleine ondernemingen in de heterogene Belgische bouwwereld die flexibel op de wensen van hun klanten kunnen ingaan en maatwerk leveren, gaande van deuren en vensters tot een op maat gemaakt dakgeraamte in hout.

Bovendien beschouwt de regering sinds 1999 schrijnwerker als knelpuntberoep. Dit betekent dat men via VDAB-opleidingen werklozen omschoolt tot polyvalente schrijnwerker. Gezien de zeer sterk groeiende renovatiemarkt in België die zeer specifiek maatwerk vraagt konden honderden voormalig werklozen in België terug aan de slag.

Als beroepsorganisatie vragen wij dan ook de aanpassing van deze norm om te voorkomen dat de vakbewaamheid van onze ambachtslui verloren gaat.

Wij hebben de bevoegde minister, de heer Verwilghen, al opgeroepen om de typische problematiek van de schrijnwerkers aan te kaarten op Europees niveau.

Wij zijn nu ook blij dat Volksvertegenwoordiger Annemie Turtelboom, die in de het Federale Parlement alle Bouw- en Woondossiers voor de VLD opvolgt, zich achter ons standpunt schaart en volgende week de minister ondervraagt.

Wij wachten met ongeduld op het antwoord.

Filip Coveliers: Confederatie Bouw – Vlaamse Schrijnwerkers