Algemeen

Vlaamse regering investeert in 2010 voor meer dan drie miljard

De Vlaamse regering gaat in 2010 voor 3,2 miljard euro investeringen uitvoeren. Dat heeft de Vlaamse Confederatie Bouw vandaag vernomen op het VBOC (Vlaams Bouwoverlegcomité) waarin zij samen met andere bouworganisaties rechtstreeks overleg pleegt met de Vlaamse regering. Dat is goed nieuws voor de 150.000 jobs in de bouwbedrijven zelf maar ook voor het toenemend aantal jobs – nu al zo’n 150.000 – die in de industrie en de dienstensector van de bouw afhangen. Het gaat bovendien allemaal om jobs die stevig in onze economie verankerd zitten. De VCB is dan ook verheugd dat de Vlaamse regering tegelijk beslist heeft om het aantal opleidingen voor deze jobs uit te breiden.

Het VBOC werd opgericht in 1982 tijdens de zware crisis van eind jaren 70 en begin jaren 80. Het is veruit het oudste overlegorgaan waarin een sector met grote regelmaat rechtstreeks met de Vlaamse regering overleg pleegt. De vergadering van vanmorgen stond meer dan ooit in het teken van de economische relance. Van cruciaal belang was de mededeling van de Vlaamse regering dat het investeringsbudget van de Vlaamse overheid in 2010 zelfs 100 miljoen euro hoger ligt dan in 2009.

Dit budget van 3,2 miljard euro bevat allemaal investeringen die via gewone aanbestedingen zullen verlopen. Het gaat om het regulier investeringsbedrag, zonder de beschikbaarheidsvergoedingen of andere kredieten die verband houden met alternatieve financiering. Deze 3,2 miljard euro aan investeringen komen dus alle Vlaamse bouwbedrijven ten goede, ook de kleine en de middelgrote.

Enkele jaren geleden heeft de SERV (Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen) berekend dat elke job in de bouw zelf minstens één bijkomende job in bouwverwante sectoren oplevert. De bouw zorgt in Vlaanderen rechtstreeks voor ongeveer 150.000 jobs waarvan circa 100.000 arbeiders, 20.000 bedienden en 30.000 zelfstandigen. De berekeningen van de SERV betekenen dat de 150.000 jobs in de bouw nog eens minstens 150.000 jobs teweegbrengen in bouwverwante sectoren, bij ontwerpers en leveranciers maar ook bij producenten.

Bij groene bouwprojecten wordt dit tewerkstellingseffect nog groter. Energiezuinige gebouwen vereisen meer isolatie en een complexere uitrusting. Gebouwen leiden dus tot meer industriële productie dan voorheen. Zij leiden ook meer dan voorheen tot de aanmaak van industriële producten met een hogere toegevoegde waarde. Bovendien gaat het om industriële productie die stevig in eigen land kan worden verankerd en niet zo gemakkelijk vanuit verre landen kan gebeuren.

De VCB stelt nu juist vast dat het investeringsbudget van de Vlaamse regering in toenemende mate naar groene investeringen gaat, onder meer naar premies en subsidies voor laagenergie woningen, naar waterzuiverings- en rioleringswerken, naar energiezuinige schoolgebouwen, naar de sanering van verontreinigde terreinen, wat dan weer extra mogelijkheden voor de bouw van nieuwe woningen en bedrijven oplevert.

Dat de Vlaamse regering in 2010 haar investeringen op peil houdt, is dus niet alleen goed nieuws voor de 150.000 mensen die in de bouw zelf werken. Het creëert ook volop bijkomende tewerkstellingskansen in de industrie en in de dienstensector die van de bouw afhankelijk zijn.

Bovendien heeft de Vlaamse regering aangekondigd een 50-tal nieuwe bouwopleidingen te zullen opstarten en bijkomende opleidingsinitiatieven rond groene technieken te willen lanceren. Dit zal de toepassing in de bouw van geavanceerde groene technieken vanuit de industrie nog versnellen. Bijkomend vroeg de VCB meer innovatiesteun voor de sector.