Algemeen

Verticaal transport bepaalt bouw project Prinsenhof

Het grootste bouwproject dat momenteel in de burgerlijke en utiliteitsbouw in uitvoering is wordt gerealiseerd aan de hand van een raamcontract. Het gaat om het project Prinsenhof in Den Haag.

Prinsenhof, een ontwikkeling van BPF Bouwinvest in opdracht van BPF Bouw, is een compact gebouw met weinig ruimte eromheen. Torenkranen, mobiele kranen, hefsteigers en personen- en goederenliften dragen allemaal bij aan een geoliede logistiek op de bouwplaats.

Dit blijkt uit een gesprek met bouwplaatsmanager B.W. Ostermeijer van de Bouwcombinatie Prinsenhof v.o.f. in het ketenpark bij het project. “De term bouwplaatsmanager is een nieuw woord voor hoofduitvoerder”, laat hij direct ter verduidelijking weten. Hij spreekt over het hijsen op het werk aan de hand van twee tekeningen van de bouwplaats. De een is een bovenaanzicht en de ander een aanzicht. Op beide staan torenkranen, draaicirkels, hoogten en bundels van de straalzender van KPN. De gieken van de torenkranen mogen niet door de bundel draaien, de last wel.
Duidelijk moet zijn dat de basis voor de tekeningen een gedegen studie vooraf is geweest. Die heeft een aantal maanden geduurd omdat het echt ingewikkeld is geweest.
Het heeft te maken met de aard van het werk. Er wordt een compact gebouw gemaakt en eromheen is weinig ruimte. Wat er aan ruimte is, is nu in gebruik als werkweg. Daarom zijn de acht torenkranen die uiteindelijk nodig zijn binnen de contouren van het gebouw voorzien. Er staan er inmiddels zes van opgesteld. De hoogste ervan is al op hoogte.
“Die hebben we twee keer uitgeklommen”, licht Ostermeijer toe. De hoogste kranen (bij toren E) worden op twee punten aan het gebouw verankerd, op de elfde en de zeventiende verdieping. De toren zelf wordt in totaal 27 verdiepingen hoog. “Dat uitklimmen is best wel lastig. Je bent sterk afhankelijk van het weer. De windkracht bijvoorbeeld moet lager zijn dan 3 Beaufort. Met behulp van een klimkooi wordt het bovenstuk van de kraan zover omhoog gevijzeld dat er weer een torenstuk tussen geplaatst kan worden. Dat stuk hijst de kraan zelf eerst naar de goede hoogte. Vandaar wordt het tot in de toren van de kraan gemanipuleerd en vastgezet. Waren we eenmaal aan het klimmen dan moest dat tot net onder of tot boven de straalbundel, erin stoppen mocht niet. Dat staat in ons contract. Er is overigens wel gemeten bij het klimmen door de bundel. Daarbij zijn geen negatieve invloeden vastgesteld, maar contract is contract”, aldus de bouwplaatsmanager.
Bij elkaar is het logistieke plan een hoop uitzoekerij geweest. Schijnbare details kunnen veel tijd sparen. De kranen zijn bijvoorbeeld allemaal goed zichtbaar genummerd. Ook op de pakbonnen van leveranciers staan die nummers. Daardoor weten de chauffeurs waar ze moeten lossen. Elke kraan heeft zijn eigen portofoonkanaal voor contact met de kraanmachinist.

Schuifpoort
Om de werkwegen rond de bouw is een goed, vast hek gezet. “Met schuifpoorten, want dat draagt bij aan een goede logistiek. Net zoals het schoon houden van de werkwegen”, geeft Ostermeijer aan. “Vanaf ongeveer kwart voor zeven is het hier een drukte van belang. De wegen moeten vrij zijn, dan kunnen we een goed aantal auto’s binnen de hekken hebben. Soms is het noodzakelijk op zaterdag te werken om de werkwegen weer vrij te krijgen. Logistiek gezien zijn er wel tegenvallers, maar die zijn goed op te vangen met bufferen op de parkeerplaatsen vlakbij.”
Aan goede parkeergelegenheid voor de werknemers hier is ook gedacht. Er werken ongeveer 300 man. Die kunnen hun auto’s parkeren in de parkeergarage. Busjes moeten parkeren op de bouwwegen rond de bouwplaats. Er is ook plek bij de keten op een terrein met zicht op de bouwplaats waar vroeger een school was. Die is gesloopt. Het terrein wordt later bij een naastgelegen park gevoegd.
Als de bouwcyclus van een onderdeel verstoord dreigt te worden door gebrek aan hijscapaciteit van de torenkranen worden mobiele kranen ingehuurd. Ook is het zo dat de kraan pas kan worden opgebouwd als de parkeergarage klaar is. Daarom wordt de onderbouw eigenlijk alleen mobiel gehesen. De prefab gaat dan met de torenkraan. Het prefab skelet van toren E bijvoorbeeld is nu 24 hoog. Daar komen er nog twee bij voor het skelet en dan nog een extra op elk van de kernen van de toren.
De ruwbouw voor toren E heeft een cyclus van zes dagen. Alles in de ruwbouw van de toren is daarop gebaseerd. De toren bestaat uit twee blokken naast elkaar. Als bij het eerste blok prefab wordt gehesen wordt bij het andere gewerkt aan de gevel. Dat wordt halverwege de week gewisseld. Maar er wordt nooit prefab beton voor het skelet gehesen als vanuit de hefsteigers aan de gevel wordt gewerkt. Bij prefab beton hijsen moeten de hefsteigers leeg zijn. Bij de lage torens A tot en met D is de cyclus zeven dagen.

Hefsteigers
Toren E kan niet anders dan met hefsteigers gebouwd worden meent Ostermeijer. “Die zijn ideaal voor het vastzetten van de prefab metselwerk gevelpanelen. Vanuit de hefsteiger wordt eerst de onderkant neergezet. Met het paneel nog in de kraan, gaat de hefsteiger naar de bovenkant om daar de bovenkant vast te zetten. Ostermeijer: “We hebben gekozen voor het zware type steiger. Daarop kunnen we ’s-ochtends al het materiaal voor de dag mee naar boven nemen. Dat ontlast de kranen.”
Verder is er verticaal transport mogelijk via personen- en goederenliften. “Omdat er ook spullen moeten naar plaatsen waar al een vliesgevel zit, hebben we gepland dan over de binnenliften te kunnen beschikken.” De liften moeten uit Japan komen van Mitsubishi. De prijs was goed, maar wat de bouwplaatsmanager betreft is het een nadeel dat de Japanners alles in één keer aanvoeren. Daarom kan je niks van te voren doen.
“Maar we halen het wel om de binnenliften op tijd klaar te krijgen. Dan gaat de low-rise tot de veertiende verdieping met de binnenliften en de high-rise daarboven met de personen- en goederenliften.” De gevel tot de veertiende kan dan gewoon dicht worden gemaakt.
“Mooi werk”, stelt de bouwplaatsmanager tot slot vast.