Algemeen

Verspringende bouwlagen leveren ruimtewinst op

Door van twee verdiepingen voor een deel drie lagen te maken, konden dertien wooneenheden in een bescheiden gebouw worden gemaakt.

Gangen en sanitaire ruimtes voor twee etages uitsmeren over drie bouwlagen met een geringere plafondhoogte. Door die truc kon architectenbureau Feekes & Colijn dertien wooneenheden kwijt in een bescheiden voormalig officiersgebouw op de Utrechtse Kromhoutkazerne.

Binnen bestond het uit 1935 stammende officiersverblijf, Coppegebouw, uit een gang met aan weerszijden kamers; en dat over drie verdiepingen. In die kamers waren tijdens de koude oorlog de officieren gelegerd. Aangezien het gebouw een groter oppervlak beslaat dan 500 vierkante meter, eist het Bouwbesluit twee brandcompartimenten en een trap van minstens 1,10 meter breed. Maar dat laatste lukte niet in de bestaande gangzone van nauwelijks 2 meter breed. Dus besloot Anke Colijn van het Utrechtse architectenbureau Feekes & Colijn het gebouw te splitsen en te ontsluiten met twee portieken met smallere trappen.
Maar daarmee beschikte het gebouw nog niet over voldoende vloeroppervlak om er dertien wooneenheden in onder te brengen. Dat was namelijk noodzakelijk voor een sluitende exploitatie volgens opdrachtgever Bouwvereniging Volksbelang Vianen.
In vooral de tweekamerappartementen wil de corporatie buitenlandse docenten aan de universiteit van Utrecht tijdelijk huisvesten. Die puzzel werd opgelost door de gangzone over de eerste twee verdiepingen open te breken en in drie bouwlagen onder te verdelen. Binnen de dubbele verdiepingshoogte van 2 x 3,5 meter bracht Colijn drie lagen voor sanitair en gangen onder, elk met een minimale vrije hoogte van 2,10 meter. Onder de verhoogde kapverdieping was vanzelf al voldoende ruimte voor een soortgelijke oplossing, die een entresol opleverde boven de gangen.
Het wegbreken van de vloeren was volgens Anke Colijn constructief geen enkel probleem. “Het waren duidelijk vloeren uit de beginfase van de burgerlijke betonbouw: houten vloeren eigenlijk maar dan uitgevoerd in beton, met van die balkjes en dwarsliggers.” Aannemer Bolton uit Zegveld plaatste er Lewisplaten met tien centimeter beton voor in de plaats.
De kleefmagneten waarmee de glazen compartimenteringsdeuren door de architecten waren toegedacht, werden tijdens een bezuinigingsronde geschrapt. Niettemin zijn er volgens Colijn geen bedompte verkeersruimtes ontstaan die contact tussen bewoners uit de twee helften van het gebouw bemoeilijken. Integendeel. De gedeelde was- en droogruimte en andere gemeenschappelijke voorzieningen bevorderen het onderlinge contact.