Een minuscuul hokje onder de dakrand of zelfs een spleet in de muur biedt gierzwaluwen een nestelplaats. Maar, sloop en fabrieksmatige nieuwbouw bedreigen het broedvogeltje.
Marjo van der Lelie heft haar hand. “Hoor je dat geluid?” Buiten klinkt een langgerekt “gieeeeeer”. “Daar zijn ze. Gierzwaluwen. Kijk.” Een sierlijk zwart vogeltje glijdt door de lucht en verdwijnt onder de rand van het dak van haar huis.
Van der Lelie is vrijwilligster bij de Vereniging Gierzwaluwbescherming Nederland (www.gierzwaluw.com). Zodra ze hoort dat in haar woonplaats Amersfoort ergens wordt gebouwd, benadert ze de betrokken aannemer met het verzoek in de nieuwbouw plekjes te maken waar de vogeltjes kunnen nestelen. Een spleet tussen twee bakstenen die toegang geeft tot de holle ruimte tussen muur en spouw is vaak al voldoende.
“Wat ik gaandeweg heb geleerd, is dat je er snel bij moet zijn. Zo lang de begroting nog niet definitief is, lukt het vaak makkelijker de aannemer mee te krijgen. Die zet de nestelplaatsen dan gewoon op de rol. Is het kostenplaatje rond, dan komt er een financiële post bij en dat geeft vaak problemen. Nou ja, niet altijd hoor.”
Gierzwaluwwachters zoals Van der Lelie zijn er meer. De vereniging heeft overal actieve leden. Toch gebeurt het regelmatig dat gierzwaluwen - ze danken hun naam aan het geluid dat ze maken - hun plekje kwijtraken.
Rotsformaties
“Door sloop en renovatie verdwijnen steeds meer bestaande broedplaatsen”, meldt Bouwen voor gierzwaluwen. Een brochure waarin de provincie Noord-Brabant bouwers aanspoort maatregelen ten gunste van het vogeltje te nemen. “Veranderingen in bouwstijl, -materialen en -constructies maken het bovendien steeds moeilijker voor de vogels om nieuwe, geschikte nestplaatsen te vinden.” Het eind van het lied laat zich raden. Langzaam maar zeker verdwijnt de gierzwaluw uit Nederland. En dat terwijl hij al eeuwenlang een vaste zomergast is. “Sinds de Romeinse tijd zoekt hij de mensen op”, vertelt Van der Lelie. “In die tijd werden op grote schaal stenen huizen gebouwd. De gierzwaluw ziet die als rotsformaties en dat is precies wat hij zoekt voor zijn jongen.”
Zuid-Afrika
Gierzwaluwen verblijven in voorjaar en zomer in onze contreien. Daarna vertrekken ze naar Zuid-Afrika. “Ze hebben hier een vaste nestelplaats”, zegt Van der Lelie terwijl ze naar de hokjes kijkt die hoog aan de gevel van haar woning hangen. “Heel bijzonder. Ze komen helemaal uit Zuid-Afrika om hier in dat kastje dat ik heb opgehangen te nestelen.”
De plaats van het vogelverblijf is niet toevallig gekozen. Het dier komt nooit op de grond. Zijn heel korte pootjes zijn niet, zoals die van een mus of een merel, geschikt om te hippen. “Hij heeft heel scherpe nagels waarmee hij zich aan een muur of een rots kan vastklampen.” Iets dat hij eigenlijk alleen maar doet als er jongen zijn. Zijn er geen jongen dan zweeft hij in de lucht. Op een hoogte van drie tot vijf kilometer doet hij een tukje en dwarrelt tegelijkertijd langzaam naar beneden. Ruim voordat hij de grond raakt, ontwaakt hij en vliegt verder.
“Zelfs voor het materiaal waarmee hij een nestje maakt, komt hij niet op de grond. Hij pikt pluisjes en veertjes op in de lucht en gaat daarmee naar zijn plekje.” Zo komt hij ook aan zijn eten. Per dag vangt een gierzwaluwgezin ongeveer 20.000 insecten.
Dakpannen
“Het is zo makkelijk om nestelplaatsjes aan te brengen”, zegt Van der Lelie. In haar schuur heeft ze verschillende voorbeelden. Langwerpige vierkante kastjes met een miniscuul gaatje erin die in een muur kunnen worden aangebracht, schuin aflopende ‘sigarenkistjes’ die onder de daklijst worden gehangen en dakpannen met een soort neusgat waardoor de diertjes toegang krijgen tussen de dakpannen en het dakbeschot waar ze eieren leggen en hun kroost grootbrengen.
Zulke dakpannen zijn niet ideaal, waarschuwt de provincie Brabant. “Metingen tonen aan dat de temperatuur onder dakpannen op zonnige dagen oploopt tot zestig graden Celsius. Jonge gierzwaluwen gaan dood bij deze extreme hitte op het nest of kruipen naar buiten, en dat overleven ze meestal niet.” Alleen steile schuine daken die minimaal 45 graden hellen en op het noorden of noordoosten liggen, zijn geschikt voor de gierzwaluwdakpannen. “Ik vind het leuk dat aannemers vaak bereid zijn om iets te doen voor deze vogels”, zegt Van der Lelie. “Toch houden we de vinger aan de pols, want er verrijzen nog steeds hele wijken waar geen plaats is voor deze vogels en dat is verschrikkelijk jammer en volstrekt niet nodig.”
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

