Nieuwbouw

VCB vraagt veralgemening van Vlaams-Brabantse aanpak

Zopas heeft de Vlaams-Brabantse gedeputeerde Julien Dekeyser er bij de gemeenten van zijn provincie op aangedrongen hun woonuitbreidingsgebieden aan te snijden en de talrijke onbebouwde overheidsgronden te activeren. Door deze gecombineerde aanpak kunnen er in Vlaanderen ongeveer 200.000 extra kavels bijkomen en zullen de bouwgrondprijzen verlagen. De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) vraagt dat de andere provinciebesturen aan hun gemeenten eenzelfde signaal meegeven. Zij is daarentegen gekant tegen het recente voorstel van de West-Vlaamse Intercommunale om initiatiefnemers van private verkavelingen te verplichten 25% van de percelen voor sociale woningen af te staan. Deze maatregel zal geen enkel bijkomend perceel opleveren en verkavelingen voor de middenklasse onbetaalbaar maken.

Op vraag van minister van Ruimtelijke Ordening Dirk Van Mechelen heeft de administratie binnen de 28.271 ha die op de gewestplannen als woonuitbreidingsgebied zijn aangeduid, in een atlas 5.089 ha afgebakend die kunnen worden ontwikkeld zonder afbreuk te doen aan een goede ruimtelijke ordening. Zij versterken bestaande woonkernen, overlappen niet met bijvoorbeeld overstromingsgebieden en kunnen dus op een duurzame manier worden ontwikkeld. Op deze 5.089 ha kunnen 86.000 bijkomende bouwpercelen komen.

Maar het is niet omdat op de atlas van Van Mechelen 5.089 ha voorkomen, dat zij intussen al bouwrijp zijn. Op dit ogenblik worden amper 1.271 ha effectief verkaveld. Voor 1.530 ha is men nog niet aan verkavelen toe maar ligt wel al een algemeen of bijzonder plan van aanleg of een ruimtelijk uitvoeringsplan voor. Maar voor 2.288 ha zijn de gemeenten er zelfs nog niet toe gekomen om enig concreet plan op papier te zetten. Gedeputeerde Julien Dekeyser heeft dus overschot van gelijk om de gemeenten aan te sporen tot meer initiatieven op dit vlak. Het instrument van de atlas bestaat nu al meer dan een jaar. De VCB vraagt dat de nieuwe gemeentebesturen er effectief gebruik van maken.

Niet alleen bij de ontwikkeling van de woonuitbreidingsgebieden maar ook bij de activering van de talrijke overheidsgronden stelt de VCB bij de gemeentebesturen nog te weinig initiatieven vast.

Eerder onderzoek door de administratie Ruimtelijke Ordening en Huisvesting had al aangetoond dat de overheid een belangrijke grootgrondbezitter is. Een meer gedetailleerd onderzoek door de West-Vlaamse Intercommunale in twaalf West-Vlaamse gemeenten heeft nu becijferd dat ongeveer 20% van de onbebouwde bouwgrond in handen is van diverse overheden, vooral van de sociale huisvestingsmaatschappijen.

Vaak wordt gesproken over 65% overheidsbezit. Deze 65% heeft betrekking op de eigenaars van meerdere percelen. Wie meer dan 10 percelen bezit, kan als ‘grootgrondbezitter’ worden bestempeld. Deze grootgrondbezitters zijn voor 65% overheidsinstellingen. Precies deze gronden lenen zich voor de aanleg van sociale woonwijken voor minder bemiddelde gezinnen. De VCB gaat ervan uit dat op de bouwgronden in overheidsbezit minstens 100.000 bijkomende percelen kunnen bijkomen.

Maar ook op dit vlak nemen de gemeenten te weinig het voortouw. Zij lanceren integendeel, zoals onlangs de West-Vlaamse Intercommunale, voorstellen om een omvangrijk deel van private verkavelingen te laten inpalmen door sociale huisvestingmaatschappijen om hierop dan sociale woningen te laten bouwen. De West-Vlaamse Intercommunale wil zelfs 25% van de private verkavelingen voor sociale woningbouw in beslag nemen. Volgens eerdere berekeningen van de VCB maakt dit de overige 75% van de kavels tot 13% duurder.

Deze gang van zaken toont ook aan dat de overheid dringend komaf moet maken met haar politiek om sociale woningbouw uitsluitend aan overheidsinstellingen toe te vertrouwen. Nu blijkt tot wat deze politiek leidt: publieke instellingen die teren op de creativiteit van private ontwikkelaars maar zelf hun eigen grondbezit verwaarlozen.