Algemeen

Uitstel van infrastructuurwerken heeft ook een prijs

Uitstel van infrastructuurwerken heeft ook een prijs
De rekening van infrastructuurwerken omvat meer dan de bouwkost: ook uitstel heeft gevolgen voor toekomstige generaties. Vlaanderen heeft inmiddels een onderhoudsachterstand van 14,55 miljard euro bij zijn vervoersinfrastructuur. Publiek-private samenwerking maakt grote projecten mogelijk, zoals de Oosterweelverbinding, de werf van de eeuw, de Noord-Zuidverbinding in Limburg, de R4 in Gent en de renovatie van de Waaslandtunnel in Antwerpen en de Rupeltunnel in Boom. Ook 49 bruggen in slechte staat zouden zonder die samenwerking niet zijn aangepakt. Zulke werken uitsluitend als een factuur voor kinderen en kleinkinderen beschouwen, gaat voorbij aan hun noodzaak om het vervoersnetwerk toekomstbestendig te maken.

De gevolgen van uitstel zijn vandaag al zichtbaar in de files. Rond Antwerpen en Brussel staan bestuurders gemiddeld 23% tot 30% van hun reistijd stil in het verkeer. De mobiliteitsknoop veroorzaakte in België tijdens de eerste acht maanden van 2026 al 3,8 miljard euro economische schade, een stijging van 8% tegenover dezelfde periode een jaar eerder. Ongeveer 90% van de files ontstaat in Vlaanderen.

Als we dit niet aanpakken, wordt het alleen maar erger.

Een publiek-private samenwerking is dan vaak een geschikt instrument. Private financierders en bouwconsortia brengen hun expertise in om projecten tot een goed einde te brengen. Een belangrijk voordeel van NEC 4 (Oosterweel) of DBFM-contracten (Design, Build, Finance, Maintain) is dat niet alleen de bouwkosten, maar ook de onderhoudskosten van bij de start in rekening worden gebracht. Dat stimuleert duurzame ontwerp- en materiaalkeuzes, met oog voor de volledige levenscyclus van de infrastructuur.

De werken en de private financiering moeten uiteraard op termijn worden vergoed, en over een lange periode gaat het om miljardenbedragen. Die vergoeding dekt echter meer dan de bouwkost: ook de financiering en het onderhoud tijdens de contractperiode. Daar staan belangrijke maatschappelijke winsten tegenover: een vlottere doorstroming, minder files, meer productiviteit en meer veiligheid.

Transparantie over de toekomstige lasten blijft nodig. Daarom vragen we een meerjarige investerings- en aanbestedingskalender en een keuze voor DBFM die per project aantoonbaar meerwaarde biedt. Maar ook een helder maatschappelijk debat dat Kosten én baten van infrastructuurprojecten weergeeft.

Laat toekomstige generaties de rekening van het uitstel niet betalen.