De Europese Commissie diende 16 december een voorstel in tot verlenging van het experiment met een verlaagd btw-tarief voor enkele arbeidsintensieve diensten. Voor de bouw heeft dit besluit een bijsmaak. De kans op uitbreiding van de maatregel naar de hele bouw is voorlopig verkeken.
Als de Raad van Ministers akkoord gaat met het voorstel tot verlenging van het experiment met een verlaagd btw-tarief, kunnen de Nederlandse fietsenmakers, schoenmakers en kledingherstellers zowel als kappers, schilders en stukadoors ook in 2004 en 2005 onderhoud uitvoeren tegen 6 procent btw. Voor de bouw heeft dit besluit een bijsmaak. De kans op uitbreiding van de maatregel naar de hele bouw is voorlopig verkeken.
De voorgeschiedenis gaat terug tot 1977. In die tijd was harmonisatie van de belastingen een speerpunt van beleid voor integratie van de nationale economieën in het EG-gebied. De invoering van de btw – Europabreed – in het begin van de jaren zeventig, markeert de overgang van sector- naar structuurbeleid. Bovendien is de btw-heffing inmiddels een belangrijke hoeksteen geworden van de financiering van de Europese Gemeenschap.
De zesde btw-richtlijn die in 1977 wordt uitgevaardigd, is min of meer het sluitstuk van alle wetgevende inspanningen tot dat moment. De richtlijn legt de tariefstructuur vast en geeft aan welke goederen en diensten in welke tariefgroepen geplaatst mogen worden. Naar goed Europees gebruik wordt echter ook een uitzondering gemaakt. Zo wordt de mogelijkheid ingebouwd om op experimentele basis een gereduceerd btw-tarief toe te passen op arbeidsintensieve diensten. De lidstaten die dat willen mogen proberen om door een gerichte belastingreductie de werkgelegenheid te stimuleren en het zwart werken terug te dringen. Maar, gezien het wankele evenwicht van het belastingstelsel en de betekenis voor de financiering van de Unie, kan dat niet dan na goedkeuring van de Europese Commissie.
Er breekt een tijd aan waarin lobbyisten in Brussel en de nationale hoofdsteden druk uitoefenen om de eigen bedrijven in het lage tarief te krijgen.
Vanuit de Nederlandse bouw zijn vooral de schildersorganisaties Fosag en Bedrijfschap Schildersbedrijf actief. Jarenlang boeken ze weinig succes. Tot in december 1998, op de ministersconferentie in Wenen, het besluit valt om de mogelijkheden die de richtlijn uit 1977 biedt, te benutten voor een tijdelijk experiment. Negen lidstaten melden zich aan, waaronder Nederland.
Iedere deelnemer komt met een eigen mix van bedrijfstakken. Nederland kiest voor onderhoudswerk door fietsenmakers, schoenmakers, kledingherstellers, kappers, schilders en stukadoors. Maar omdat het budget beperkt is, wordt het bereik van het lage btw-tarief voor de schilders en de stukadoors beperkt tot het onderhoud aan woningen ouder dan vijftien jaar.
Evaluatie
De btw-maatregel trad in 2000 in werking. De looptijd is drie jaar, maar verlenging is mogelijk als een evaluatie positief uitpakt. Dat laatste doet in Nederland enig stof opwaaien. Een rapport van het onderzoeksbureau Research voor Beleid in opdracht van het Ministerie van Financiën velt een negatief oordeel.
Het EIB onderzoekt de effecten voor de schilders- en stukadoorsbedrijven en komt tot een positieve conclusie: de werkgelegenheid is toegenomen en opdrachtgevers maken vaker gebruik van erkende bedrijven in plaats van zwartwerkers. Contra-expertise door het Centraal Planbureau doet de balans doorslaan naar de positieve kant. Ook in andere Europese landen wijst onderzoek in het algemeen uit dat er een gunstig effect is op de werkgelegenheid. Het lijkt erop dat omzetting van het experiment in een definitieve regeling een uitgemaakte zaak is.
Toch dreigt er nog een kink in de kabel te komen. Ondertussen is een bredere discussie op gang gekomen over een alomvattende herziening van de structuur van de omzetbelasting in Europa. In dat kader komt een definitieve regeling op een onderdeel niet gelegen. Het experiment wordt nog een jaar verlengd tot eind 2003.
Voorstel
In de zomer van 2003 komt eurocommissaris Bolkestein met een nieuw voorstel. De regeling zou moeten worden beperkt tot een klein aantal arbeidsintensieve activiteiten. Daarbij hoort in zijn visie ook het onderhoudswerk in de bouw als geheel. In België is het experiment nu al zo ingevuld. Windfall profits voor de bouw! Zo ver komt het uiteindelijk niet. Europese regelgeving blijft een moeilijke zaak. Aan het eind van de rit wordt toch weer gekozen voor voortzetting van de bestaande regeling. Dit keer voor twee jaar.
Vooral de schilderswereld kan tevreden zijn. Een jarenlange lobby werpt wederom vrucht af. De toch al zo geplaagde bouwsector ziet een onverwacht voordeel op het nippertje aan zich voorbij gaan. Jammer, maar over twee jaar komt er een nieuwe kans. De collega’s uit de afbouw lieten al zien hoe mogelijkheden benut moeten worden.
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

