Algemeen

Slechte arbiters blijven buiten schot

Binnen de Raad van Arbitrage voor de Bouw is bekend wie de ‘krullenjongens’ zijn, maar zij worden niet op hun matige prestaties aangesproken. Dat zegt Etienne van Bladel. Hij verdedigt vandaag zijn proefschrift over de geschillenbeslechter waarop hij aan de Universiteit Utrecht promoveert.

“Die arbiter is gewoon echt zo slecht en nog koppig ook”, citeert Van Bladel een secretaris in zijn onderzoek. De slechte kwaliteit van enkele arbiters hangt volgens de onderzoeker vooral samen met de benoemingsprocedures.
Arbiters worden voorgedragen door drie brancheverenigingen: het Koninklijk Instituut voor Ingenieurs, de Bond Nederlandse Architecten en het Algemeen Verbond Bouwbedrijf. De selectie van nieuwe arbiters verloopt volgens Van Bladel vaak via persoonlijke contacten, waardoor een professionele benoeming ontbreekt.
Naast een gebrekkige wervingsprocedure zorgt een slechte voorbereiding op de baan van arbiter voor grote kwaliteitsverschillen. Van Bladel geeft in zijn proefschrift het voorbeeld van een pas benoemde arbiter die niet wist wat arbitrage precies is.
Arbiters worden ook slecht begeleid. Er zijn geen evaluaties en arbiters krijgen geen feed-back, terwijl uit de gesprekken die Van Bladel voerde blijkt dat hier wel behoefte aan is. Bij herbenoeming, iedere arbiter wordt voor vier jaar aangesteld, vindt geen beoordeling plaats. “Waarom worden er nog steeds arbiters herbenoemd waarvan bekend is dat ze niet goed functioneren?”, vraagt Van Bladel zich af.

Verplicht
De opleiding van arbiters moet volgens Van Bladel worden verbeterd. Hij denkt hierbij aan een verplichte cursus en een steeds terugkerende kwaliteitscontrole. In Groot-Brittannië is al zo’n regeling. Daarnaast moet de huidige lijst worden opgeschoond. Van Bladel: “Er zou eens goed moeten worden gekeken welke arbiters voldoen aan de eisen die aan hem mogen worden gesteld.”
De vertegenwoordiging op de lijst is ook een probleem omdat opdrachtgevers, zoals consumenten en gemeenten, niet zijn opgenomen. “Arbitrage is toch een delicate zaak. Een aannemer die als arbiter optreedt, heeft daar niet altijd even veel gevoel voor.”
De Raad van Arbitrage hanteert bij de oplossing van geschillen een arbiterslijst. In theorie kunnen de partijen uit die lijst een arbiter kiezen. In de praktijk kiest voorzitter A. Vernimmen van de Raad van Arbitrage de arbiter. Volgens Van Bladel worden de partijen het in de meeste gevallen niet eens over de arbiterkeuze.
Daarnaast zou de informatie die over de arbiters wordt verstrekt, te gebrekkig zijn om te kunnen kiezen.