Ramen en deuren

Schrijnwerkers worstelen met wetgeving en tekort vaklui

De Vlaamse schrijnwerkbedrijven hebben nog altijd goed gevulde orderboekjes. Hun aanwervingsbereidheid is groot maar het tekort aan geschikte vakarbeiders neemt toe. Dit vormt samen met de vele nieuwe toe te passen normen en verplichtingen, een grote uitdaging voor de toekomst. Dit blijkt uit de enquête die Bouwunie, de bij Unizo aangesloten Unie van het KMO-bouwbedrijf, in mei afnam bij 200 Vlaamse schrijnwerkersbedrijven. De invloed van de vele nieuwe regelgevingen is vooral te merken bij het maken en plaatsen van ramen. Voor de schrijnwerker betekent dit dat hij nieuwe kennis en knowhow moet opbouwen om in te spelen op de nieuwe behoeften en verplichtingen. Vakkennis wordt dus belangrijker.

De orderboekjes van de Vlaamse schrijnwerkers zijn nog altijd goed gevuld. 94% heeft zeker voldoende werk. De vooruitzichten voor de komende maanden zijn iets minder goed. 16% verwacht immers minder opdrachten.

Zowel de oplopende olieprijzen als de duurder wordende materialen, grondstoffen en lonen maken dat de prijzen die de schrijnwerkers aan hun klanten moeten aanrekenen, hoger liggen dan een jaar geleden. Niet iedereen kan echter de hogere kosten doorrekenen aan de klant. Slechts 46% geeft aan met winstgevende prijzen te (kunnen) werken. Het gros van de bedrijven verwacht nu wel een stabilisering van het prijspeil.

Op vlak van tewerkstelling blijft de barometer mooi weer aangeven. 24% van de schrijnwerkbedrijven zoekt zelfs nieuwe werknemers. In twee derden van de gevallen gaat het om een extra arbeidskracht. De zoektocht naar vaklui verloopt nog altijd stroef. 73% van alle bedrijven en maar liefst 98% van hen die actief aan het zoeken zijn, klaagt over ernstige problemen bij het vinden van geschikt personeel. Voorts ondervindt 18% meer concurrentiedruk en zegt 28% dat het aantal slechte betalers gestegen is. Het algemene koopkrachtprobleem en de verhoogde productiekosten zijn daar wellicht niet vreemd aan.

De meeste schrijnwerkers voeren meer dan één deelactiviteit uit. Het beroep van schrijnwerker-interieurbouwer is dan ook ruim. Het omvat buitenschrijnwerk (ramen en deuren), binnenschrijnwerk (ingebouwde ksaten, binnendeuren), binnenafwerking, isolatie, keukens, interieur van winkels en toonzalen, trappen, daktimmerwerk en houtskeletbouw. Zowel het binnen- als het buitenschrijnwerk neemt aan belang toe. Het vervaardigen van meubels en keukens vervolledigt de top drie van populairste schrijnwerkactiviteiten. 92% van de ondervraagde schrijnwerkers is actief op de renovatiemarkt. 72% voert (daarnaast) activiteiten uit in de particuliere nieuwbouw en een op drie is actief op de projectmarkt. 85% van de bedrijven werkt in rechtstreekse aanneming van de bouwheer/opdrachtgever. Een op twee werkt regelmatig in opdracht van een architect en een op drie voor een hoofdaannemer.

De schrijnwerkerssector wordt de jongste tijd overspoeld door nieuwe normen en verplichtingen. Deze hebben vooral een invloed op het maken en installeren van ramen, zowel in woningen als in andere gebouwen. Nieuwe ramen moeten voldoen aan de EPB-regelgeving. Door de stijgende energieprijzen neemt de vraag naar hoogrendementsbeglazing toe. De verhoogde belangstelling voor laagenergiewoningen en passiefhuizen doet bovendien de vraag naar superisolerend schrijnwerk en houtskeletwoningen groeien. Bij het maken en het installeren van ramen moet de schrijnwerker ook de glasnorm (zogenaamde doorvalbeveiliging d.i. bescherming van de consument tegen vallen door een ruit) en de akoestische norm (van belang daar is een correcte plaatsing van het schrijnwerk en van dichtingstrips bij opendraaiende delen) toepassen. Ramen zijn bij voorkeur inbraakwerend (beveiliging van ramen en deuren is efficiënter dan het plaatsen van een alarminstallatie) en moeten binnenkort (vanaf 1 februari 2009) een CE-markering hebben. Ramen (en deuren) krijgen pas een CE-markering als ze voldoen aan bepaalde normen die te maken hebben met waterdichtheid, minimale luchtdoorlatendheid en bestandheid tegen windbelasting. Om dat te verzekeren moet een raam- of deurtype vooraf getest zijn en moet er een controlesysteem bestaan bij de fabricage.

Dit betekent dat de schrijnwerker zich moet informeren en zijn productie- en installatieproces moet aanpassen. Uit de bevraging van Bouwunie blijkt dat 61% van de ondervraagde schrijnwerkbedrijven op de hoogte is van de nieuwe glasnorm. Slechts 46% past hem toe. De anderen krijgen er geen vraag naar of kennen hem gewoon niet. Er is dan ook nog heel wat onduidelijkheid over het toepassingsgebied van de norm die bovendien technische moeilijkheden veroorzaakt. Dat de CE-markering op komst is, weet ondertussen 87% van de bedrijven. Slechts 40% wenst de nodige procedure te doorlopen om zo’n CE-markering te behalen. De schrijnwerkers rekenen daarvoor op de hulp van Bouwunie (voor houten ramen en deuren) en de profielleveranciers van pvc- en aluminium ramen en deuren.

Ze schakelen Bouwunie ook in om hen informatie te verschaffen over de verschillende energiebesparende maatregelen en de financiële tegemoetkomingen die de klant hiervoor kan krijgen (premies en belastingverminderingen). Twee op drie schrijnwerkers geeft hierover informatie en advies aan de klant. Energiebewust (ver)bouwen zit in de lift en de schrijnwerker kan de klant met raad en daad bijstaan in het optimaliseren van zijn energiebesparingsplannen, in het bijzonder bij investeringen in hoogrendementsbeglazing en dakisolatie, twee prioriteiten van het energierenovatieprogramma van de Vlaamse regering om woningen tegen 2020 energiezuinig te maken. Bouwunie ontwikkelde een handige folder met tips voor de klant om tot meer dan de helft van zijn investering in dakisolatie en isolerende beglazing te recupereren. De folder bevat een overzicht van de mogelijke premies en andere financiële tegemoetkomingen en een uitgewerkt voorbeeld met berekening van de winst die de gemaakte investeringen opleveren.