Ook in de sector van de schrijnwerkers laat de economische crisis sporen na. Maar liefst 16% van de Vlaamse schrijnwerkers en interieurbouwers hebben momenteel ronduit té weinig werk. Een op zes zegt nu duidelijk minder te doen te hebben dan in het begin van het jaar, toen het activiteitsvolume ook al aan de lage kant was. Anderzijds heeft 23% nu meer om handen. De vooruitzichten voor de volgende maanden zien er ietwat beter uit. De grote meerderheid van de bedrijven (90%) voorziet op z'n minst een handhaving, en sommigen een duidelijke toename, van het huidige werkvolume. Deze evolutie weerspiegelt zich in de orderportefeuilles. Deze reiken bij 17% van de schrijnwerkers-interieurbouwers slechts één maand ver. 60% kan nog voor minstens drie maanden aan de slag. Ondertussen verhoogt de concurrentiedruk. 38% heeft daar nu beduidend meer last van dan enkele maanden geleden. 32% van de bedrijven zien heel wat werken weggekaapt door zwartwerkers. Deze trekken zich weinig of niets van de talrijke wet- en regelgevingen aan, hebben een minder hoge kostenstructuur en rekenen lagere prijzen aan. Zij betekenen een regelrechte, valse concurrentie voor de bedrijven die wel al het mogelijke doen om met alles in orde te zijn. Het samenspel van minder werk en veel concurrentie resulteert in een negatieve prijzenspiraal. Volgens 22% van de bedrijfsleiders zijn de offerteprijzen de laatste maanden stelselmatig gedaald. Anderzijds zien 35% van de schrijnwerkers-interieurbouwers zich meer en meer geconfronteerd met laattijdige betalingen. Een rechtstreeks gevolg van de huidige economische dip. Het hoeft dan ook geen betoog dat de winstgevendheid van de sector er niet op vooruit gaat. 14% van de ondervraagde bedrijven voelt dat trouwens zeer duidelijk aan.
De werkgelegenheid in de sector is min of meer stabiel gebleven. 90% van de bedrijven heeft nu evenveel werknemers als in het begin van het jaar. Voor de toekomst lopen de verwachtingen uiteen. Terwijl 7% zich genoodzaakt ziet in de komende weken een of meerdere werknemers te ontslaan, gaat 9% over tot aanwervingen. Dit laatste blijft evenwel een moeilijke opgave. De zoektocht naar een geschikte arbeidskracht loopt zeker niet altijd van een leien dakje. Ondanks de crisis, die nu toch al bijna twee jaar duurt, plant 56% van de ondernemers in de komende zes maanden een investering voor zijn bedrijf. Op de eerste plaats in het productie-apparaat, gevolgd door bureelsinvesteringen en bedrijfswagens. 11% van de bedrijven plant investeringen in gebouwen of bedrijventerreinen.
Om het leven voor de schrijnwerkers-interieurbouwers wat aangenamer te maken, zou de regering in de eerste plaats de loonlasten moeten verlagen. Beleidsprioriteiten twee en drie voor de schrijnwerkers zijn een vermindering van de administratieve rompslomp en een verbetering van hun sociaal statuut.
Al enkele jaren krijgen we een duidelijke signaal dat meer en meer schrijnwerkersbedrijven zich toeleggen op de renovatiemarkt. Nog nooit kwam dit zo duidelijk tot uiting als vandaag. De NACEBO-marktstudie wijst uit dat 92% van de schrijnwerkers actief zijn op de particuliere renovatiemarkt. Dit segment genereert niet minder dan 53% van de omzet in de sector. Naast de renovatiemarkt zijn 80% van de schrijnwerkers ook actief op de particuliere nieuwbouwmarkt, 31% begeeft zich op de projectmarkt en zowat één schrijnwerker op zes werkt regelmatig voor de overheid. Alhoewel renovatie het hoogst scoort en aan belang wint, is dit (nog) niet de enige markt waarop de schrijnwerker zijn brood verdient.
Uit de NACEBO-enquête blijkt verder dat de meeste Vlaamse schrijnwerkers-interieurbouwers een aantal activiteiten combineren. Vooral de kleinere bedrijven profileren zich als "algemene schrijnwerkerij" terwijl de grotere eerder als gespecialiseerd bedrijf gelden. Ze leggen zich vooral toe op binnenschrijnwerk, gevolgd door buitenschrijnwerk, interieur en binnenafwerking, meubels en keukens, trappen en daktimmerwerk.
Bijblijven is een essentiële taak voor bedrijven om de concurrentie aan te kunnen blijven gaan. De meeste schrijnwerkers en interieurbouwers doen dit vooral via het lezen van vakliteratuur, het opvragen van info bij leveranciers, vertegenwoordigers en beroepsverenigingen, en het volgen van opleidingen. Deze opleidingen moeten hun technische kennis op peil houden, gaan over kostprijsberekening of dienen – en dit in de eerste plaats – om hun informatica-kennis op te krikken. Ondanks het feit dat dit steeds meer noodzakelijk is, beschikt nog geen 80% van de Vlaamse schrijnwerkers en interieurbouwers over een computer. Om e-government te laten slagen en de informatietechnologie-trein niet te missen, zullen dus nog heel wat bedrijven (niet alleen schrijnwerkers trouwens) een tandje moeten bijsteken.
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

