Algemeen

Schilders blij met schoonmaak bij schoonmaakfirma’s

Volgens de Algemene Belgische Schoonmaak Unie (ABSU) werkt vier op de tien schoonmaakfirma’s onder de minimumloonkosten in de sector. Zij voeren hun werken uit onder het aanvullend paritair comité met lagere lonen en sociale lasten, of met schijnzelfstandigen, of maken onder het mom van detachering gebruik van goedkope arbeiders van buiten de Europese Unie. De Vlaamse Schilders zijn blij met het recente initiatief van ABSU om met deze misbruiken korte metten te maken en met haar pleidooi om ook voor de schoonmaaksector een antikoppelbazenregelgeving in te lassen, naar analogie met de bouwsector. Maar tegelijk pleiten zij ervoor dat schoonmaakfirma’s zich zouden beperken tot de activiteiten van hun paritair comité en niet langer schilderwerken zouden uitvoeren.

In de bouwsector stoelt de antikoppelbazenwetgeving op drie principes: de verplichting van de hoofdaannemer om zijn onderaannemers bij de RSZ te melden, diens inhoudingsplicht bij niet-geregistreerde aannemers en zijn aansprakelijkheid voor de schulden van onderaannemers en eventuele sub-onderaannemers. De ABSU wil nu voor de schoonmaaksector een gelijkaardige cascade van verantwoordelijkheden invoeren. Volgens de Vlaamse Schilders is het een goede zaak dat de schoonmaaksector op die manier wordt gesaneerd.

De schildersbedrijven stellen tegelijk vast dat tal van schoonmaakfirma’s zich niet beperken tot schoonmaakactiviteiten in de strikte zin van het woord maar ook steeds meer de uitvoering van schilder-, onderhouds- en reparatiewerken aan gebouwen naar zich toetrekken. Door de schoonmaaksector op het vlak van sociale zekerheid even streng te reglementeren als de bouwsector, vervalt al een belangrijke oorzaak van oneerlijke concurrentie tussen bouw- en schoonmaaksector. Een andere oorzaak voor de uitbreiding van het activiteitenterrein van de schoonmaakbedrijven is dat de minimumlonen en sociale lasten in de schoonmaaksector lager liggen dan deze in de bouwsector.

De schoonmaaksector heeft intussen ondervonden welke negatieve effecten ontstaan op het vlak van vakkundigheid en imago indien bedrijven voor schoonmaakwerkzaamheden overschakelen naar het aanvullend paritair comité, waar nog lagere lonen en sociale voordelen gelden. De schoonmaaksector pleit er dan ook terecht voor dat schoonmaakactiviteiten door firma’s onder het paritair comité voor de schoonmaak worden uitgevoerd. Op dezelfde wijze dringen de Vlaamse Schilders erop aan dat het schilderen en onderhouden van gebouwen worden voorbehouden aan bedrijven die onder het paritair comité voor het bouwbedrijf ressorteren.

De overheid moet ingrijpen: daarover zijn de Vlaamse Schilders het eens met ABSU. Zoniet dreigt een negatieve tewerkstellingsspiraal te ontstaan. Niet alleen schoonmaakactiviteiten maar op termijn ook schildersactiviteiten dreigen dan te worden uitgevoerd door het paritair comité met de laagste loon- en sociale voorwaarden of, erger nog, via illegale arbeidscircuits.

In Vlaanderen stellen de schildersbedrijven ongeveer 5.000 werknemers tewerk. Indien de overheid verder laat betijen, vrezen de Vlaamse Schilders ook voor hun activiteiten een cascade van illegale constructies waardoor steeds meer reguliere bedrijven de boeken zullen moeten neerleggen.