Jaarlijks wordt bij bouwwerken ongeveer 20 miljoen m³ bodem uitgegraven. Ongeveer de helft komt terecht op landbouwgebieden. Maar daarbij worden grote risico’s op verontreiniging genomen, met mogelijks negatieve gevolgen voor gewassen en vee. De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) stelt vast dat het aantal aanvragen voor bodembeheerrapporten stijgt maar dat bij de aanvoer van uitgegraven bodem naar landbouwgebieden nog slechts een minderheid een bodembeheerrapport aanvraagt. Nochtans biedt enkel zo’n rapport garanties dat er door grondverzet geen bodemverontreiniging ontstaat.
Bij 14% van de bouwwerken komt bodem vrij die moet worden gereinigd wanneer hij buiten de werkzone wordt vervoerd en dan wordt gebruikt als bodem, bijvoorbeeld voor een ophoging. Dit is onder meer gebleken uit studies van de vzw Grondbank en van de OVAM (Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest). Voor de aanvoer van uitgegraven bodem naar landbouwgebieden gelden strengere normen dan bijvoorbeeld voor de aanvoer naar industriegebieden. De VCB stelt echter vast dat precies voor de meest risicovolle gebieden het minst bodembeheerrapporten worden aangevraagd.
Enkel via een bodembeheerrapport kan men de herkomst van de bodem achterhalen. Alleen een bodembeheerrapport garandeert dat de aangevoerde bodem beantwoordt aan de normen die voor de plaats van bestemming van toepassing zijn. Zonder bodembeheerrapport heeft de ontvanger geen enkele garantie, noch over de herkomst, noch over de milieukwaliteit. Vermits op 14% van de bouwplaatsen verontreiniging voorkomt, bestaan bij de aanvoer naar landbouwgebieden belangrijke risico’s als er zonder bodembeheerrapport wordt gewerkt. Omwille van het beperkte gebruik van bodembeheerrapporten bij de ophoging van landbouwterreinen vreest de VCB voor de kwaliteit van de gronden voor de verbouwing van gewassen. Met name bladgroenten vormen een risico op opname van zware metalen.
De VCB lanceert dan ook een oproep tot de eigenaars van landbouwterreinen om bij de aanvoer van uitgegraven bodem zeker een bodembeheerrapport te eisen. Op dit ogenblik zijn zij zich nog onvoldoende bewust van de mogelijke risico’s. Een verontreiniging kan niet alleen nefaste gevolgen hebben voor planten en dieren. Wanneer zij wordt vastgesteld, geldt bovendien een saneringsplicht. De verontreiniging zal tevens tot een belangrijk waardeverlies van het terrein leiden.
Trouwens is ook bij de aanvoer van bodem voor de ophoging van bouwterreinen omzichtigheid vereist. Gezien de hoge bouwgrondprijzen is het risico op een aanzienlijk waardeverlies voor het bouwterrein nog stukken groter. Eigenaars van bouwterreinen doen er dus eveneens goed aan geen aanvoer van uitgegraven bodem meer toe te laten zonder bodembeheerrapport. Een dergelijk rapport kunnen aannemers aanvragen bij een bodembeheerorganisatie, zoals de vzw Grondbank.
Marc Dillen, Directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

