Algemeen

Rijksmanager vermoedde vooroverleg

De Rijksgebouwendienst is mogelijk het slachtoffer geworden van illegale prijsafspraken in de bouwwereld. Volgens projectleider Bruggeling van de Rijksgebouwendienst zijn bij de aanbesteding van de bouw van de Rijksjongereninrichting De Doggershoek in Den Helder vrijwel zeker prijsafspraken gemaakt. Dat zei Bruggeling op de tweede dag van de openbare verhoren van de bouwenquête.

Bij de bouw van de jeugdgevangenis in Den Helder konden verschillende aannemers zich inschrijven op de opdracht. Vooraf had de Rijksgebouwendienst zelf een inschatting gemaakt van de kosten. Maar zelfs het laagste bod, van aannemersbedrijf Geveke Bouw, lag maar liefst 52 procent hoger dan de raming van de architect. Ook was de begrotingsenvelop van Geveke veel dikker dan enveloppen van de vier andere gegadigden.

"Ik had daardoor het vermoeden van vooroverleg en beperkte concurrentie", aldus Bruggeling. Hij gaf dit door aan zijn superieur Meijer, maar die raadde hem na overleg met de landsadvocaat af de zaak aanhangig te maken bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit. Door de regels van aanbesteding van destijds moest de overheid toch in zee gaan met de laagste bieder.

Onkostenvergoeding en andere opdracht
Bruggeling moest in opdracht van Meijer en de landsadvocaat aansturen op een schikking met Geveke Bouw, omdat het tijdens een arbitrage niet te bewijzen was dat het bouwbedrijf veel te hoog zat met de prijs. Geveke ontving een 'onkostenvergoeding' van 350.000 gulden en een andere opdracht.

Volgens Bruggeling was er grote politieke druk om de jeugdcellen op tijd klaar te hebben en heeft de overheid gegeven de regels "miljoenen bespaard" door de schikking te treffen met Geveke Bouw. De zaak is alsnog bij kartelwaakhond NMa beland. Jeugdinrichting De Doggershoek is later wel succesvol aanbesteed en in mei van dit jaar geopend. De praktijk die Bruggeling schetste komt overeen met het beeld dat gisteren op de eerste dag van de enquête rees.

De Pender
's Middags getuigde voorzitter De Pender van de Nederlandse Vereniging van Zandwinners (NVZ), die tevens directeur is van Mijnster Zand- en Grindhandel, een dochter van Ballast Ham. Hij verwierp de beschuldigingen die oud-aannemer Swart gisteren tegenover de commissie had geuit, dat met name de baggerbedrijven Ballast Ham en Boskalis op ongeoorloofde wijze de zandsector domineren. De Pender zei niets te weten van marktafscherming en afkoop van andere baggeraars en zandwinners bij het verwerven van een monopoliepositie.