‘De wraak van Rem Koolhaas’ is het al genoemd, het gebouw voor de Nederlandse ambassade in Berlijn.
Meer dan tien jaar geleden verliet Koolhaas woedend de jury die moest beslissen over de toekomst van Potsdammer Platz.
Koolhaas noemde het onlangs in de Welt am Sonntag een ‘dramatisch moment’, een ‘echt conflict’. Maar zoals nu wel gebleken is het een drama geweest met een goede afloop, want de ambassade staat er, een overzichtstentoonstelling (mét bijbehorend T-shirt) in de Neue Nationalgalerie is geopend, hij kreeg de Architekturpreis Berlin en er komt een stapel boeken aan. Opvallend: de boeken zijn niet van Koolhaas, maar gaan vooral over hem, zijn bureau en zijn ontwerpen.
Het eerste boek dat naar aanleiding van bovenstaande is verschenen heet ‘Considering Rem Koolhaas and the Office for Metropolitan Architecture. What is OMA’. De bedoeling van het boek was, getuige de achterflap, Koolhaas te verduidelijken voor de gemiddelde cultuurliefhebber, de geïnteresseerde NRC-lezer uit Harderwijk, zoals dat tegenwoordig een beetje denigrerend heet. Maar helaas, de meeste essays in het boek leggen het werk van OMA helemaal niet helder uit en maken de mythe rond Koolhaas alleen maar groter. OMA, denktank AMO en Koolhaas verdwijnen zelfs in sommige essays geheel buiten beeld.
Dun
Zo vertelt Neil Leach in een werkelijk flinterdun theoretisch babbeltje (titel Cuflage: knap gevonden die typografische woordspeling, snel verkopen aan Youp) over het concept ‘camouflage’, dat volgens hem de importantie van het ontwerp in het huidige tijdsgewricht benadrukt. Het is, nog steeds volgens Leach, een designconcept om het individu te relateren aan de omgeving. Klinkt gewichtig, maar achter al die dure woorden is het angstig leeg.
Een andere essayist, Okwui Enwezor, maakt het nog bonter. Zijn stuk heet: ‘Terminale moderniteit: Rem Koolhaas’ vertoog over entropie’, en de eerste alinea heeft als subtitel: ‘Tabula rasa: een theorie van alles, à propos de stad.’ Voeg ik daar nog aan toe de constatering dat de schrijver de Weense kwakzalver Freud serieus neemt, en u begrijpt meteen dat het stuk beter ‘Tabula raaskaal’, had kunnen heten. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat Koolhaas dit soort teksten graag ziet.
In diezelfde Welt am Sonntag zegt hij in ieder geval dat voor hem een van de vervelendste onderdelen van het sterrendom het feit is dat iedere levensuiting van hem door anderen tot theorie wordt gemaakt. Dat kan erg frustrerend zijn, maar dat is wel hoe ‘beroemd zijn’ nu eenmaal werkt. De andere kant van de medaille krijg je er altijd gratis bij.
Koolhaas moet dus niet zo zeuren.
China
Tot slot auteur Ian Buruma. ‘What is OMA’ biedt een herdruk van diens recensie uit het jaar 1996 over Koolhaas’ meesterwerk S,M,L,XL. Niet erg, die herdruk, want het is een goed verhaal en Buruma kan ook echt goed schrijven. Maar dan: in een voetnoot legt Buruma uit dat hij Koolhaas ook in politieke zin waardeert, vanwege zijn weigering in China te werken.
Ineens werd ik wakker. Schreef Buruma daar niet een tijdje terug totaal iets anders over? En is Koolhaas nu niet gewoon aan de slag in Beijing? Allebei waar. Buruma weerlegt in de Engelse krant The Guardian van 30 juli 2002 op bijzonder overtuigende wijze alle argumenten die Koolhaas aanvoert om er nu juist wel te werken, inclusief het argument dat alles wat we er tegen hebben een restant zou zijn van misplaatste imperialistische arrogantie.
Koolhaas ontwerpt in Beijing het hoofdkantoor voor de propagandamachine aldaar, de Chinese staats-tv. En propaganda is echt iets anders dan vrijheid van meningsuiting en democratie. Propaganda is van bovenaf, én met voorbedachten rade, leugens verspreiden, laten we daar vooral niet moeilijk over doen.
Het was dus, gezien deze omissie, het boek ten goede gekomen als de samenstellers actueler waren geweest. Want behalve Buruma’s stuk over S,M,L,XL, behandelen sommige auteurs ook het 25 jaar oude ‘Delirious New York’, Koolhaas’ debuut. Op zich is dat niet erg, want het blijft een geweldig boek. Maar het is wel oud nieuws. Een recent artikel van Koolhaas heette niet voor niets ‘Delirious no more’, en dat stuk krijgt geen enkele aandacht, net zo min als de vraag waarom Koolhaas inmiddels van mening is veranderd.
Het is jammer, maar na het lezen van 180 pagina’s over OMA en Koolhaas weten we weinig meer over de man en zijn bureau dan voordien. En de geïnteresseerde leek? Die kan altijd nog terecht bij herdrukken van Delirious New York of S,M,L,XL. En wie die boeken al heeft, die koopt toch gewoon een OMA-T-shirtje?
Meer over Architectuur
Boekentip: Buitengewoon Belgisch Bouwen 11
2 juni 2026Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

