De bouw worstelt met een groot tekort aan arbeidskrachten. Een ander structureel probleem in de bouwsector kan echter de oplossing bieden, namelijk de ondervertegenwoordiging van de vrouw in de bouw. Het negatieve imago dat de bouwsector voor velen nog steeds heeft, is hier jammer genoeg niet vreemd aan. Voor velen staat de bouw nog steeds synoniem met zware handenarbeid op onveilige werven. Het tegendeel is echter waar. Twee jonge vrouwen van het leerwerkproject ’t Mussennest getuigen.
’t Mussennest is een leerwerkproject opgestart door het dagcentrum De Sleutel op vraag van de stad Brugge. Het project is specifiek gericht op jongeren uit het Deeltijds Onderwijs. Een grote groep van de jongeren die ingeschreven zijn in het Brugse Deeltijds Beroeps Secundair Onderwijs heeft geen werk gedurende de drie dagen dat ze niet naar school moeten. De Sleutel wil zich tot die groep jongeren richten met een aanbod dat werken en het aanleren van de nodige attitudes moet combineren. Op de achterliggende gronden van het dagcentrum in Brugge stond de oude kloosterboerderij te vervallen. Deze boerderij renoveren werd de opdracht van het leerproject. ’t Mussennest haalt tevens zijn naam van de oude boerderij, zo genoemd naar de familie Mus die daar destijds woonde met een groot “nest” kinderen. Het project blijft de historische naam van de oude boerderij waardig.
Om dit leerwerkproject mede te financieren kwam er steun van Europa, dit in het kader van Gelijke Kansen. ’t Mussennest werkt immers heel intensief rond gelijke kansen, attitudes en sociale vaardigheden. Het project is immers veel meer dan een tewerkstellingsproject. Dankzij een positieve attitudegerichte aanpak worden de jongeren gestimuleerd binnen een duidelijke structuur en wordt ervoor gezorgd dat ze na 9 maanden intensief werken echt arbeidsrijp zijn en klaar om door te stromen naar de reguliere tewerkstelling.
Dankzij het ESF-project Gelijke Kansen in ’t Mussennest stromen nu meer meisjes door naar tewerkstelling, zelfs binnen de bouw. Hun opgedane kennis gaat niet langer verloren en kan effectief in de sector zelf worden geïnvesteerd. Met 2 meisjes op 10 plaatsen boekt ’t Mussennest een opmerkelijk resultaat.
Een vrouw die metselt of pannen legt is voor velen nog steeds een vreemd beeld. Toch zijn er meer en meer vrouwen die in onze sector willen werken. Dit blijkt niet enkel uit het aantal vrouwelijke werkzoekenden die aspiraties hebben voor de bouw, maar ook uit het aantal meisjes die een bouwopleiding volgen in het onderwijs. Ulrieke De Vos (16) en Deborah Vandenbos (15) zijn er zo twee. Uit het korte gesprek dat we gehad hebben met hen blijkt duidelijk dat ze bewust gekozen hebben voor de bouwsector en dat ze bijzonder fier zijn om in onze sector te kunnen werken.
Toen ze voor het eerst het werf van ’t Mussennest bezochten waren ze onmiddellijk verkocht
Ulrieke: “Ik voelde met direct thuis op de werf. Het werk op de bouw past bij mij.” Deborah sluit zich hier volmondig bij aan: “Ik voel mij hier zeer goed!”
Tijdens hun opleiding maakten ze kennis met verschillende soorten werkopdrachten: metselen, afbraakwerken, schilderen, dakpannen leggen. Maar daarnaast leren ze ook andere zaken die zo belangrijk zijn op de werf. Deborah: “Metselen doe ik zeer graag, maar we leren hier ook om ons aan bepaalde regels te houden: op tijd komen, verwittigen bij ziekte, met iedereen leren samenwerken en ook zaken aanpakken die je minder graag doet.”
Natuurlijk beseffen ze dat het voor een vrouw niet altijd even gemakkelijk is om in de bouwsector te werken. Toch hebben ze het er nooit ervaren als een machowereldje. Ze zien niet veel verschillen tussen jongens en meisjes. Een voorkeursbehandeling hebben ze in ieder geval niet nodig.
Deborah: “Iedereen doet alle werken. Jongens en meisjes kunnen het werk hier in de bouw volgens mij ook even goed aan. Bij de werkverdeling ’s morgens wordt dan ook geen onderscheid gemaakt tussen jongens en meisjes. Er worden ook geen werkjes doorgegeven omdat men ervan uitgaat dat het te lastig is of te gevaarlijk zou zijn. Ik zou dit zelfs niet willen moest dit wel gebeuren.” Ook Ulrieke wil geen speciale behandeling: “We doen allemaal hetzelfde werk. Ik zie ook geen verschil in de vaardigheden tussen jongens en meisjes. Het hangt allemaal af van persoon tot persoon.”
Na hun opleiding zouden ze ook graag in de bouwsector tewerkgesteld worden, al beseffen ze dat het ‘echte werk’ toch nog iets anders zal zijn dan tijdens hun opleiding. Ulrieke: Op technisch vlak voel ik mij klaar om in de bouw van start te gaan. Ook al besef ik dat het tempo op een echte bouwwerf wellicht hoger ligt dan hier. Daar zit men met echte deadlines en ik weet natuurlijk dat ik nog wat te leren heb, maar dit heb ik er graag voor over!”
Net zoals iedere bouwvakarbeider zijn ze fier op hun werk en op de sector en als men vraagt: “wat doe je van opleiding?”, antwoorden ze beide in koor: “ik ben trots dat ik een bouwopleiding volg!”
Hopelijk kunnen ze straks als fiere arbeidsters aan de slag!
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

