Algemeen

Procesinnovatie in bouw verloopt maar traag

Op het PRoCes Innovatie Congres van Bouwcentrum bogen diverse deskundigen bogen zich over een actueel en boeiend thema. Het ging over innovatie, niet van produkten, middelen en werkmethoden maar van het bouwproces. Gesteld werd dat er in termen van procesinnovatie de laatste 10 jaar in de bouwsector weinig is gebeurd.

Geroemd werd het vermogen van de bedrijfstak bouw tot innovatie van produkten, gereedschappen en werkmethoden. Veelal gericht op het zo efficiënt en kosteneffectief mogelijk produceren van het bouwprodukt. Daar is de bedrijfstak een meester in.
Sommigen leggen dit uit als het vermogen om optimaal te presteren binnen de korte termijn visie die de bedrijfstak kenmerkt. Anderen noemen dat improvisatie. De produktiviteit van de nederlandse bouw behoort daarmee overigens wel tot de top van de wereld.
Het is een ander verhaal indien wij naar het bouwproces kijken. Douwe Kras zegt hierover het volgende in zijn voorwoord van het bij gelegenheid van dit congres uitgegeven boekje “de bouwsector doet het uitstekend, ja toch?”: “Procesinnovatie heeft betrekking op enerzijds de zachte kant van het bouwen, de rollen, processen, houding en het gedrag van de betrokken partijen en anderzijds op de toepassing van de ‘state-of-the-art’ hulpmiddelen en technieken. Bij houding en gedrag gaat het om vraagstukken over samenwerking met en tussen opdrachtgevers, architecten, adviseurs, aannemers, onderaannemers en toeleveranciers”. Dus met het accent op toepassing en gedrag. Daarmee belanden we in de hoek van de alpha-wetenschappen. Wij herkennen deze problematiek op het terrein van de arbeidsomstandigheden en de veiligheid op de bouwplaats. Om het boud te zeggen: Een veilige bouwlift is één, maar een adequaat en veilig gebruik door alle betrokken partijen van deze lift op de bouwplaats is twee.
Een ander voorbeeld: Een doordacht V&G-plan is een basisvoorwaarde voor een veilige bouw, maar het komt er vooral op aan hoe de opdrachtgevende, ontwerpende en uitvoerende partijen hier in de praktijk mee om gaan. Dus ook hier gaat het om houding en gedrag bij de toepassing van middelen en technieken. Bij Aboma+Keboma spreken wij dan meestal over de organisatie en de techniek van de veiligheid, maar het komt in grote lijnen op hetzelfde neer.
De sterk gesegmenteerde bouwkolom brengt zo zijn eigen problemen met zich mee. Van de discussie over een verantwoorde wijze van aanbesteden tot de vraag wie er nu eigenlijk de baas is in het bouwproces.

Verlaten
Op het gebied van arbeidsomstandigheden en veiligheid wordt de analogie zichtbaar waar het gaat om vragen van verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. Ook door Aboma+Keboma is er vanuit deze invalshoek veelvuldig gepleit voor meer duidelijkheid en transparantie van het bouwproces. In andere woorden komt dat neer op een pleidooi voor procesinnovatie.
Op bovengenoemd congres werd aangehaakt bij de visie van Harvard econoom Michael Porter. Deze betoogt ‘dat innovaties in toenemende mate tot stand zullen komen door nauwe samenwerking tussen afnemers, fabrikanten, toeleveranciers, onderzoeksinstituten en overheid’. PRC Bouwcentrum trekt deze lijn door naar de procesinnovatie in de bouw en pleit voor een manier van denken en doen die ‘het denken in zuilen’ verlaat.
De heersende mening van het congres hierover was vrij somber waar het ging om de achter ons liggende periode. Er volgde een krachtige oproep om het momentum, ontstaan door de discussie over de bouwenquete, aan te grijpen om de procesinnovatie nu een stevige impuls te geven. De tijd lijkt er rijp voor, want de bedrijfstak zal zich moeten herschikken en vernieuwen.
Ik zie wel wat in de bovengenoemde aanpak. Ook op het gebied van arbeidsomstandigheden en veiligheid zou veel gewonnen zijn als dit meer dan nu als een gezamenlijke verantwoordelijkheid werd gevoeld. En dan heb ik het niet alleen over werkgevers en werknemers in het bouwbedrijf. Dan heb ik het over overheid, opdrachtgevers, architecten, toeleveranciers, adviseurs en hoofd- en onderaannemers.
Niet alleen denken in deelbelangen, in zuilen en segmenten, maar denken in termen van processen over de grenzen heen. Niet alleen denken in termen van machineveiligheid maar meer aandacht vragen voor een veilig gebruik. Niet alleen deelplannen opstellen per deelnemer in het bouwproces, maar meer aandacht vragen voor overleg en afstemming tussen de verschillende deelnemers in het bouwproces.

Eng
Ons bureau onderschrijft het belang van dit onderwerp, maar herkent ook de taaiheid van de materie en het gebrek aan innoverend vermogen ten aanzien van het bouwproces. Het is ook op het terrein van de arbeidsomstandigheden en de veiligheid een lange weg om dit in de als behoudend gekenmerkte bouwsector voor elkaar te krijgen. Begrippen als houding en gedrag worden in een technisch georiënteerde bedrijfstak als de bouwnijverheid al gauw als een beetje eng bestempeld, want het zijn moeilijk te grijpen termen.
Uit het bovenstaande mag duidelijk zijn geworden dat houding en gedrag wel de essentie raken wanneer we het over ‘procesinnovatie en veiligheid’ hebben.Het hoeft dan niet meteen over alpha-wetenschappen te gaan. Met verandering van bedrijfscultuur zou al veel gewonnen zijn. Misschien moet Aboma+Keboma daar nog eens een keer een symposium aan wijden.