De periode van laagconjunctuur had de bouw niet op een slechter moment kunnen treffen, want de geloofwaardigheid van de sector komt zo verder onder druk te staan.
De gunningen bij Rijkswaterstaat pakken de laatste tijd steevast 15 tot 40 procent lager uit dan begroot. Diverse kamerleden wijten dit geheel en al aan de nasleep van de bouwfraudeaffaire en opperen dat de budgetten in het MIT (Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport) met 30 procent omlaag kunnen. Zelfs de minister sluit niet uit dat het om een structureel effect gaat, bleek afgelopen week tijdens debat in het parlement.
Feit is dat de sector sinds twee jaar een stuk lager inschrijft bij aanbestedingen. De ervaring van Rijkswaterstaat is dat bouwers de werken 15 tot 40 procent onder de raming aannemen, eigenlijk al sinds de tijd dat de bouwfraudeaffaire speelt. Maar dat is nu ook precies de periode dat het economisch tij is omgeslagen van een overvolle orderportefeuilles naar een pover werkaanbod.
Meest recent zijn de meevallers bij de aanbesteding van de bovenbouw van de Betuwelijn. Daarmee is 161 miljoen euro uitgespaard. De bouwers moeten voor een gemiddeld 30 procent lagere prijs wel hetzelfde contract nakomen. In veel gevallen zullen aannemers later alsnog een deel van de kosten proberen te verhalen via meerwerk.
Minister Peijs (verkeer) houdt terecht een grote slag om de arm en wijt de terugval in de prijzen vooral aan de teruglopende economie en de slapte op de gww-markt. Zij weigert zich rijk te rekenen en verwacht dat in een periode van krapte de prijzen weer zullen aantrekken. De tijd zal leren hoe lang bouwers in staat zijn projecten uit te voeren voor een veel lager bedrag.
De minister rekent niet eens meer op een eerlijk antwoord van de sector als zij zou vragen naar de oorzaak van de prijsdip. Dat soort opmerkingen hoort voor de bouw een teken aan de wand te zijn. Op begrip hoeft de sector niet te rekenen, maar ze doet niet eens een poging om de opdrachtgevers op de hoogte te stellen.
Toch is het niet denkbeeldig dat de prijzen ook over lange tijd een dalende tendens te zien geven. Als voorzitter J. Hovers van de Regieraad Bouw gelijk krijgt, kunnen de prijzen met 25 procent omlaag door efficiencyslagen. De NMa heeft berekend dat de opdrachtgever door verstoorde marktverhoudingen en kartelvorming gemiddeld 10 procent te veel betaalt.
Stel dat het de sector lukt om via vernieuwende processen en efficiencyslagen inderdaad goedkoper te werken, dan zou dat een groot compliment waard zijn.
De reactie van de ‘buitenwereld’ zal echter negatief zijn. Die denkt alleen ‘zie je nu wel’ en ‘we hebben al die jaren veel te veel betaald’. Een slechtere motivatie om serieus aan de slag te gaan met prijsreducties is bijna ondenkbaar. Stank voor dank is echter de enige logische reactie van een wereld die niets meer begrijpt van de sector.
De bouw zou graag willen dat hij weer wordt vertrouwd. AVBB-voorzitter Brinkman denkt het respect terug te winnen met goed werk. Dat zal niet genoeg zijn om de geloofwaardigheid op te krikken. Transparantie is mogelijk een sleutelwoord met meer mogelijkheden tot succes. De bouw lijkt echter nog lang niet toe aan een werkwijze van transparantie over de prijsvorming, over de concurrentie en over het verleden. Zolang de cultuuromslag achterwege blijft, zullen de stekelige opmerkingen van kamerleden en anderen blijven.
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Elke werkdag het laatste nieuws in uw mailbox!
Aanmelden!Alleen de nieuwsbrief, geen spam

