Algemeen

PPS als effectief beleidsuitvoeringsinstrument

Vooral op het gebied van infrastructuur en de ontwikkeling van andere ruimtelijke projecten is samenwerking tussen publieke en private partijen noodzakelijk, al is het nog niet iedereen duidelijk op welke wijze dat zal gebeuren.

Dat publiek-private samenwerking nog steeds of juist nu een springlevend thema is, bleek op een recentelijk gehouden werkcongres, onder voorzitterschap van Peter Noordanus, voorzitter van de VROM-Raad. In interactieve deelsessies werd een concrete en gezamenlijke ‘pps-agenda’ van de toekomst opgesteld.

Maatschappelijk rendement. Dat zou wel eens het gemeenschappelijke uitgangspunt kunnen worden in de samenwerking tussen private en publieke organisaties. Maar dat rendement zou per project niet alleen naar alle partners geëxpliciteerd moeten zijn, maar ook naar de samenleving. Een adequaat opgezette en dus voldoende transparante pps-constructie geeft de meerwaarde voor (individuele) burgers logischerwijs aan. Dat is ook vanuit democratisch standpunt een goede zaak.
Maar er zijn meer trends die publiek-private samenwerking bevorderen. De rol van de terugtredende overheid is in dat verband aan de orde, omdat die ruimte zal willen scheppen voor meer private inbreng en vernieuwing. Dat betekent dat diezelfde overheid zal moeten willen investeren in de “vraagprofessionalisering” waardoor het helder wordt welke kwalitatieve en functionele eisen (en risico’s) per project aan de orde zijn.
Van de aanwezigen was 90 procent zelfs van mening dat bij projectramingen de projectspecifieke risico’s over de volle beleidslevenscyclus zouden moeten worden gewaardeerd.
Een ander punt voor de pps-agenda is de wens om een betere aansluiting te bewerkstelligen van de publiekrechtelijke regels (Tracéwet, milieu-effectrapportage ed.) op het pps-aanbestedingstraject, waardoor in ieder geval een betere, gefaseerde en snellere besluitvorming kan plaatsvinden. Die oproep tot betere integratie en versnelling van allerlei procedures is weliswaar niet nieuw, maar werd nog niet sterk betrokken op pps-contracten.

Delfland
Een recent en veelbelovend samenwerkingsproject – dat ook op de bijeenkomst ‘De PPS Agenda’ aan de orde kwam – is de bouw van een van de grootste afvalwaterzuiveringsinstallaties van Europa. Het Hoogheemraadschap van Delfland laat in het kader van het project Afvalwater Haagse Regio in de Harnaschpolder in Schipluiden een dergelijke installatie bouwen. Met het gehele project is een bedrag van ongeveer 1,5 miljard euro gemoeid.
Zoals vorige week hier al werd beschreven, leverde toepassing van pps een besparing op ten opzichte van de oorspronkelijke begroting van 13,4 procent.
De kritische beoordeling en doorlichting van alle biedingen door internationale consortia, zoals die via de procedures van het Europese aanbestedingstraject plaatsvinden, resulteerden erin dat het consortium Delfluent de opdracht kreeg. Delfluent deed de economisch meest voordelige aanbieding, terwijl ook in technische zin de bieding volledig voldoet aan de door Delfland gestelde eisen. Delfland heeft kennelijk de gevraagde capaciteit en kwaliteit professioneel kunnen inkopen.
In het consortium Delfluent hebben Vivendi Water, DELTA Water, Waterbedrijf Europoort, Rabobank, Heijmans Beton- en Waterbouw, Strukton hun expertises gebundeld. Alleen de voorbereidingen van deze bieding kostte het consortium zo’n vijf miljoen euro.
Het finale DBFO-contract regelt het ontwerp, de bouw, de financiering en het beheer van de installaties en het transportstelsel over een lange periode. In dat opzicht is de constructie voor ons land betrekkelijk nieuw, omdat een private partner een belangrijke maatschappelijke taak krijgt uit te voeren. Zowel de vertegenwoordigers van Delfland als van het consortium realiseren zich dat de borging van het publieke belang waar het gaat om waterzuivering in een zo intensief bewoond gebied van het grootste belang is. Ook de continuïteit in de uitvoering en het beheer – maar dus ook in het onderlinge partnership – zijn in vele opzichten kritische factoren.

Win-winsituaties
Het is opvallend dat juist nu – de gevolgen van parlementaire enquête bouwnijverheid zijn nog nauwelijks bekend, laat staan te overzien – gezocht is naar een constructie waarbij maatschappelijk nut en financieel rendement bij elkaar gebracht worden ten behoeve van een complex project als de bouw en het langdurig beheer van een afvalwaterzuiveringsinstallatie. Er is duidelijk sprake van een gemeenschappelijk belang voor consortium en hoogheemraadschap, waarbij maatschappelijk en economisch rendement hand in hand gaan.
Niettemin is de gekozen pps-vorm nu opvallend, omdat onder de paarse kabinetten en het nu demissionaire kabinet-Balkenende weinig enthousiasme voor deze vorm van samenwerking bestond. De teleurstellende pps-resultaten in ons land – in tegenstelling tot bijvoorbeeld Engeland – zijn er dan ook naar. Het lukte maar niet om de beoogde meerwaarde, de win-winsituaties in de praktijk ook daadwerkelijk te realiseren.
De verschillen tussen publieke en democratische beoordeling van overheidsprestaties enerzijds en de beoordeling van marktpartijen door klanten en geldschieters staan dat in de weg. Omdat de overheid met veel meer belangen rekening moet houden dan de private sector heeft zij een geheel ander gedragsrepertoire en geheel eigen vaardigheden ontwikkeld.
Juist door het vooruitzicht van een langdurig partnership zou bij de bouw en het onderhoud van de waterzuivering in Delfland wel eens sprake kunnen zijn van een succesvolle poging. De betrokken partijen realiseren zich in ieder geval wat er op het spel staat.