Algemeen

Oudste huis onder bouwput

Archeologen hebben het oudste huisje van West-Nederland gevonden bij Schipluiden in Zuid-Holland. De onderzoekers stuitten op de plattegrond van een huisje van 4 bij 6 meter, dat waarschijnlijk tussen 3800 en 3600 voor Christus is gebouwd. Onder de vondsten lagen de stoffelijke resten van vier volwassen mannen, meldde projectleider C. Koot gisteren. De groep archeologen graaft in de bodem bij Schipluiden in opdracht van het Hoogheemraadschap van Delfland. Op die plek in de Harnaschpolder moet over een paar jaar een nieuwe zuiveringsinstallatie voor afvalwater verrijzen. Medewerkers van de Universiteit van Leiden voeren de opgravingen uit.

Koot sprak van een belangrijke vondst in de zoektocht naar tekenen van de eerste honkvaste bewoners van West-Nederland. In het Zuiden en Oosten van het land vonden bodemonderzoekers al ouder bewijs van permanente bewoning: overblijfselen uit ongeveer 5000 voor Christus.

Het is onduidelijk waarom het langer duurde voordat mensen in het Westen ook veranderden van jagers en verzamelaars in boeren die het hele jaar op dezelfde plek bleven.

De vier gevonden skeletten worden nog onderzocht. Zij waren begraven, maar het is nog onduidelijk hoe ze zijn gestorven. Van enkele zoetwaterkuilen die de archeologen vonden, noemde Koot er één in het bijzonder. “Daarvan kan je zeggen dat het een echte put is, want die was beschoeid met houten planken.” Koot verwacht dat de onderzoekers nog tot half september aan het werk zijn in de Harnaschpolder.