Algemeen

Oude stadsmuur als waterkering

Hoewel de Kamper waterkering zich op dit moment in de eindfase had moeten bevinden, ziet het er naar uit dat mogelijk zelfs het einde van dit jaar niet wordt gehaald. liggen hieraan ten grondslag. Maar de mix van gecompliceerde en verschillende bouwtechnieken met een ingewikkelde en soms moeizame overlegstructuur maakt het werk wel bijzonder en uitdagend.

“De bouw van de Kamper waterkering is een uitdaging want elke dag is anders”, zegt projectleider R. Bossenbroek van de Koninklijke Woudenberg uit Ameide. “Je weet nooit wat je aantreft als je gaat graven in een oud stedelijk gebied van een historische plaats zoals Kampen.”

De Koninklijke Woudenberg bouwt in samenwerking met Van den Herik Sliedrecht en Van den Biggelaar Aannemingsbedrijf uit Velddriel de Kamper waterkering in opdracht van het waterschap Groot Salland. De nieuwe waterkering beveiligt 63 van de 157 buitendijkse panden tegen een hoge waterstand zoals die zich gemiddeld eens in de tweeduizend jaar voordoet. Voor de resterende 94 woningen die in de nieuwe situatie buitendijks blijven, worden extra maatregelen getroffen tegen extreme waterstanden die eens in de vijfhonderd jaar te verwachten zijn.

De keuze om een deel van de panden binnen en een deel buiten de waterkering te houden, is genomen door het waterschapsbestuur. De ‘loop’ van de waterkering volgt de 1,8 kilometer lange oude stadsmuur, die niet alleen door tuinen, maar ook dwars door meer dan dertig woningen loopt.

Bossenbroek: “Dat levert vrijwel direct een probleem op. Arcadis houdt gesprekken met de bewoners en legt de afspraken vast in contracten. Maar doordat er een behoorlijke tijd ligt tussen afspraken en uitvoering, treden wijzigingen op in zowel de wijze van uitvoeren als in de bestaande situatie waarin bewoners bijvoorbeeld de inrichting van hun woning hebben veranderd.” Het alternatief voor de stadsmuur als waterkering was een beweegbare kering op de kade waarbij alle panden binnendijks zouden vallen. Volgens Bossenbroek was deze optie duurder dan de huidige oplossing en naar verhouding niet veiliger.

Naast onderhandelingen met bewoners krijgt Bossenbroek veel te maken met bouwkundige problemen als de graafmachine is ingezet. “Alles wat in de grond zit wijkt af van wat in het bestek staat. In de vijf tussen de huizen gelegen poorten is de situatie die we aantreffen onderling afwijkend. Soms komen nutsleidingen naar boven die we niet verwachtten of oude rioleringen, delen van oude stadsmuren of vervuilde grond. In bijna alle gevallen leidt dat tot vertraging.” Als de bouwstroom wordt geremd moet de dagelijkse leiding omzien naar ander werk voor bijvoorbeeld de metselaars. “Op dit moment gaat dat trouwens wel redelijk want we zijn op diverse locaties tegelijk bezig.”

Bossenbroek of zijn ‘projectcollega’ ing. A. van der Meer van Van den Herik geven de wijzigingen onmiddellijk door aan de opdrachtgever of een vertegenwoordiger van de gemeente Kampen. “Maar voordat er een beslissing is genomen zijn we meestal al weer een week verder”, aldus Bossenbroek. Volgens Van der Meer komt dat ook doordat naast het waterschap en de bewoners ook de gemeente Kampen en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg bij het werk betrokken zijn. “En dan vergeet je nog dat er mensen zijn die zich bekommeren om de bijzondere planten die op de oude stadsmuur groeien en behouden moeten blijven.”

Voor zover de eeuwenoude stadsmuur nog staat, wordt elk deel nauwkeurig bekeken op de kwaliteit. Bossenbroek: “Sommige stukken vallen er bijna spontaan uit. Voor zover die delen deel uitmaken van woningen kan dat problemen geven. Maar wat kwalitatief nog goed is, blijft behouden. Delen die slecht zijn, worden uiteraard verwijderd en opnieuw ingeboet met bakstenen van het zelfde formaat die speciaal voor dit project zijn gebakken.” De stadsmuur wordt helemaal nagelopen door de fundering tot een diepte van 1 meter onder het maaiveld te ontgraven en een inspectie uit te voeren tot 2 meter boven het maaiveld.

Het loshakken van slechte stukken muur is een secuur klusje omdat de dikte van de muur kan verschillen. Op sommige stukken is de muur 60 centimeter dik, maar waar de muur deel uitmaakt van een woning kan vanuit de woning een nis in de muur zijn gehakt. Als de metselaars tijdens het hakken niet goed opletten, komen ze in de woning uit. Verder herstelt de aannemer het voegwerk, worden scheuren geïnjecteerd, pleisterlagen hersteld en wordt de begroeiing verwijderd voor zover het geen bedreigde plantensoort betreft.

Het totale werk is in een civieltechnisch en een bouwkundig deel geknipt die in verschillende fasen zijn ondergebracht. De Koninklijke Woudenberg neemt het bouwkundige deel voor zijn rekening, Van den Herik en Van den Biggelaar het andere deel. Volgens Van der Meer is de scheiding niet al te strikt. In veel gevallen sluiten de civieltechnische voorzieningen ondergronds aan op de bouwkundige voorzieningen bovengronds.

Het werk van Van den Herik zit voor een groot deel ondergronds. Van der Meer: “Wij verzorgen onder meer de hefschuifkeringen, klepkeringen, voorzieningen voor schotbalken, damwanden en kwelschermen als onderdeel van de waterkering naast de realisatie van de nieuwe verlaagde ontmoetingsplaats bij de stadsbrug.” Voor de Koninklijke Woudenberg bestaan de specifieke onderdelen ten behoeve van de waterkering, naast de restauraties, uit het aanbrengen van verhoogde drempels, waterkerende deuren en ramen en betonnen keringen in de woningen. Het civieltechnische deel wat betreft het werk aan de straten en pleinen, het uitgraven van de Oude Binnenhaven en de bodemsanering is in handen van Van den Biggelaar.

De laatste keer dat het in Kampen bijna spaak liep, was in 1995 toen tientallen woningen aan de IJsseldijk werden bedreigd door hoogwater en verschillende bewoners werden geëvacueerd. Een beperkte nooddijk voorkwam dat woningen en het achterliggende gebied zouden onderlopen. Deze dijk werd gebouwd met vijftig big bags gevuld met zand. De zakken met een inhoud van elk 1 kubieke meter, maken deel uit van een voorraad van 1250 zakken waarmee in geval van nood binnen zes uur een complete nooddijk is te bouwen.

De hoogte van de huidige kering is 2,6 meter boven NAP. De nieuwe waterkering komt tot maximaal 4,3 meter boven NAP en dat is 2 meter hoger dan de hoge waterstand die in 1995 werd bereikt. Bossenbroek: “Met de oude waterkering bestaat de kans dat bij een overstroming het water eens in de tweehonderd jaar tot Elburg komt.”

Het in delen knippen van het werk volgde op de openbare aanbesteding van het hele werk in één keer. Het totale project werd uiteindelijk toch niet door het waterschap gegund aan de bouwcombinatie Kampen-Midden hoewel zij tot twee maal toe door de Raad van Arbitrage in het gelijk was gesteld. Het opdelen van het werk in combinatie met het opnemen in het bestek van een goede risicoregeling is volgens Bossenbroek en Van der Meer de juiste manier geweest om het werk goed aan te kunnen nemen. De ontstane problemen en het daaruit volgend meerwerk zijn de bewijzen daarvan. De aanvankelijke oplevering zou voor de bouwvak van dit jaar plaatsvinden. Bossenbroek verwacht nu het grootste gedeelte van het werk voor het einde van dit jaar gereed te krijgen.