Vooral in de winter 2005-2006 kreeg de bouw af te rekenen met een bijzonder lange vorstperiode: in bepaalde regio’s (Antwerpen en Limburg) tot 70 dagen en langer. De winter 2006-2007 was dan weer bijzonder mild. In bepaalde streken (West- en Oost-Vlaanderen) werd toen zelfs geen enkele dag erkend als recht gevend op een vorstvergoeding.
Als bepaalde dagen worden erkend als vergoedbaar, bekent dit niet dat tijdens deze periode helemaal niet mag worden gewerkt. Zeker binnenafwerking in winddichte ruimtes kan verder worden uitgevoerd. Nergens is trouwens bepaald dat in de bouwsector bepaalde activiteiten onder een bepaald aantal graden niet mogen worden uitgevoerd. De werkgever moet wel steeds geschikte kledij ter beschikking stellen. Anderzijds is het zo dat bepaalde werken (buitenschilderwerk, asfaltering, metselwerk) onder een bepaalde temperatuur bouwtechnisch gezien niet kunnen worden uitgevoerd.
Het aantal dagen dat officieel recht geeft op een vorstvergoeding, geeft wel een indicatie van hoe lang vorst of blijvende sneeuw de werken tijdens een bepaalde winter bemoeilijken. De erkenning van vergoedbare periodes gebeurt door het Fonds voor Bestaanszekerheid van de bouw.
Naast vorst en sneeuw kunnen ook langdurige regenbuien, zoals die zich een paar weken geleden hebben voorgedaan, de uitvoering van bouwwerken sterk bemoeilijken. Zo telde het KMI (Koninklijk Meteorologisch Instituut van België) voor de maand januari ook nog eens 12 neerslagdagen.
Vooral projecten waarvan de uitvoeringstermijn in kalenderdagen en niet in werkdagen is uitgedrukt, veroorzaken bij de bouwbedrijven problemen als periodes van vorst, blijvende sneeuw en regen uitzonderlijk lang aanhouden.
Vergoedbare periodes van vorst en blijvende sneeuw (in aantal dagen)

