Algemeen

Niet-passend verklaren bij nieuwe UAR net zo lastig

Voor werken als de bouw van jeugdinrichting Doggershoek, waarvan de spaak gelopen aanbesteding centraal stond tijdens de tweede dag van de openbare verhoren, heeft de komst van het Uniform Aanbestedings Reglement (UAR) 2001 niets gewijzigd. De aanbestedingssom valt immers royaal boven het drempelbedrag van 5 miljoen euro waarvoor het Europese aanbestedings reglement (UAR EG) van kracht is.

Net als bij het oude UAR moet de opdrachtgever hierbij kunnen aantonen dat de begroting van de aannemer niet redelijk is, wil hij de aanbieding als niet-passend terzijde kunnen schuiven. Bij het nieuwe UAR is een redelijke directiebegroting het uitgangspunt en mag de opdrachtgever bij grote afwijkingen van die begroting besluiten niet te gunnen aan de laagste aanbieder. Volgens algemeen secretaris mr. J. van Eimeren van de Raad voor Arbitrage is dat iets principieel anders. Het is volgens hem heel goed mogelijk twee redelijke begrotingen op te stellen, die een heel eind uit elkaar liggen.

Aan het nieuwe UAR 2001 is door de overheid een aanhangsel toegevoegd dat de oude jurisprudentie in arbitragezaken op dit punt niet accepteert. De overheid wil dus niet opnieuw worden gedwongen met de laagste aanbieder te gaan praten, ook al ligt diens prijs 50 procent boven de raming. Omdat het de Rijksgebouwendienst bij de aanbesteding van de Doggershoek niet lukte ‘kennelijke fouten’ in de begroting van de aannemer te ontdekken, moest de dienst in gesprek met Koop-dochter Geveke Bouw, die uiteindelijk met een schikkingsbedrag van 350.000 gulden werd afgekocht.

Jurisprudentie over het niet-passend verklaren op basis van het nieuwe UAR bestaat er volgens Van Eimeren overigens nog niet.