Algemeen

Netelenbos gelooft niet in prijsopdrijving

Voor Netelenbos is het helder. Zolang niemand kan bewijzen dat er allerlei zwarte geldstromen zijn bij bouwbedrijven, zijn voor haar de jaarverslagen van bouwbedrijven leidraad. Daaruit blijkt absoluut niet dat er hoge winsten worden behaald, dus kan er geen sprake zijn geweest van prijsopdrijving ten koste van de belastingbetaler.
“Ik denk dat de schaduwboekhouding niet over echt geld gaat. Was dat wel zo dan had de FIOD moeten ontdekken waar die stromen geld blijven”, zei Netelenbos tegen de parlementaire enquêtecommissie. Daar kwam voor haar bij dat de aanbiedingen van de aannemers in zijn algemeenheid niet boven de ramingen van Rijkswaterstaat uitkwamen.
Die ramingen waren voor haar heel belangrijk. Zij ging er vanuit dat met name de Bouwdienst van Rijkswaterstaat veel kennis van de bouw en de prijzen heeft. “Die kennis wordt in de bouw algemeen erkend. Veel gemeenten vragen vaak de bouwdienst om te helpen bij aanbestedingen. Als de Bouwdienst en Rijkswaterstaat niet in staat zijn de bouw te beoordelen, dan kunnen in Nederland maar weinigen dat”, aldus de oud-minister.
Dat de prijzen van bouwwerken de laatste jaren fors stegen, kwam haar evenmin vreemd voor. Speciaal voor de aanbesteding van de HSL-Zuid was er een externe Tender Board ingesteld die samen met de projectdirectie HSL de aanbestedingen bekeek. “De experts hebben mij enkele verklaringen gegeven voor de stijgende prijzen. Alleen al een werk als de HSL gaf druk op de betonmarkt, waardoor de prijzen daar stegen. Daarnaast werden in korte tijd veel werken op de markt gegooid die zorgden voor een overspannen markt. Ook dat heeft effecten op de prijzen”, aldus Netelenbos.

Dat neemt niet weg dat zij zelf ook vond dat de aanbiedingen voor de HSL-Zuid te hoog waren. Dat was ook de reden geweest om in eerste instantie de aanbiedingen niet passend te verklaren. Na een arbitragezaak was zij echter gedwongen om toch met de laagste aanbieder te onderhandelen. Daar was ze toen niet blij mee omdat daaruit best wel eens een nog hogere prijs had kunnen komen.
Achteraf kon ze de hogere aanbiedingen wel verklaren mede dankzij haar externe experts. “Het ging om Design & Constructcontracten waarmee in Nederland weinig ervaring was. Daardoor werden de risico’s door de aanbieders zwaar beprijsd”, wist zij.

Het bleef de commissie verbazen dat de minister van Verkeer en Waterstaat niet reageerde op berichten in de pers over kartelvorming en prijsopdrijving. Het verleidde commissievoorzitter M. Vos tot een analyse van de situatie in de bouw. Er was sprake van vooroverleg, daarin werd gesproken over prijzen die vervolgens werden opgehoogd met een opzetpercentage, dus moet er sprake zijn geweest van prijsopdrijving, zo meende zij. Dat in de eerste week van de enquête naar voren gekomen was dat het ging over kostprijzen exclusief algemene kosten en winst- en risico-opslag, was zij alweer vergeten.

Netelenbos werd daarna behoorlijk kriegel van het doorvragen van de commissie wat zij nu wel exact had gezegd tegen toenmalig Kamerlid Van Gijzel op 8 november 2001. Die had haar tijdens de behandeling van de begroting van Verkeer en Waterstaat even aangeschoten over wat er de volgende dag in de roemruchte Zembla-uitzending over de bouwfraude zou worden uitgezonden. Volgens Van Gijzel had Netelenbos toen gezegd dat het een canard was. “Ik heb zeker niet het woord canard gebruikt. Ik heb alleen maar gezegd dat hij op moest passen”, aldus Netelenbos.
Die opmerking sloeg vooral op de betrouwbaarheid van klokkenluider Bos. Volgens de oud-bewindsvrouwe had zij in het najaar van 2000 voor het eerst iets gehoord over mogelijke kartelvorming en de schaduwboekhouding. Ook dat was in een wandelgangengesprek met Van Gijzel en zijn CDA-collega Leers. Die wilden haar echter niets op papier geven, waarop zij beide Kamerleden had aangeraden contact op te nemen met Justitie. “Daarmee was voor mij op dat moment de kous af. Zelf kon ik niets met die mededeling.”

Ook toen Henk Koop tijdens een plechtigheid rond de Groene Harttunnel op 6 oktober 2001 haar wilde spreken over de problemen in de bouw, wilde ze dat niet daar. Het gesprek met hem vond vijf dagen later plaats in aanwezigheid van directeur-generaal Rijkswaterstaat Harry Prins en Koop Tjuchem-directeur Fred Veerman. Toen bleek haar al snel dat het eigenlijk ging om “een rancuneuze werknemer in een arbeidsconflict”, Ad Bos. Ook daar kon zij dus niets mee.