Algemeen

NL: Koopwoning in eerste kwartaal 1,6% duurder

De gemiddelde koopwoning in Nederland is in het 1e kwartaal van 2002 met 1,6% in prijs gestegen ten opzichte van het vierde kwartaal van 2001. Een gemiddelde koopwoning kost nu precies twee euroton.

De Nederlandse Vereniging van Makelaars, die de cijfers donderdagochtend wereldkundig heeft gemaakt, spreekt van "een beperkte stijging, maar duidelijk hoger dan de 0,9 % waarmee de prijs in het eerste kwartaal van 2001 steeg." Voor het tweede kwartaal verwacht NVM-voorzitter Oscar Smit dat de markt zich stabiliseert.

In het eerste kwartaal zijn via NVM-makelaars 31.395 woningen verkocht. Dat is een daling van 7 % ten opzichte van het 4e kwartaal. Deze woningen hebben bij verkoop gemiddeld 65 dagen te koop gestaan. Appartementen en tussenwoningen gaan snel van de hand. Van alle appartementen en tussenwoningen die in het eerste kwartaal te koop zijn aangeboden, is 85% aan het eind van het kwartaal verkocht. Eind maart hadden de NVM-makelaars 50.000 woningen in hun bestanden zitten, zo'n 2000 meer dan in het begin van het jaar.

Uit de cijfers van de NVM blijkt dat de consument zich voorzichtig opstelt. Het aantal te koop staande woningen is met 4,4 procent toegenomen en ook het aantal dagen dat ze te koop staan neemt toe. Duurdere woningen staan vijf dagen langer te koop dan de gemiddelde woning. Zij zijn ook "slechts" 0,6 procent in waarde gestegen, een vol procent minder dan de waardestijging van de gemiddelde woning. Tussenwoningen stegen met 1,8 procent in prijs, iets meer dus dan het gemiddelde.

De relatief geringe stijging van de prijzen en het grotere woningaanbod zijn gunstige ontwikkelingen voor potentiële kopers. Zij konden in het eerste kwartaal gemiddeld uit zes woningen kiezen. De consument wordt voorzichtiger, constateert de grootste makelaarsvereniging van Nederland. De instelling op dit moment is eerst verkopen en dan kopen.

Regionale verschillen
Wel zijn er grote verschillen waarneembaar tussen de tachtig regio's van de NVM. In tegenstelling tot het vorige kwartaal geven de stedelijke gebieden in het zuiden nu met 2% de hoogste prijsstijging te zien. Met 1.3% is de prijsstijging in de stedelijke woningmarkten rond de centrale steden van de Randstad duidelijk minder. In het noorden en oosten stegen de gemiddelde prijzen met respectievelijk 1,0 en 0,9%.