Algemeen

NL: Internet drukt prijs aannemer

De Amsterdamse GG&GD heeft één miljoen euro bespaard bij de verbouwing en uitbreiding van zijn hoofdkantoor aan de Nieuwe Achtergracht door de opdracht via een internetveiling aan te besteden. De kosten vallen dertig procent lager uit dan de gezondheidsdienst zelf had berekend.

''Dit komt door het economische tij, maar zeker ook door het nieuwe fenomeen van de internetveiling,'' zegt John Hand, hoofd facilitaire dienst van de GG&GD. ''Bij een klassieke veiling gebeurt niets meer nadat de enveloppen met offertes van de aannemers zijn geopend. Degene die als goedkoopste uit de bus komt, krijgt de opdracht en dat is dat. Met een internetveiling begint het dan pas.''

Een digitale aanbestedingsveiling begint met een gewone biedsessie, waarbij alle geselecteerde aannemers een eerste bod uitbrengen via een website. Deze aanbiedingen zijn alleen zichtbaar voor de opdrachtgever, in dit geval de GG&GD. Die toont vervolgens het laagste bod aan alle 'spelers'. Zij moeten binnen tien minuten beslissen of en hoeveel ze hier onder willen duiken. Zodra twee biedrondes achter elkaar niets is veranderd, is de prijs beklonken.

Tijdens de veiling kennen de deelnemende aannemers elkaar niet. Volgens Jan Siderius, directeur van softwarebedrijf Negometrix, dat de operatie technisch begeleidde, maakt dat het lastiger prijsafspraken te maken. ''Een veiling is een ideaal middel als je één ding hebt dat een heleboel mensen willen. Het is transparant, direct en heel efficïent. De deelnemers hebben meer kansen in plaats van één keer via die doorslaggevende envelop.''

Bouwers krijgen via de veiling de mogelijkheid met elkaar te strijden over de prijs. Daar zitten niet alle aannemers om te springen. ''Dit leidt tot prijzen die economisch onverantwoord zijn, omdat de lat binnen een uurtje steeds lager wordt gelegd,'' zegt Pieter Klerx van het Algemeen Verbond Bouwbedrijven. Klerx is ervan overtuigd dat aanbestedingsveilingen op lange termijn negatief uitpakken voor de opdrachtgevers. ''Je kunt niet voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Degene die het diepste duikt, heeft het werk het hardste nodig. Dat vertaalt zich in faillissementen en onvoorziene zaken tijdens de bouw, waar een stevig prijskaartje aan hangt.''

Volgens Hand is dat onzin. ''Er ligt een vastomlijnde kwaliteitseis met materiaalbeschrijvingen en bouwtekeningen. Dat plan moet de aannemer uitvoeren; die weet dus precies wat hij moet doen. Hij moet van tevoren beoordelen of hij de middelen in huis heeft, en hoe ver hij kan zakken met zijn prijs. De bedrijven moeten het inderdaad superscherp aanpakken,'' aldus Hand.

In die 'dichtgetimmerde plannen' zit nu juist het probleem, vindt Klerx. Aannemers moeten meer betrokken worden bij 'het voortraject' en de mogelijkheid krijgen initiatieven te nemen: ''Dat leidt tot positieve effecten op de prijs-kwaliteitsverhouding. Door het aannemen van werk onder de kostprijs, blijft geen ruimte over voor innovatie.''