Algemeen

NL: Iedereen deelde mee in bouwfraude

Organisatoren van aanbestedingen delen mee in de rekenvergoedingen voor aannemers. Dat stelt Cok Bos in zijn gisteren gepresenteerde boek ‘Bouwfraude’. Ingenieursbedrijven als Heidemij, Grontmij en Oranjewoud hebben een uitvoerdersclub die ‘het klappen van de zweep kent’. Zij deelden mee en speelden volgens Bos daarom mee in het grote spel.

Vooral de namen van Grontmij en Heidemij duiken regelmatig op in de schaduwboekhouding. Deze bureaus worden door opdrachtgevers ingehuurd om de aanbestedingen te organiseren, maar kunnen ook zelf werk aannemen. Bos noemt in zijn boek twee voorbeelden van betrokkenheid van deze bureaus.

Grontmij Noord-Holland kreeg een golfbaan van 2 miljoen gulden in Westwoud en in ruil mocht Koop een asfaltweg leveren van ongeveer dezelfde waarde. Heidemij kreeg een werk in Neerijnen en verdeelde de 75.000 gulden over NBM, Van Kessel, ZNZC en Van Mourik via één van de daarvoor opgerichte fondsen.

De rancune bij Bos is groot. Hij toont daarom meer delen van de boekhouding, enkele verstuurde brieven door verschillende partijen en noemt tussen neus en lippen door nog enkele frauduleuze werken. Het Gelredome kreeg in voetbalminnend Nederland bijvoorbeeld veel aandacht. De Stramanweg in Amsterdam heeft echter 198.5000 gulden teveel gekost. Dit geld is verdeeld onder aannemers BNGW, Koop Tjuchem en KWS. Het Zuiderdiepproject in Groningen heeft 700.000 gulden opgebracht voor Koop Tjuchem, Reef Wegenbouw, S. Dijkstra en Westerman. Deze en andere verdeelgelden beschrijft Cok, broer van klokkenluider Ad Bos in zijn boek ‘Bouwfraude’.

Bos toont stukken uit de schaduwboekhouding. Daaruit blijkt hoe de aannemers te werk gaan. De ene keer verrekenen ze met grondstoffen en de andere keer schrijven ze een bedrag op met plus of min en verrekenen dat bij de volgende klus. Bos noemt ook de effeningsfondsen die de verzamelplaatsen voor schaduwboekhoudingen vormen.

De auteur heeft zelf het een en ander aan spitwerk gedaan en een lijstje gemaakt van werken in gemeenten ‘die ook elders in de schaduwboekhouding voorkomen’. Vijfentwintig lagere overheden heeft hij met specifieke projecten en de bijbehorende verdeelgelden opgesomd. Zijn eigen rekensom levert een gemiddeld bedrag op aan 306.527 gulden rekenvergoedingen die later onder de aannemers werden verdeeld.

Hij beschrijft ook wijnafspraken zoals bijvoorbeeld bij de aanleg van een brug bij Schiphol voor de Zeilstraat. De rekenvergoeding werd voor de veertien aannemers gesteld op 75.000 gulden. De 25 personen die aanwezig waren bij de afspraak kregen ook nog eens voor 400 gulden wijn van Koop Tjuchem. “Aannemers houden van het bourgondische leven”, stelt Bos en dat leverde de oud-werkgever van zijn broer een wijnpost van 10.000 gulden op.

Ook afgedrukt in het boek is een deel van de Schiphol-boekhouding. Acht grote aannemers hebben hierbinnen een pact gesloten en daarmee alle grote opdrachten binnengesleept. Aanvankelijk zwaaiden Ballast Nedam, HBG, KWS en Vermeer, samen de Schipholclub, de scepter op de luchthaven. Deze hielden de andere aannemers op afstand. Later werden Heijmans, Koop, NBM en Ooms toegelaten en was de club Schiphol-acht geboren. Zij zijn letterlijk terug te vinden in de schaduwboekhouding waarin de werken zelfs aparte pagina’s kregen. Ook de te verrekenen bedragen staan vermeld. In het boek staat een indicatie van de verdeelgelden per type werk. De D-pier op Schiphol is aanbesteed voor 16.615.000 gulden. Onderling verdeeld werd 1.370.550 gulden. In totaal bedroeg de aanbesteding van de werken op Schiphol overigens 121.492.000 gulden waaraan de aanbieders gezamenlijk 4.254.550 gulden overhielden. De verdeling ging de ene keer via lootjes trekken, de andere keer deelden ze de klus op en mocht de een bijvoorbeeld ergens het asfalt leggen en de ander de strepen op het pas aangelegde stukje weg zetten.