Algemeen

NL: Gemeenten drijven prijs bouwgrond op

Veel Nederlandse gemeenten halen het onderste uit de kan bij de verkoop van bouwkavels. Daarom hebben vooral de bewoners van dure eengezinswoningen veel te veel betaald voor hun stukje grond. Dat blijkt uit onderzoek van de Vereniging Eigen Huis (VEH). In het onderzoek noemt VEH onder meer Almere, Amsterdam, Rotterdam, Tilburg en Woerden als gemeenten die te veel hebben gevraagd voor de uitgegeven bouwkavels. Daarnaast blijken Vinex-locaties in het algemeen veel te duur.

Eigen Huis zegt dat de bewoners van dure woningen in hun grondprijs een forse heffing hebben betaald om de grondprijzen van goedkope woningbouw kunstmatig te kunnen verlagen tot 50 procent onder de kostprijs. Deze manier van subsidiëren van goedkopere woningbouw is beleid sinds 1986 De kavelprijzen voor duurdere eengezinswoningen stegen in tien jaar tijd van bijna 30.000 euro (ex btw) in 1990 tot 55.000 euro in 2000. De laatste jaren was er zelfs sprake van een prijsexplosie. De gemiddelde kavelprijs schoot vorig jaar door naar 68.000 euro. Bij goedkope woningen (tot 125.000 euro) steeg de prijs tussen 1990 en 2000 van 9500 euro tot 14.000 euro. Bij middeldure woningen (tot 177.000 euro) ging de prijs van 11.500 naar 22.500 euro. Naast de grond moeten huizenverkopers ook steeds meer betalen voor de woning. Daarvoor kregen zij niets wezenlijks terug. Vooral gemeenten hebben door het berekenen van hoge grondprijzen sterk bijgedragen aan de stijging van de huizenprijzen. De VEH vindt het de taak van de gemeenten om ervoor te zorgen dat er betaalbare en kwalitatief goede woningen op de markt komen. Het gemeentelijke grondbeleid is echter in dichte mist gehuld. Onderzoek onder een aantal gemeenten laat zien dat opbrengsten uit verkoop van bouwgrond gebruikt zijn om de ambtelijke inefficiency en tekorten op andere bouwplannen te dekken.